Borat




82 min. / USA
/ 2006

De volledige officiële titel is: ‘Borat: Cultural Learnings of
America for Make Benefit Glorious Nation of Kazakhstan’, maar zo
gauw een titel meer woorden bevat dan er nodig zijn om de plot uit
te leggen, denk ik dat het veroorloofd is om ‘m in te korten. Het
was een riskante onderneming voor komiek Sacha Baron Cohen om zijn
typetje Borat te vertalen naar een groot scherm. Wat tien minuten
lang werkt op tv, werkt immers niet noodzakelijk anderhalf uur lang
in de cinema, én Cohen had dan nog de kater van ‘Ali G Indahouse’
te verwerken, een film die zowel een artistieke als commerciële
flop was geworden. Maar kijk, soms valt het mee. Misschien zat het
probleem met de ‘Ali G’ film ‘m wel gedeeltelijk in het feit dat
het typetje onderhand zodanig bekend was, dat Cohen er voor de film
niets verrassends meer mee kon doen. We kenden de grap al, nog voor
hij ze verteld had. Borat, daarentegen, heeft nog manoeuvreerruimte
– de mensen kennen hem misschien wel, maar de grenzen van het
personage zijn nog niet helemaal afgebakend. Komt daar nog bij dat
Cohen ditmaal zijn personage niet in de dwangbuis van een
geforceerde plot probeert te duwen, maar gewoon de krachten van
zijn tv-optredens verder uitbuit, door nietsvermoedende
slachtoffers te confronteren met zijn geïmproviseerde vetzakkerijen
als de Kazakhstaanse reporter.

De film wordt opgehangen aan het idee dat Borat van de overheid
van Kazakhstan de opdracht krijgt om naar New York te vliegen en
daar een documentaire te maken over het leven in Amerika. Nadat hij
een aflevering van ‘Baywatch’ ziet, wordt Borat echter
ogenblikkelijk zo geil als een otter van Pamela Anderson en besluit
hij haar op te zoeken in Californië. En zo volgt er dan een lange
trip dwars door Amerika, waarin Borat gaandeweg iedereen schoffeert
die zich aandient. Met zijn gebrekkig Engels, zijn obsessie voor
alles wat maar met seks te maken heeft en zijn waanzinnige angst en
haat voor joden test hij constant de grenzen van wat anderen van
hem pikken.

Voor wie het tv-programma nooit heeft gezien: het basisidee is
dus dat Sacha Baron Cohen in de gedaante van Borat gaat proberen om
mensen te choqueren. ‘Borat’ de film is eigenlijk een
aaneenschakeling van dergelijke sketches, die vaak een zeer
onthullende spiegel voorhouden van wie we zijn en hoeveel (of juist
hoe weinig) we nodig hebben om ons kwaad te kunnen maken. In de
metro van New York is het al voldoende dat hij op een vreemde
afstapt en zegt: “Hello, my name is Borat” – de
aangesprokene staat onmiddellijk recht en dreigt op zijn smoel te
slaan. En hij méént het. Maar anderzijds kan Cohen in de Zuidelijke
staten doodgemoedereerd een wapenwinkel binnenstappen en daar
rustig vragen “welk geweer het beste is om joden neer te schieten”.
De wapenverkoper vertrekt geen spier en zonder er ook maar een
seconde over na te denken antwoordt hij: “een negen millimeter”.
Dan zit ik mij af te vragen of die man überhaupt wel geregistreerd
heeft wat hij juist heeft gehoord en zo ja, of hij misschien af en
toe gaat jagen met Mel Gibson.

Op die manier trekt Cohen/Borat het land door en confronteert
hij mensen met hun eigen vooroordelen en bekrompenheden. Soms moet
hij er zelf niet eens zoveel voor doen: op een rodeo in Texas
krijgt hij van een ouderwetse extreem-rechtse shitkicker
te horen dat hij best z’n snor kan afscheren: “Als ik je zie met
die snor, denk ik meteen dat je een moslim bent en zit ik al te
kijken waar je bom verstopt zit.” Cohen pikt direct er direct op in
en verandert het onderwerp naar homoseksuelen. “In mijn land ga je
daarvoor naar de gevangenis.” De Texaan knikt. “Hang ‘m
all,”
zegt hij, zonder een spoortje ironie.

