The Wicker Man




102 min. /
USA / 2006

Nicolas Cage heeft het niet makkelijk dit jaar. Is hij nog maar
net ontsnapt aan de puinhoop van ‘World Trade Center’ (de
conditie van de gebouwen was een prachtige metafoor voor die van de
film), en hier draaft hij alweer op in ‘The Wicker Man’, een
overbodige remake van de gelijknamige film uit 1973. Die eerdere
versie was welbeschouwd niet veel om over naar huis te schrijven,
maar was zo terminaal weird dat hij toch is uitgegroeid
tot een soort van klassieker. Als mengvorm van occulte thriller,
onderkoelde komedie en zelfs folkmusical (jawel!), was die
seventies classic eigenlijk een janboel van jewelste, maar
je kon onmogelijk zeggen dat hij saai was en Britt Ekland liep er
op tijd en stond al eens naakt voorbij. Wat wil een mens nog
meer?

In deze update krijgen we Cage als Edward Malus, een flik die op
een dag een brief krijgt van Willow, een oud lief. Zij woont
tegenwoordig op het eilandje Summers Isle en roept Edwards hulp in
nadat haar dochtertje Rowan spoorloos is verdwenen. Wanneer Edward
aankomt op Summers Isle, komt hij al snel tot de conclusie dat de
gehele bevolking er integraal een slag van de molen heeft gekregen.
Hij treft er alleen vrouwen (de mannen zitten collectief in een
café troosteloos en stilzwijgend voor zich uit te staren), die
elkaar allemaal “zuster” noemen en op een negentiende eeuwse manier
van de honingteelt leven. (Het lijkt wel ‘The Village’, maar dan
nóg onnozeler.) Telefoons, auto’s of andere parafernalia van de
moderne wereld zijn er in geen velden of wegen te bekennen.

Edward begint aan zijn onderzoek, en stuit op die manier op een
eigenaardig complot dat vanalles te maken heeft met de verering van
heidense goden, de dominantie van het vrouwelijke en barbaarse
rituelen. Om u een idee te geven: tegen het einde zien we Ellen
Burstyn (die van ‘The
Exorcist’
en ‘Requiem For A Dream’) in
een wit gewaad door een veld ronddartelen, haar gezicht half wit,
half blauw geschilderd als was ze een doodgewone voetbalsupporter,
terwijl ze dingen zegt als “The drone must die!” Daar
moet je dan 74 voor geworden zijn.

Ik veronderstel dat dat allemaal héél diepzinnig bedoeld is, als
een soort van mannelijke nachtmerrie van een ver doorgedreven
onafhankelijke vrouwelijke seksualiteit. Nicolas Cage loopt een
plaatselijk schooltje binnen om tijdens een les te horen hoe mannen
als “levende fallussen” worden omschreven (een omschrijving die
trouwens in veel gevallen niet ver bezijden de waarheid is).
Tijdens een conversatie met Burstyn (de leidster van het eiland),
zegt zij onomwonden dat mannen goed behandeld moeten worden omdat
ze nodig zijn voor de voortplanting. “We zijn rechtvaardig voor
onze mannen, maar we onderwerpen ons niet aan hen,” legt ze uit. Op
die manier neigt ‘The Wicker Man’ in de richting van een parodie op
het klassieke rollenpatroon, met mannen die zich volledig dienen te
onderwerpen en alleen goed zijn om kinderen te kweken, en vrouwen
die verder het hele leven bepalen. In die thematiek merk je zelfs
vage overtonen van Ira Levins satirische thriller ‘The Stepford
Wives’ (een boek dat u absoluut niet dient af te rekenen op de
verschrikkelijke verfilming ervan die een paar jaar geleden
uitkwam).

Enfin, het hàd dus allemaal wel wat te betekenen kunnen hebben,
als regisseur Neil LaBute het niet zo onwaarschijnlijk had laten
evolueren in de richting van zuivere camp. De gillers zijn
nauwelijks te tellen: Cage die z’n pistool trekt om één van de
vrouwen van haar fiets af te krijgen (Step away from the
bike!),
een hardhandig treffen tussen hem en Leelee
Kick-ass karate girl Sobieski en zowat het gehele laatste
half uur – het is allemaal lachen geblazen. Soms zou je bijna gaan
twijfelen of LaBute het opzettelijk doet – als je je held in een
berenkostuum laat opdraven, dan vrààg je er toch gewoon om? – maar
ik vrees toch een beetje dat ‘The Wicker Man’ vooral een pareltje
is van onbedoelde humor.

Enige spanning valt er in ieder geval niet te bespeuren. ‘The
Wicker Man’ valt continu in herhaling, met de éne scène na de
andere waarin Cage doorheen duistere schuren, bossen of meertjes
loopt nadat hij denkt het verdwenen kind gezien te hebben (Cage
roept bij benadering 738 keer op een wanhopige toon de naam “Rowan”
uit). Dat wordt dan weer afgewisseld met zwart-wit flash
backs
naar de openingsscène, die in feite absoluut overbodig
zijn en het ritme van de film behoorlijk verstoren.

Het valt moeilijk te geloven dat Neil LaBute hiervoor
verantwoordelijk is geweest. De man maakte eerder al interessante
werkjes als ‘In the Company of Men’ en ‘Nurse Betty’ – misschien
geen perfecte films, maar wel boeiende werkstukken die
intelligentie en talent suggereerden. Waarom hij deze nonsens in
elkaar heeft gebokst is een vraag waarover filmliefhebbers nog lang
zullen discussiëren. In de cast krijgen we behalve van een
hysterische Ellen Burstyn ook een prachtig staaltje overacting van
Nicolas Cage, die nog eens al z’n neurotische tics boven mag halen
en zich nergens, maar dan ook nergens inhoudt. Een scène waarin hij
zijn oude vriendin Willow confronteert met een verbrande speelpop
mag nu al klassiek genoemd worden. Cage’s gezicht trekt spastisch
samen en speeksel vliegt alle richtingen uit terwijl hij jankend
van frustratie herhaalt: “How’d it get burned, how’d it get
burned, how’d it get burned?!”
Enzovoort.

Op sommige films zouden ze een three drink minimum
moeten zetten. ‘The Wicker Man’ lijkt me ideaal kijkvoer in licht
beschonken toestand, maar nuchter zou ik er zo ver mogelijk van weg
blijven.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

vijf − 2 =