Marnie

Als er één onderwerp is waar filmhistorici en -critici graag en
uitgebreid over discussiëren, dan is het wel de relatie die
Hitchcock onderhield met zijn actrices. De regisseur is over de
loop der tijd vaak bestempeld als een vrouwenhater, die een fetisj
had voor blonde dames en ze dan ook met de regelmaat van een klok
castte in zijn films, enkel om ze vervolgens te vernederen en uit
te putten met zware schema’s en wrede technieken (zo bond hij
tijdens ‘The Birds’ ooit een levende meeuw aan Tippi Hedrens kleren
– het dier panikeerde en pikte haar herhaaldelijk). Die verhalen
zijn een eigen leven gaan leiden, tot het nauwelijks nog te
achterhalen is hoeveel ervan op realiteit gebaseerd is. Kwatongen
beweren zelfs dat de regisseur regelmatig verliefd werd op zijn
hoofdactrices (Ingrid Bergman, Grace Kelly, Tippi Hedren), maar
impotent was, zodat hij een uitlaat voor zijn seksuele fascinaties
moest zoeken in zijn films. Veel van die verhalen gaan echter
voorbij aan het simpele feit dat vrouwen in thrillers het
traditioneel zwaar te verduren krijgen (Hitchcock was lang niet de
enige die vrouwen afslachtte in dat genre), en dat hij naar de
latere periode van zijn carrière toe meer en meer geïnteresseerd
raakte in de psychologie van zowel vrouwen als de mannen die hen
omringen. Je kunt bezwaarlijk beweren dat Kim Novak een
simplistische rol kreeg in ‘Vertigo’. In ‘Rear Window’ blijkt Grace
Kelly veel beter haar mannetje te kunnen staan dan James Stewart
ooit voor mogelijk had gehouden. En ‘Marnie’ betekent
waarschijnlijk het hoogtepunt van die tendens van Hitchcock om
psychologisch gemotiveerde vrouwelijke personages op te voeren –
een tendens die niet te rijmen valt met simpele misogynie (hoewel
de regisseur zeker en vast een complexe relatie met vrouwen had –
welke man niet?). ‘Marnie’ was een psychoseksuele thriller waarin
een getroebleerde (zij het uiteraard alweer hoogblonde) dame met
behulp van de man die van haar houdt haar trauma’s uit het verleden
onder ogen komt. De resulterende film was niet geheel succesvol,
maar wel een fascinerende aanvulling aan het oeuvre van
Hitchcock.

Hedren speelt Marnie, een kleptomane die er een gewoonte van
maakt om onder verschillende identiteiten in kantoren te gaan
werken en er vervolgens de kluis leeg te roven. Op een dag vindt ze
een job bij Mark Rutland (Sean Connery in volle James Bondperiode),
een geslepen zakenman die meteen door heeft dat Marnie dezelfde
mysterieuze brunette is die eerder al een zakenrelatie van hem
beroofde. Toch geeft Rutland haar de job en begint hij zelfs een
relatie met Marnie. Naarmate de twee elkaar beter leren kennen,
valt de zorgvuldig opgebouwde façade van Marnie in elkaar en komt
er een zwaar beschadigde vrouw te voorschijn – één die haar
kleptomanie, haar panische angst voor onweren en de kleur rood te
wijten heeft aan een lang verdrongen trauma.

‘Marnie’ was geen commercieel succes toen hij eerst uitkwam in
1964, en blijft bekend staan als het begin van het einde voor
Hitchcock – tijdens de tweede helft van de jaren zestig maakte de
cinema een revolutie door, waardoor zijn klassiek gestructureerde
thrillers meer en meer op een anachronisme gingen lijken. De master
of suspense werd steeds irrelevanter, zijn films werden als
ouderwets beschouwd. De glorieperiode was voorbij. Het falen van
‘Marnie’ aan de box office is echter op z’n minst
gedeeltelijk te wijten aan een verkeerde marketing. ‘Marnie’ is
geen traditionele suspense thriller, maar een psychologisch drama
waarin twee uur lang geen dode valt en het enige op te lossen
raadsel de precieze toedracht van een jeugdtrauma is. Geen
samenzweringen of verkeerde verdenkingen te bespeuren. Bovendien
kwam Sean Connery net van een wereldsucces met ‘Dr No’ en ‘From
Russia With Love’ – de halve mensheid linkte hem plotseling
onlosmakelijk aan James Bond, wat inhield dat ze hem niet meer
aanvaardden in een heel andere rol. De huwelijkscrisis van 007, wie
zit daar nu op te wachten?

