Children of Men




Eén van de meest terugkerende toekomstvisies in de cinema is een
(post)-apocalyptisch of dystopisch wereldbeeld, al dan niet direct
geïnspireerd op het werk van doemdenkers zoals Orwell, Kafka of
Huxley. ‘Brazil’,
‘The Matrix’,
‘The Terminator’, ‘V
for Vendetta’
, ‘Wie wordt de man van Wendy?’, als ze ons één
ding leren, dan is het wel dat het allemaal serieus naar de kloten
zal gaan. ‘Children of Men’ (naar de roman van P.D James) sluit
grotendeels aan bij die donkere toekomstbeelden, maar het gebeurt
zelden dat een onheilspellende voorspelling zo angstaanjagend
realistisch overkomt. Neem uw vrouwtje dus maar snel bij de hand,
ga eens goed gaan eten en geniet ervan, want voor je het weet
sukkelen we in een fascistisch wereldregime of worden we afgemaakt
door cyborgs met een Oostenrijkse tongval. Sheisse!

Het jaar is 2027. De wereld rouwt omdat de jongste mens op
aarde, de achtienjarige Diego, net is gestorven. Excuseer, jongste
mens? Achttien jaar oud? Inderdaad, de mens is namelijk druk bezig
met uit te sterven. De vrouwen kunnen geen kinderen meer kunnen
krijgen (daar sta je dan als man met je overbodige vlaggestok) en
de laatste levende generaties hebben nog een dikke vijftig jaar te
leven. Met de samenleving is het vanzelfsprekend niet goed gesteld.
Radicale groeperingen, een agressieve politiestaat,
terreuraanslagen, een niet te stuiten migratiegolf en dit allemaal
binnen een vervallen maatschappij die teert op anarchie, chaos en
destructie. Het grimmige wereldbeeld dat ‘Children of Men’ ons
voorschotelt staat zo dicht bij onze realiteit dat ze het in
sommige werelddelen al letterlijk kunnen voelen.

Clive Owen speelt Theo Faron, een triestige plant die er zich
bij heeft neergelegd dat het bijna voorbij is. Terwijl de rest van
de wereld wanhoopsdaden verricht, strompelt Theo met een
natgelebberde sigaret en een bekertje koffie door de vernielde
straten van een Londen dat meer lijkt op een oorlogsgebied. De
levensvreugde is al lang zoek en het enige wat hem nog een beetje
kan opfleuren is een bezoekje aan zijn oude vriend Jasper (Michael
Caine heerst als een John Lennon-achtige hippie) om te mijmeren
over the good old days. Tot hij op een dag ontvoerd wordt
door zijn ex-vrouw Julian (Julianne Moore), lid van een
revolutionaire groepering. Ze heeft zijn hulp nodig voor een
levensbelangrijke missie: een zwangere vrouw (Claire-Hope Ashity)
in veiligheid brengen. Voor hij het goed en wel beseft zal Theo
zijn laatste futloze krachten bijeen moeten rapen om de mensheid te
redden, en dat allemaal op zijn teenslippers.

‘Children of Men’ is zo’n zeldzaam geval waar de unieke visie
van een onafhankelijke filmmaker wordt bijgestaan door de
commerciële kracht van een big budget-studio. Nadat hij het Harry
Potter-universum een broodnodige donkere schwung gaf met ‘Azkaban’, drukt Alfonso
Cuarón ook hier zijn persoonlijke stempel op, zonder dat de
commerciële aantrekkingskracht verloren gaat. Je kunt het een
beetje vergelijken met wat Paul Greengrass heeft gedaan met
‘The Bourne
Supremacy’
, ook zo’n big-budget productie die door een
Hollywood-buitenstaander werd ingeblikt. Eigenlijk is ‘Children of
Men’ een geweldige high concept-film: De mensheid staat op
uitsterven en één man moet een bijna miraculeus zwanger geraakte
vrouw in leven houden om de wereld te redden. Geloof me, in
Hollywood kicken ze op dit soort primaire concepten. Maar laat een
talentvolle, eigenzinnige regisseur zijn ding doen met zo’n project
en je krijgt iets wat we veel te weinig zien: een mainstreamfilm
voor de meerwaardezoeker.

