The Veils :: Nux Vomica

De hoesfoto van ‘Nux Vomica’, de tweede plaat van The Veils,
verraadt dat de sfeer van de muziek niet zal schipperen tussen
optimisme en naïviteit. Finn Andrews vormt de perfecte antipode van
de gemiddelde TV Story-cover: geen zomerse klederdracht, geen
nietszeggende Mattel-glimlach, maar een dandyeske pose van iemand
die de ellende van de wereld op zijn jonge, frêle schouders torst.
Voor de ogen van de 22-jarige songschrijver hangt een Bill
Murrayiaanse waas die een verloren geloof in een mooie toekomst
herbergt. Deze licht ontvlambare cocktail van fatalisme en
maturiteit resulteert in een plaat waarop The Veils de
onvermijdelijke implosie van onze Westerse maatschappij proberen te
bezweren met passionele klassesongs. Waar hun debuut The Runaway Found nog op vergelijkingen
met Starsailor stootte, roept ‘Nux Vomica’ eerder herinneringen op
aan het beste en meest grijsrauwe werk van Nick Cave, The Triffids en Tom Waits. Voorwaar een gunstige
evolutie!

Echte artiesten kenmerken zich vaak door lef en daadkracht. Enkele
maanden na de release van The Runaway
Found
maakte Andrews dan ook tabula rasa met The Veils zoals ze
toen bestonden door zijn band aan de deur te zetten. De zoon van
Barry Andrews (ex-Shriekback en XTC) keerde van Londen terug naar
thuisland Nieuw-Zeeland om daar, wars van alle drukte en
mouwvegerij, zijn diepste zielenroerselen aan het papier en de
gitaar toe te vertrouwen. Het schrijven van de songs voor ‘Nux
Vomica’ stond gelijk aan het openzetten van de poort van zijn
persoonlijke Hades, want op deze plaat klinken The Veils rauwer en
kwader dan ooit tevoren. Andrews gaat op 22-jarige leeftijd tekeer
met de overgave van een nestor die porties miserie over zich heeft
gekregen die Job met verstomming zouden slaan.

‘Nux Vomica’ betekent letterlijk ‘notenkots’ en dat is geen toeval.
Andrews spuwt namelijk zijn gal uit over een kapotte wereld en één
van zijn voornaamste doelwitten is God. In het met een ziedend slot
gezegende titelnummer zingt Andrews het volgende: “You see my
sad wife and my high margin of profit / But you don’t care / you
don’t care”
. De muzikale omkadering van deze tirades waarvan
het arseen traag afdruipt, is niet minder venijnig. In ‘Jesus for
the Jugular’, waarin Andrews briest als Jack White op zijn meest
woedende momenten, horen we smerige bluesriffs die een macaber
huwelijk sluiten met gemartelde violen. In ‘Pan’ proberen zoete
backings Andrews tot kalmte te manen, maar hun pogingen zijn even
vruchteloos als die van weinig begenadigde priesters in The Exorcist. “There’s an angel at my
table and a devil up my sleeve”
, kreunt hij en het is duidelijk
wie de strijd wint. De song klinkt even woest als een met rode
doeken getreiterde stier en doet denken aan ‘Babe, I’m on Fire’ uit
‘Nocturama’, de voorlaatste worp van Nick Cave.

‘Nux Vomica’ mag dan soms aanvoelen als een sissende kat die uw
gezicht openhaalt met haar vlijmscherpe klauwen, The Veils zijn wel
zo slim geweest om met enkele vertederende ballads de wonden te
laten helen. ‘Under the Folding Branches’, bijvoorbeeld, is een
emotionele pianosong zoals Keane ze wellicht nooit zal schrijven en
de single, ‘Advice for Young Mothers’, is door zijn catchy
zanglijnen en spitante tekst even onweerstaanbaar als een blauwe
Chimay na een fikse stadswandeling. Ook afsluiter ‘House Where We
All Live’ zindert lang na met zijn metaforisch getinte reflectie op
deze aardkloot, verpakt in zachte, akoestische gitaarklanken en
ingetogen zangpartijen. De rustige intermezzo’s bezwangeren ‘Nux
Vomica’ met een onweerstaanbare dynamiek, die je tot vele
luisterbeurten dwingt.

Met ‘Nux Vomica’ zetten The Veils een fameuze pas voorwaarts na
‘The Runaway Found’. Na Sufjan
Stevens
heeft Rough Trade er een goudhaantje bij dat volwassen
geworden is en in de toekomst nog voor vele mooie momenten kan
zorgen. ‘Nux Vomica’ is sonische blasfemie vol passie en
doorleefdheid. Wat wil u nog meer in deze tijden van religieuze
kommer en kwel?

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

twee × drie =