In feite is ‘Marnie’ weinig meer of minder dan een case
study
van een vrouw met psychologische problemen, wat voor die
tijd best gewaagd was. Hitchcock snijdt thema’s aan als
prostitutie, kindermisbruik, frigiditeit en kleptomanie, maar
weigert om die sensationeel te behandelen – hij gaat op zoek naar
de mentale kronkels die daar aan ten grondslag liggen. Het was,
zeker destijds, niet veel regisseurs gegeven om dergelijke
onderwerpen te behandelen in een grote studiofilm. Maar niet alleen
Marnie’s jeugdtrauma wordt onder de loep genomen. Haar relatie met
Rutland is minstens even interessant. Een stinkend rijke playboy
die in weelde is opgegroeid en Marnie blijkbaar beschouwd als een
interessant project om aan te werken. Hij wordt geprofileerd als
iemand die een hobby heeft gemaakt van zoölogie, en zijn interesse
in Marnie is dan ook niet geheel nobel – hij is gefascineerd door
haar en heeft geld genoeg om het zich te kunnen permitteren de
amateur-psycholoog met haar te spelen. Alsof ze weinig meer voor
hem is dan een zoveelste zoölogisch studieobject. Gespeeld door
Sean Connery met een olieachtige charme, slaagt Rutland er in om de
sympathie van het publiek te behouden, maar zijn motieven zijn
uiteindelijk egoïstisch. Waarmee Hitchcock op een subtiele manier
de vraag oppert: waarom houden we van mensen? Waarom gaan we met
hen een relatie aan? Gaat het om de andere persoon of om onszelf?
Rutland wilt de totale controle over zijn vrouw – hij wil haar
zowel mentaal als fysiek begrijpen en bezitten, maar botst op tegen
een muur die hij niet omver krijgt: haar (niet bijster gezonde)
geest.

Dat zijn heavy onderwerpen, die aangeven hoe ernstig
Hitchcock de psychologische drijfveren achter crimineel gedrag wel
nam. Die bloedserieuze benadering van het onderwerp zorgt er wel
voor dat ‘Marnie’ onderhand sterk verouderd overkomt. Hier en daar
probeert de regisseur wel een relativerende noot toe te voegen
(zoals in een scène waarin Marnie Rutland bespot omdat hij haar
openlijk probeert te analyseren: You Freud, me Jane?),
maar uiteindelijk blijft dit een sterk klassiek-psychologisch
drama, waarin er een rechtstreeks oorzaak-gevolg verband bestaat
tussen een jeugdtrauma en het gedrag van het hoofdpersonage als
volwassene.

Bovendien hapert het tempo regelmatig. Het eerste uur geeft een
nogal slome set-up van de personages, die pas naar het einde toe
een pay-off krijgt. Er zitten scènes in de film die
werkelijk niets bijdragen aan de plot – wat vrij zeldzaam is voor
Hitchcock – en waarvan je zelfs tijdens het kijken het gevoel
krijgt dat ze net zo goed verwijderd hadden kunnen worden.

Tippi Hedren krijgt hier één van de moeilijkste rollen uit haar
carrière, en hoewel er heel wat kritiek kwam op haar vertolking –
ze zou niet de nodige diepgang hebben kunnen opbrengen en ga zo
maar door – spreekt uit haar onderkoeldheid ook de druk waar Marnie
continu onder staat. Behalve tijdens bepaalde sleutelscènes, houdt
ze haar emoties grotendeels in, simpelweg omdat het personage zich
niet wilt blootgeven. Het zou fout zijn om dat af te schrijven als
Hedren die als actrice geen emotie kàn weergeven.

Samen met ‘Vertigo’ is ‘Marnie’ misschien wel Hitchcocks meest
persoonlijke film, over de onkenbaarheid van vrouwen, de littekens
die het verleden achterlaat en een man die met groeiende wanhoop
probeert om zijn echtgenote te begrijpen. Prachtige thema’s, en
gewaagd voor die tijd – als ze nu nog eens verpakt zaten in een
verhaal dat iets meeslepender en iets minder gedateerd was.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

4 × twee =