Diamonds are Forever

Na de relatieve commerciële flop die ‘On Her Majesty’s Secret
Service’
was, kan ‘Diamonds are Forever’ waarschijnlijk het
best beschouwd worden als een paniekreactie van de James
Bond-makers. ‘On Her
Majesty’
was, ongeacht wat je denkt van de film, een gedurfde
breuk met sommige van de Bondtradities: een nieuwe acteur, een
nieuwe regisseur en een nieuwe monteur die zorgden voor een nieuwe
sfeer met een iets ruwer randje – denk maar eens aan dat einde. Het
publiek moest er destijds niet veel van weten, en het gevolg is dat
producenten Harry Saltzman en Cubby Broccoli snel terugvielen op
hun oude ploeg: Sean Connery had eigenlijk absoluut geen zin om
terug te keren naar Bond, maar ze boden hem zo obsceen veel geld
aan dat hij niet kon weigeren (hij schonk zijn hele gage weg aan
een liefdadigheidsinstelling). Regisseur Guy Hamilton, die met
‘Goldfinger’ één
van de beste Bonds had gedraaid, werd terug opgeroepen voor dienst,
samen met dezelfde cameraman als toen. Weg waren Peter Hunt,
regisseur van ‘On
Her Majesty’
, en John Glen, de monteur van die film (hoewel die
later nog zou terugkeren). In with the old and out with the
new,
in een overduidelijke poging om het succes van toen te
herhalen. Helaas werd het ook een mislukte poging.

Bond wordt in dit zevende avontuur gevraagd om een
diamantensmokkel te onderzoeken – Britse diamantmijnen in
Zuid-Afrika hebben te lijden onder een abnormaal groot verlies en
ze vrezen dat iemand massaal diamanten aan het stockeren is, om
achteraf de marktprijs te kelderen. Bond volgt de smokkelroute van
Amsterdam naar Las Vegas, waar blijkt dat (tromgeroffel, want daar
gaan we weer) Spectre-brein Blofeld achter de hele affaire zit. Met
de diamanten wil hij ditmaal een satteliet de lucht in sturen die
met laserstralen doelwitten overal ter wereld kan opblazen. En daar
mag gerust een passend onheilspellende lach bij.

‘Diamonds are Forever’ valt vooral op door de Amerikaanse
mentaliteit van de film. Tom Mankiewicz, de zoon van regisseur
Joseph L. Mankiewicz, werd aangehaald als scenarioschrijver en het
resultaat was dat James Bond zowat het enige Britse element was in
de hele film. Niet alleen speelt quasi het hele verhaal zich af in
Amerika, maar ook het overheersende gevoel voor humor komt zó uit
een Amerikaanse sitcom weggelopen.

In ‘Goldfinger’ toonde Guy
Hamilton al aan dat hij voorstander was van een meer komische
interpretatie van Bond, en die mentaliteit wordt hier uitgebreid
tentoongesteld. Sean Connery heeft meer one-liners dan gewone
dialogen (“Ik was net met m’n rat gaan wandelen,” zegt hij terwijl
hij uit een pijpleiding kruipt), de gadgets zijn niet overvloedig
aanwezig maar wel bijzonder silly (een stemvervormer in de
vorm van een gewone audiocassette is ronduit hilarisch!) en zelfs
de slechteriken zijn ditmaal eerder schertsfiguren dan wat anders.
In voorgaande afleveringen deden de makers er alles aan om van
Blofeld toch maar een sinister personage te maken, met z’n lugubere
stem en excentriek uiterlijk – hier krijgen we Charles Gray in de
rol, die eruit ziet als een perfect respectabele Engelse gentleman
en zich gewoonlijk ook zo gedraagt. Hoe kun je een schurk ooit
serieus nemen wanneer hij zich in één scène plots verkleedt als een
vrouw? Zeker als hij er dan ook nog eens krèk uitziet als Dame
Edna.

Humor in een Bondfilm is altijd al een teer punt geweest – als
je er té ver in gaat, zak je weg in een moeras aan zelfparodie, wat
oké is voor sommige films, maar niet voor de Bondreeks. Guy
Hamilton wist dat gevoelig evenwicht te bewaren in ‘Goldfinger’, maar
dondert hier van z’n balanceerkoord af. ‘Diamonds are Forever’ is
doodgewoon lachwekkend in plaats van spannend. Alleen is hij niet
altijd lachwekkend wanneer de makers dat zo bedoeld hadden.

Een groot probleem zit ‘m ook in de actiescènes, die er
simpelweg niet in slagen om ook maar in de verte opwindend te
worden: een gevecht in een lift aan het begin van de film is nog
oké en een achtervolging over de strip in Las Vegas kan er ook nog
mee door, maar voor de rest is het huilen met de pet op. De finale
is erg déjà-vu en niet bijster geïnspireerd uitgevoerd.
Het is vooral hier dat Peter Hunt en John Glen gemist worden: in
‘On Her Majesty’s
Secret Service’
wisten zij nog een opvallende energie aan de
actie te geven, zodat de bespottelijkheid van de scènes gemaskeerd
werd en het mogelijk werd om er toch in méé te gaan. Guy Hamilton
en zijn monteurs Bert Bates en John W. Holmes schijnen eerder te
denken dat het voldoende is om een camera op een explosie te
richten en de opwinding zal dan vanzelf wel volgen. Niet dus.

Sean Connery is heerlijk als altijd als James Bond, maar hij
wordt omringd door een opvallend zwakke cast. Charles Gray in maar
een grijze muis als Blofeld, zeker in vergelijking met Donald
Pleasence of zelfs Telly Savalas. De truc aan zo’n rol is dat je ‘m
niet mag spelen met humor: je moet écht oprecht een superschurk
proberen te spelen, zonder enige ironie. Dan wordt het vanzelf
grappig. Gray, daarentegen, die ook wel weet in wat voor een
belachelijke film hij staat, schijnt de hele tijd lang de grimas
van een nauwelijks ingehouden schaterlach op z’n gezicht te hebben.
Zo werkt het niet. Jill St. John is een vergetelijke Bondgirl als
Tiffany Case, Jimmy Dean perst de walgelijkste verkrachting van de
Engelse taal in de geschiedenis uit z’n mond als teruggetrokken Las
Vegas-miljonair Willard Whyte en dan hebben we nog Putter Smith en
Bruce Glover als Mr. Kidd en Mr. Wint, twee moordenaars voor
Blofeld. Die twee zijn waarschijnlijk de meest aanstootgevende
homo-clichés sinds bepaalde propagandafilms uit de jaren veertig.
Ze grijnzen constant, houden handjes vast nadat ze iemand met een
schorpioen van kant hebben gemaakt, spreken elkaar in gedrogeerde
monotonen aan en bekijken elkaar met smeulende blikken die ofwel
passie, ofwel constipatie suggereren. Bondfilm of niet, dit zijn
gewoon twee gay psycho killers.

‘Diamonds are Forever’ betekent een dieptepunt in de Bondreeks
dat enkel overtroffen zou worden door ‘Moonraker’. Het is jammer
dat Connery met uitgerekend deze prent afscheid moest nemen van de
franchise, maar hey, hij is het enige erin dat een beetje
de moeite van het bekijken waard is.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

14 − negen =