Lullabye Arkestra :: Ampgrave

Huizen van vertrouwen bouwen doorheen de jaren hun cliënteel op. Mond-tot-mondreclame gekoppeld aan een continue stroom van kwaliteit, blijft de beste marketing die er is. Constellation is een dergelijk huis van vertrouwen.

Maar nadat het label jarenlang grossierde in postrock en zijn derivaten durft het nu al eens verder te gaan. De voorzichtige electro van Polmo Polmo en de klagende klezmer van Black Ox Orkestar behoorden tot de eerste uitstappen, Carla Bozulich volgde. Het enige echte buitenbeentje binnen het geheel was evenwel het teleurstellende Glissandro 70. Met Lullabye Arkestra waagt het label opnieuw een gedurfde maar ook geslaagde gok.

Lullabye Arkestra bestaat net als Esmerine en Hangedup uit een duo (man en vrouw), maar daar stopt ook onmiddellijk elke gelijkenis. Justin Small (Do Make Say Think) en Katia Taylor willen immers geen klassieke variant op postrock brengen, noch experimenteren met klanken en structuren, maar wel een avondje ongegeneerd rocken. Uit alle poriën zwetende, pure onversneden rock-’n-roll wordt hier geserveerd. Schuif de tafels en stoelen dus maar aan de kant en snoer die luidruchtige Italiaan de mond, want de garagerock heeft Canada bereikt.

"Unite!!!" geeft een valse start met enkele breed uitwaaierende violen en blazers maar barst dan open in een heroïsche song waar de nu weemoedige blazers en een smerig klinkende bas de start geven. Meerstemmig gebrul en een in distortion verzuipende basgitaar gaan het gevecht aan met strijkers en violen. Postrock-’n-roll wordt boven de doopvont gehouden. "All I Can Give You" giet er meteen een flinke scheut soul over. Taylor en Small huilen tegen elkaar, de blazers (trompet en sax), orgel en het Chorus Oblivia maken het werk af.

In "Hold On" wordt die dronkemansromantiek netjes gedumpt voor een meeslepende brok lillende rock. De sax wordt gemarteld, de instrumenten afgebeuld en de stembanden knappen net niet. Fuck yeah! Een nieuwe portie Brylcreem wordt door de haren gestreken vooraleer de benen (en andere lichaamsdelen) de lucht in vliegen tijdens de retrotrip van "Y’ Make Me Shake".

Na zoveel geweld is een "trage" vereist, zo wil de traditie. Werden de vrouwen een tel geleden nog schaamteloos door de lucht gegooid, dan worden ze nu iets dichter aangehaald tijdens de sleper "Come Out, Come Out". Maar stoere jongens blijven stoere jongens. De dragrace krijgt een overstuurde soundtrack mee met het op hol geslagen "Nation Of Two" dat The White Stripes’ oudere en snoeiharde werk reduceert tot kinderliedjes. Er bestaat geen twijfel over wie dit spelletje Chicken gewonnen heeft.

Ook "Bulldozer Of Love"— wat een titel! — maakt zijn naam waar. De bas zit tot aan de knieën in de modder en de saxofoon wil vooral aantonen dat ook volslagen nitwits iets uit het instrument kunnen persen. Dat er onderhuids een pracht van een melodie in de song zit, doet er even niet toe. Een laatste welgemikte trap onder de kont komt er in het broeierige "Ass Worship" dat een laatste keer loos mag gaan, met de passie en hunkering van een kontenfetisjist op een "Big Momma"-avond.

Op Ampgrave worden geen klanktapijten geweven, laat staan dat er ijle melodieën aan bod komen. Hier is het rock and roll around the clock. Smeriger dan The White Stripes ooit klonken, maar minstens even aanstekelijk en catchy, bewijst Lullabye Arkestra dat rock allesbehalve dood is. Haal die hoepelrokken en leren jekkers maar uit de kast, want "rock is here to stay".

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

1 − 1 =