De fetisj 50 – Enola’s 50 beste acteerprestaties (3)

De leukste discussies zijn degene die je nooit kan winnen. Is Goodfellas beter dan Casino? Suckt De Kotmadam harder dan FC De Kampioenen? Wie zal het zeggen? Maar dat heeft nog nooit iemand tegengehouden om die discussies tot in het oneindige te blijven voeren, en net zo gaat het op uw favoriete filmredactie. Wat zijn de 50 beste acteerprestaties aller tijden, nog zo eentje. We hebben gewikt, gewogen, gediscussieerd en uiteindelijk een lijst van 50 acteurs (dan wel actrices) opgesteld in hun meest iconische rollen. Van nu tot vrijdag laten we die mondjesmaat op u los. Voor de duidelijkheid: we hebben ze bewust niet in een volgorde geplaatst waar een waardeoordeel aan vast hangt. Dan zouden er lijken zijn gevallen op de redactie. Dit zijn vijftig prestaties waar wij eindeloos naar kunnen blijven kijken en altijd van achterover zullen slaan. Akkoord, niet akkoord? Daarvoor hebben we dus een linkje onderaan het artikel. Laat van je horen!

 

Ryan Gosling – Blue Valentine (2010)
We hopen dat de übercoole Ryan Gosling van Drive ons morgen geen mep komt verkopen, want we hebben uiteindelijk toch voor de kwetsbare Ryan Gosling van Blue Valentine gekozen. Het is de achteruit trekkende haarlijn die het ‘m wellicht heeft gedaan. Gosling, één van de meest getalenteerde acteurs van zijn generatie, is hartverscheurend als Dean, een eenvoudige huisschilder die met de beste wil ter wereld zijn relatie met Michelle Williams maar niet uit het slop kan trekken. Een gevoelige, onder de huid kruipende rol die nog lang na de aftiteling blijft hangen. Niet slecht, Young Hercules. Niet slecht.
Lees de bespreking van de film!

 

Gloria Swanson – Sunset Boulevard (1950)
Sekssymbool Mae West had al nee gezegd en ook de prima donna van de stomme film Mary Pickford wees de rol van gewezen filmster Norma Desmond af. Gloria Swanson zag er echter geen graten in om de vereenzaamde attention seeker Norma te vertolken in wat één van de beste film noirs aller tijden zou blijken. Met haar intens vlammende ogen en meelijwekkend ‘I’m ready for my close –up’ divagedrag blies Gloria Swanson in Sunset Boulevard – een bijtende kritiek op Hollywoods obsessie met jeugdigheid en roem – haar eigen slabakkende carrière nieuw leven in.
Lees de bespreking van de film!

Robert De Niro – Raging Bull (1980)
De spectaculaire gewichtstoename van Robert De Niro in Raging Bull is ondertussen legendarisch, maar laten we vooral niet vergeten dat de New Yorker boven alles een memorabele acteerprestatie neerzet als de boksende briesende stier Jake Raging Bull La Motta. De Niro gooit alle ijdelheid overboord in zijn doorleefde vertolking van een door sadomasochistische neigingen en seksuele jaloezie getergd alfamannetje. En nu maar hopen dat Marty Scorsese nog eens het geniale idee krijgt om, na pijnlijke miskleunen als Analyze This, Analyze That en Meet the Parents, zijn buddy van weleer een deftige filmrol te geven.
Lees de bespreking van de film!

 

Sean Connery – Goldfinger (1964)
Of eigenlijk in al zijn Bondfilms, natuurlijk, hoewel Goldfinger sowieso één van zijn beste is. Connery definieerde Bond: een unieke mix van charme, een droog gevoel voor humor en daaronder toch een kille meedogenloosheid. Daarmee komt hij, samen met (we durven het te zeggen) Daniel Craig wellicht het dichtste tegen de essentie van Ian Flemings personage, en bepaalde hij de standaard waar alle andere Bondacteurs aan moesten voldoen.
Lees de bespreking van de film!

 

Tony Leung en Maggie Chung – In the Mood for Love (2000)
Gevraagd naar ons favoriete filmkoppel aller tijden zullen – na film noir amants Humphrey Bogart en Lauren Bacall – de Hongkongse Maggie Cheung en Tony ‘de Chinese Brad Pitt’ Leung zeker een plaats in de top vijf innemen. De oogverblindende – en ondertussen helaas gepensioneerde – Maggie en haar tegenspeler Tony weten in In The Mood for Love onder de kundige leiding van cameraman Christopher Doyle en regisseur Wong Kar –Wai van ieder ingehouden verlangen poëzie te maken. Zonder vleselijk vlieg en kunstwerk belichamen ze als de buren Meneer Chow en Mevrouw Chan – wiens echtgenoten een affaire hebben met elkaar – één van de meest sensuele koppels uit de annalen van de filmgeschiedenis.
Lees de bespreking van de film!