Want ondanks de maatschappijkritiek (migranten als beesten in
kooien!), de religieuze ondertonen en de sombere toekomstvisie
scoort ‘Children of Men’ het best als spannende actiethriller.
Eentje die zich onderscheidt omdat Cuarón het aandurft om de
genreconventies naar zijn hand te zetten. Narratief ontwikkelt
‘Children of Men’ zich als een on the move-thriller. De
hoofdpersonages hebben zelden een rustig moment en moeten constant
in beweging blijven om in leven te blijven. Het is een klassieke
formule die hier ongelooflijk efficiënt wordt uitgewerkt. En dan
vult Cuarón het aan met zijn eigen ideeën, met nuances, the
little touches.
Het blijven details, maar het maakt een wel
degelijk een verschil. Neem nu de held, Theo. Dit is geen Indiana
Jones of James Bond maar een cynische nihilist die nog geen zin
heeft om een karton melk te gaan halen, laat staan de mensheid te
redden. De manier waarop het verhaal wordt aangepakt is al even
verrassend. Geen pretentieuze preken om het publiek een geweten te
schoppen, maar satirische of zwartgallige prikken gecombineerd met
luchtige momenten, die ‘Chidren of Men’ verteerbaarder en
toegankelijker maken dan je zou verwachten. Niet iedereen zal voor
die comic relief te vinden zijn en een Michael Caine die
schetengrapjes vertelt (pull my finger, gniffel) is er
misschien wat over, maar het is verrassend hoe clever (het concept
van het mythische Human Project wordt uitgelegd via een mop) en
bevrijdend die injecties van humor zijn. Of zoals Kee, de hoop van
de mensheid het zegt: ‘ik denk dat ik m’n kind bazooka ga
noemen.’

Ook de look en stijl van de film heeft iets onconventioneels;
het is ongelooflijk knap in elkaar gestoken, maar nergens krijg je
bewust de indruk dat je naar een big budget-spektakel zit te
kijken. Met een handgehouden cameravoering (gelukkig iets minder
shaky dan die van Greengrass) en een uitgepuurde
compositie sleuren Cuarón en cinematograaf Lubezki ons mee in de
leefwereld van de protagonisten, met zenuwslopend intense
resultaten. Hallucinante oorlogsbeelden die verwijzen naar de
toestand in het Midden-Oosten, een aversie voor overdadige montage
en een voorliefde voor lange, ononderbroken sequenties. Eén stuk in
het bijzonder springt er op filmtechnisch vlak hoog bovenuit en
bewijst dat de Mexicaan visueel wel heel straffe toeren kan
uithalen. Een ellenlange ‘single shot’-take waarin Theo zich
temidden van een oorlog tussen de rebellen en de soldaten een weg
baant tussen de rondvliegende kogels en vernielde gebouwen, is een
verbluffend staaltje camerawerk. Ik weet niet hoeveel keer ze dat
stuk opnieuw hebben moeten doen, maar het het resultaat is één van
de spannendste filmfinales van de laatste jaren. Waarom? Omdat de
focus op de personages nooit, maar dan ook nooit wordt vergeten.
Hollywood, watch and learn…

De cast staat ook stevig. Zelfs als apathische treurwilg straalt
Clive Owen één en al charisma uit. Hij is de koude fucker die
steeds meer in de missie gelooft zonder dat er een obligate
loutering moet komen. En het moment dat de anders zo koele Theo in
een bos in elkaar zakt om stiekem een traan te laten is één van
vele kippevelmomenten. De steun van de bijrollen is ook niet te
onderschatten. Relatieve nieuwkomer Ashity maakt van Kee een
sympathieke meid die nooit verlegen is om haar situatie te
relativeren, een aandoenlijke Michael Caine maakt het hart van de
film nog iets groter en Peter Mullan mag een heerlijke fascist
spelen. Enkel Danny Huston’s rolletje lijkt wel in een andere film
thuis te horen en Ejiofer’s radicale rebel is nogal oppervlakkig
uitgewerkt.

‘Children of Men’ is er eentje om te houden. De boodschap is wat
vanzelfsprekend (de mens als oorlogsgeil zelfvernietigend wezen is
niet echt nieuw), maar het verhaal is zo aangrijpend dat het
doodzonde zou zijn om dit te laten schieten. En wie even niet stil
wordt bij het horen van dat verlossende babygehuil, wel, die mag
gerust in een hoekje kruipen om uit te sterven.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

twee × vijf =