Cohen gaat soms zo onwaarschijnlijk ver in zijn provocaties van
de goegemeente dat je je de helft van de film lang zit af te vragen
wat nu echt is, en wat geënsceneerd. Van sommige scènes is dat zeer
duidelijk: de interviews met feministen (waarin Borat onbedaarlijk
begint te lachen om het idee dat vrouwen evenwaardig zijn aan
mannen), het aanspreken van wildvreemden op straat in New York,
Borat op de rodeo en op een misviering van fireball
preachers,
dat is duidelijk allemaal echt. Hoe hij daar elke
keer is weggeraakt zonder gelyncht en/of gearresteerd te worden, is
dan weer een andere vraag. Een scène met studenten in een mobilhome
en uiteraard alle momenten waarin Borat met een beer rondrijdt (een
beer? Ja, een beer) zijn dan weer allemaal in scène gezet, dat
spreekt ook voor zich. Maar hoe zit het met een sequens waarin hij
dineert bij een poepsjiek gezin? Of een scène waarin hij de nacht
doorbrengt bij een joods koppel? Om nog maar te zwijgen van dat
einde. Hoe extremer Cohen wordt, hoe belangrijker die vraag
wordt.

De kracht van het typetje Borat is dat hij zichzelf opstelt als
de zwakkere partij. Hij presenteert zich als iemand die eigenlijk
alleen maar vriendelijk wil zijn en constant z’n uiterste best doet
om iedereen te plezieren. Daarmee kweekt hij aanvankelijk enorm
veel good-will bij z’n slachtoffers, die geneigd zijn om hem erg
veel te vergeven. Oké, hij is dan misschien wel grof en onbeleefd,
maar hij bedoelt het allemaal wel goed – hij weet alleen niet
beter, omdat de culturele verschillen zo groot zijn. En dan daarna
drijft Cohen het consequent zó ver dat zelfs de mildste mensen hem
op z’n kont buitensmijten.

Met dat alles zou je bijna gaan denken dat ‘Borat’ het één of
ander cultureel-sociologisch experiment is. Zo gek ben ik nog niet,
maar zoals mijn held Homer Simpson zou zeggen: it’s funny
’cause it’s true.
Feit is dat de film wel iets zegt over hoe
de Amerikaanse maatschappij functioneert – die rodeosequens is daar
wellicht het beste voorbeeld van, een bijtend stukje satire dat
boekdelen spreekt over de mentaliteit van de mensen die daar waren.
Maar laat u vooral niks wijsmaken: ‘Borat’ is allesbehalve
fijnzinnig in z’n gevoel voor humor, en een groot deel van de
grappen is zo plat als Justine Henin: Borat die zich en pleine
publique
staat af te trekken voor een ondergoedadvertentie of
in z’n nakie een uitgebreid gevecht voert met zijn moddervette
vriend (testikels vrolijk kletsend tegen de snor)… Echt smaakvol
kun je dat niet noemen. Normaal gezien gruw ik van dat soort humor,
maar hier zit er wel degelijk een idee achter, en de vetzakkerijen
gaan vergezeld van verdomd veel intelligentie.

‘Borat’ is waarschijnlijk één van de grappigste films van het
jaar, hoewel de lach gewoonlijk een half-gechoqueerd
“ho-ho-ho”-lachje is. Het is de verdienste van de film dat die
shock niet zozeer het resultaat is van Cohens eigen gortigheden,
maar wel van de reacties van zijn slachtoffers. Voor een volle
arena zegt hij dat Amerika Irak moet vernietigen – dat is een
beetje grappig, omdat we weten dat Cohen het ironisch bedoelt. Maar
alle aanwezigen barsten los in een wild applaus. Dat is zéér
grappig – en tegelijk ook verdomd griezelig.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

14 + twintig =