 

Bibi Andersson – Persona (1966)
Niets zo uitdagend voor een acteur of actrice als het geloofwaardig vertolken van een dubbelrol (Natalie Portmans Witte/Zwarte Zwaanrol haalde deze lijst net niet), tenzij misschien het geloofwaardig vertolken van, jawel, een half personage. Bibi Andersson – née Berit Elisabeth Andersson – deed het met verve in Ingmar Bergmans meesterwerk Persona. Andersson won twee awards voor haar rol als Alma, de praatgrage verzorgster van de woordeloze actrice Elisabet (Liv Ullmann). Als vrijwel het enige sprekende personage draagt Andersson de hele film met een subtiele, maar uiterst bewonderenswaardige prestatie: zelden is een zo bewegingloze rol zo sterk gebracht. Climax is de scène waarin onthuld wordt dat Alma haar eigen trauma’s en angsten projecteert op de woordeloze, ‘lege’ figuur van Elisabet Vogler; Anderssons angstige, maar prangende blik kijkt recht naar de kijker, wanneer ze haar woorden verliest en letterlijk één wordt met haar patiënte. Ondersteund door de al bijna even sterke prestatie van Liv Ullmann, verleent Andersson Persona zo de emotionele impact die Bergmans films wel eens durven te missen.

 

Orson Welles – The Third Man (1949)
Het duurt ongeveer een uur voordat Orson Welles verschijnt in The Third Man, maar ondanks de bescheidenheid van zijn rol (twintig minuutjes, zoiets?), trekt hij de hele film naar zich toe. Zijn entree is, met dank aan regisseur Carol Reed, een schoolvoorbeeld van effectieve film noir fotografie, en daarna begint Welles te bouwen aan een sinister, ultracynisch personage. Zijn monoloog over de koekoeksklok is een klassieker geworden. Echt genereus kan je het niet noemen, maar probeer maar eens naar iemand anders te kijken als hij op het scherm is.

 

Robert Shaw – Jaws (1975)
Voor een acteur zijn er doorgaans dankbaarder rollen te vinden dan die van Quint, de haaienjager uit Steven Spielbergs meesterwerk Jaws. Op papier is Quint weinig meer dan een ietwat onberekenbare, gevaarlijke dronkaard – haast tweedimensionaal, flirtend met de karikatuur. Robert Shaw speelt de rol echter met zo’n intensiteit dat zijn personage een waar genot wordt om naar te kijken, en de geweldige interactie tussen de drie hoofdrolspelers (naast Shaw staan ook Richard Dreyfuss en Roy Scheider op hun best te acteren) draagt bij tot de onbetwiste meesterwerkstatus die Jaws terecht geniet. Zijn entree, waarbij hij zijn nagels over een schoolbord krast en aanbiedt de haai te doden voor 10 000 dollar, en zijn dood tussen de befaamde kaken uit de titel zijn onvergetelijk, maar het is de USS Indianapolis-monoloog – geschreven door John Milius, en herschreven door Shaw – die het meest beklijft. Tegenwoordig zou elke regisseur die scène tonen in een flashback, maar het wikken en wegen van de woorden, de intensiteit waarmee hij voor zich uitkijkt, en de ingehouden emotie maakt zo’n ingreep overbodig: Shaw is een Groot Acteur.
Lees de bespreking van de film!

Burt Lancaster – Sweet Smell of Success (1957)
Niks zo zalig om bezig te zien dan geliefde studio-acteurs uit de jaren 50 die met hun populair imago breken en hun dark side verkennen. Kirk Douglas deed het met verve in Ace in the Hole en Burt Lancaster en Tony Curtis deden het met The Sweet Smell of Success. In deze messcherpe satire speelt Lancaster J.J. Hunsecker, een machtige societycolumnist die met de voeten speelt van pr-man Tony Curtis. Wat volgt is een giftig spel van bedrog waarbij beide acteurs boven zichzelf uitstijgen. Curtis is zeer sterk in de hoofdrol, maar het is Lancaster die stiekem met de film gaat lopen als koelbloedige manipulator waar zelfs de huidige riooljournalisten het koud zweet van zouden krijgen. Of zoals één van de personages het zegt:‘Why does everything you say sound like a threat’ Omdat Lancaster een schitterende badass motherfucker is.

 

Marilyn Monroe – Some Like It Hot (1959)
Sneu dat Monroe zelf helemaal niet gediend was met haar typetje van zinnenprikkelende, lichtjes dommige en kinderlijk ondeugende blondine. Dat was nochtans wat ze het best kon: mond halfopen, giechelende meisjesgeluidjes producerend, met een wiegend loopje en een naïef hoog stemmetje door het scherm paraderen. Klinkt misschien simpel, maar ze deed het als geen ander en haar komische timing was perfect. Monroe brak nooit helemaal door als methodactrice, maar ging regelrecht de geschiedenisboeken in omwille van haar lichte (zeden)komedies. Als Sugar Kane zet ze haar meest legendarische personage neer in deze onverwoestbare Billy Wilder-klassieker.
Lees de bespreking van de film!

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

11 + 8 =