Dr No

Wie terugblikt ziet natuurlijk altijd alles glashelder, maar
niemand die in 1961 betrokken was bij de productie van ‘Dr No’ had
ooit kunnen vermoeden dat de film het begin zou worden van een
franchise die meer dan veertig jaar zou meegaan. De James
Bond-boeken van Ian Fleming waren commercieel succesvol, maar
werden door de kritiek met de grond gelijk gemaakt als staaltjes
minderwaardige broodschrijverij, die bol stonden van volstrekt
gratuite seks en geweld. Producers Albert R. ‘Cubby’ Broccoli en
Harry Saltzman hadden misschien wel voorzien dat het succes van de
boeken wat publiek naar de zalen zou lokken, maar de waanzin die er
vrijwel meteen rond Brits superspion James Bond ontstond, was
destijds niet in te schatten. Ster Sean Connery was zo goed als
geheel onbekend, het budget was met een miljoen dollar nu niet
direct fenomenaal en het hele gegeven werd als “te Brits” beschouwd
om ooit succesvol te worden op de Amerikaanse markt. Om mijn
grootmoeder te citeren: het kan raar lopen in de wereld (waarna ze
in haar éclaire beet).

In zijn eerste filmuitstap wordt Bond naar Jamaica gestuurd om
uit te zoeken hoe het komt dat plaatselijk agent Strangways
spoorloos is verdwenen. Strangways was bezig met een onderzoek naar
de mysterieuze Dr No, die zich heeft teruggetrokken op een eiland
in de Caribische Zee en daar niemand toelaat. Bond ontdekt dat Dr
No vanop zijn eiland kerntechnologie gebruikt om zowel het
Amerikaanse als Russische ruimteprogramma in de war te sturen. Dit
alles gaat uiteraard gepaard met het nuttigen van peperdure wijn en
champagne in een luxueuze ondergrondse schuilplaats en het
zelfgenoegzaam uitspreken van teksten als: “You are a fool, Mr.
Bond! That disappoints me!”

Als filmverhaal is dat in feite maar een mager beestje, maar die
plot zet wel meteen de toon voor de rest van de hele serie: gekke,
stinkend rijke crimineel ontwikkelt een waanzinnig plan voor
werelddominatie maar gaat roemloos ten onder omdat hij te dom is om
Brits agent 007, James Bond, te doden wanneer hij de kans heeft.
Pakweg 15 van de volgende 19 Bondfilms zouden grosso modo hetzelfde
stramien volgen.

En ook heel wat andere typische kenmerken van wat de Bondreeks
zou worden, zijn hier al in aanleg aanwezig: de Bondgirl (Ursula
Andress die memorabel uit de zee komt opgedoken), de exotische
locaties, de extravagante sets, de droge one-liners, het verfijnde
diner met de slechterik enzovoort. Wat er nog aan ontbreekt in ‘Dr
No’ is de pre-credit sequence, de introductie van Q met
z’n gadgets en een titelsong (zo’n song zou er trouwens pas met de
derde film, ‘Goldfinger’, bijkomen). In die zin is ‘Dr No’
duidelijk een aanloop geweest voor de verdere reeks: de meest
succesvolle of populaire elementen uit deze eerste film werden
verder aangedikt voor de volgende delen.

Bij die elementen horen ook het latente racisme en seksisme dat
sommige delen van de reeks beïnvloedde. Niet dat de makers bewust
racistisch of seksistisch te werk wilden gaan, maar de Bondreeks
belichaamt wel (nog steeds) een mannelijke fantasie: James Bond is
de ultieme macho-man, die kan drinken zonder dronken te worden, kan
roken zonder kanker te krijgen en die elke vrouw kan krijgen waar
hij naar kijkt. In deze film komt dat er in de praktijk op neer dat
Bond behoorlijk neerbuigend doet tegenover de mensen die hem
omringen. Bondgirl Honey Rider verdient haar kost door schelpen te
verzamelen, en heeft al haar kennis van de wereld uit een
encyclopedie. Je ziet Bond naar haar kijken met zo’n blik van
“leuke tieten, geen verstand – my kinda girl!” Op Jamaica
wordt Bond geholpen door Quarrell, een plaatselijke (zwarte)
visser, die zijn werkwoorden verkeerd vervoegt (“You likes good
eatin’?”)
en gelooft in draken. Tussen die twee figuren – de
vrouw en de neger – neemt Bond dan vanzelfsprekend de functie van
verantwoordelijke volwassene op, die hen moet verzekeren dat draken
niet bestaan en dat alles wel goed zal komen. Dat zegt wellicht
meer over de tijd waarin de film werd gemaakt dan over de mensen
die erachter zaten. Dit was het Playboy-tijdperk, kort voor de
seksuele revolutie en de mensenrechtenbeweging op gang kwamen. Het
was een white man’s world, en de vroege James Bondfilms
belichamen die wereld helemaal. Vandaar ook dat ‘Dr No’ beschouwd
kan worden als een tijdsdocument.

Opvallend voor ‘Dr No’ als afzonderlijke film, is hoe low
key
de film wel is. Geen gadgets, op de keper beschouwd weinig
actie, een opmerkelijk laag tempo en vooral een erg kleine rol voor
de Bondgirl én voor de slechterik. Ursula Andress rijst pas na een
dik uur uit de zee, Joseph Wiseman als Dr No zelve heeft eigenlijk
maar één grote scène, meer niet. Waar de reeks in latere jaren vaak
de neiging vertoonde om zover mogelijk over de top te gaan (het
budget liet tóch alles toe), is dit een zeer ingehouden,
conservatieve actiefilm.

De rol die ‘Dr No’ speelde in de filmgeschiedenis hoeft trouwens
niet te betekenen dat u verplicht bent om de prent serieus te nemen
– ‘Dr No’ is in feite niet zo’n gek goeie film, die heel wat
camp value bevat. Wat dacht u van een scène waarin een
hulpje van de slechterik door een megafoon spreekt, vervolgens die
megafoon van z’n lippen weghaalt, en nog steeds met diezelfde luide
nasale stem blijft spreken? Of de naïeve versie van
anti-radioactiviteitspakken die hier gebruikt worden (eigenlijk
gewoon enorme condooms)? Mijn favoriet is echter het einde in Dr
No’s controlekamer, een constructie die duidelijk uit karton is
opgetrokken (de deuren wiebelen nét niet), maar die voor de sixties
behoorlijk futuristisch moet hebben aangedaan. Mensen lopen over en
weer, draaien aan wieltjes die nergens toe dienen, lichtjes
flikkeren zinloos aan en uit. Wanneer Bond een andere man plots
neerslaat, lopen er pakweg vijftig mensen rond die hem zouden
kunnen overmeesteren, maar wat doen al die mensen? In paniek
schieten en wild over en weer rennen. D’uh.

‘Dr No’ was de eerste, maar lang niet de beste aflevering uit
een filmreeks die later nog veel betere dingen zou voortbrengen (en
nog veel ergere, toegegeven). Z’n waarde in de filmgeschiedenis en
als tijdsdocument is evenwel onontkenbaar, en wees eerlijk: wie
geniet nu niet van om Sean Connery met z’n debonaire smoel de
woorden “Bond. James Bond” te horen zeggen?

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

vijftien + acht =