Will Samson + Do Make Say Think :: 26 mei 2013, De Kreun

Geen nieuwe plaat, geen nieuwe nummers, geen jubileumviering van een iconische plaat, kortom: geen speciale reden. Do Make Say Think werd uitgenodigd om te spelen op beide Primavera Festivals in Barcelona en Porto en besloot er dan maar een korte West-Europese tour aan te breien die hen zondagavond ook in De Kreun in Kortrijk bracht.

Vier jaar geleden speelde de band daar nog een dijk van een optreden tijdens hun tour voor recentste plaat Other Truths die nu nog geregeld in postrockkringen wordt aangehaald als quasilegendarisch, waardoor het nu uitkijken was of ze die prestatie zouden evenaren. Eerste vaststelling alvast: deze keer namen de Canadezen geen eigen zijprojecten mee als voorprogramma maar werd het aan De Kreun zelf overgelaten om een geschikte support te zoeken. Die vonden ze in Will Samson, een Britse jongeman die muziek maakt ergens tussen singer-songwriter, lichte ambient en postrock, waarmee hij vooral voor zijn recente tweede plaat Balance mooie kritieken kreeg.

Live werd de schuchtere jongeman ondersteund door twee gastmuzikanten die vooral extra accenten gaven bij Samsons ijle, uitgestrekte songs maar nooit de voorgrond namen. Dat doet Samson immers al genoeg met zijn falsetstem en galmend gitaarspel, dat meermaals doet denken aan het recente werk van Sigur Rós op Valtari door de koppeling van traag kabbelende sferen aan een hoge sirenenstem. Hier en daar dreigde Samson in dezelfde valkuil te trappen als de IJslanders, en verzandde de muziek soms in saaie druilerige ambient op het randje van new age, maar in het algemeen was dit zeker een verdienstelijke set van een in het oog te houden artiest.

Samson was zelf bijzonder opgetogen het voorprogramma te mogen spelen van Do Make Say Think, een band waar hij al jaren fan van is. In dat enthousiasme kunnen we hem enkel maar gelijk geven, slechts weinig bands kunnen namelijk een dermate consistente output voorleggen als het vijftal uit Toronto. De band surfte mee op de postrockhype van begin jaren 2000, niet in het minst doordat ze getekend werden bij Constellation, met enkele opmerkelijke platen waarin jazzritmes op boeiende wijze aan de gekende crescendotechniek, die toen in volle opmars was, werden gekoppeld. Hoewel die basissound is gebleven, viel op recent werk tegelijkertijd toch op dat de band zijn sound alsmaar meer is gaan openbreken, met vooral een met folk flirtend You, You’re A History In Rust uit 2007 als hoogtepunt.

Het was dan ook opvallend te noemen dat Do Make Say Think die avond vooral uit ouder werk putte, met een sterke nadruk op doorbraakplaten &Yet &Yet en Goodbye Enemy Airship, The Landord Is Dead terwijl uit You, You’re A History In Rust zelfs helemaal niets werd gespeeld en de andere twee recentste platen elk maar met een nummer vertegenwoordigd waren (“Do” uit Other Truths en “Fredericia” uit Winter Hymn, Country Hymn, Secret Hymn). Ook opmerkelijk: stond de band er in 2009 nog met een aantal versterkende muzikanten, dan stonden ze er nu slechts met het kernkwintet, bij een handvol nummers aangevuld met een extra muzikant op trompet en synths.

Je zou kunnen verwachten dat een dergelijke bezetting en setlist terug zouden keren naar een soort gebalde oersound, ontdaan van arrangementbelast waardoor de band op volle kracht kan spelen met enkel de gekende andere muzikanten. Dat bleek helaas niet het geval te zijn. Van de volle sound die hun optreden vier jaar geleden tot een bescheiden mokerslag maakte, bleef maar weinig over, en de belofte van de uit duizend herkenbare bassist Charles Spearin — steevast met snor en petje — dat ze ons “into happiness” gingen “punchen” aan het begin van de set, bleek in zekere mate loos.

Niet dat de band slecht speelde, maar een band in topvorm kon dit evenmin genoemd worden. Zo werden “Do” en “Auberge Le Mouton Noir”, nochtans beide potentiële knallers van formaat, aan het begin van de set in nogal makke, soms zelfs rommelige versies gespeeld. “Reitschule”, doorgaans een hoogtepunt van jewelste, was ook hier maar een gedeeltelijke overwinning waarin de vloeiende gemoedswisselingen, nochtans dé troef van de band doorheen hun rijke oeuvre, soms aanvoelden als het doorlopen van een formule.

Hier en daar waren er gelukkig wel momenten waarop we Do Make Say Think hoorden zoals ze op hun beste momenten klinken. Het einde van “Fredericia”, misschien wel het nummer dat de band het beste samenvat, was zo een wervelende finale van noise, groove en melancholie. Ook in de bis “Minmin” leek de band opnieuw bezeten van het heilige vuur dat elders wat meer zoek was. Tussen die twee nummers was het duo “The Landlord Is Dead” en “Goodbye Enemy Airship” dan wel niet de bom die het kon zijn, maar wist het nog steeds moeiteloos de luisteraar in een repetitieve maalstroom van stijgen en dalen mee te sleuren. Op die manier wist de band in het laatste half uur van de show toch nog te overtuigen.

Ook een degelijke Do Make Say Think blijft dus nog steeds erg de moeite, al was het geen herhaling van het feestelijk dansen op het graf van de postrock dat de band hier vier jaar geleden afleverde. Het songmateriaal dat ze doorheen hun bijna twintigjarige bestaan hebben bijeen geschreven blijft immers ver boven dat van het gros van de hedendaagse postrockbands uitsteken en zelfs op automatische piloot blijft de uitstekende interactie tussen de band met de rollende baslijnen van Charles Spearin en de zich verwevende ritmes van de twee drummers als ankerpunt indrukwekkend. Maar misschien wordt het maar eens tijd voor een nieuwe plaat, zodat een volgende tour er opnieuw een kan zijn waarbij met vol enthousiasme vooruitgekeken wordt.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

elf + drie =