Birch Book :: Vol. 1

Onlangs nog Peter, Björn & John, en nu Birch Book. Geef ons nog een paar maanden de tijd en uw favoriete muziekmagazine trekt volledig de kaart van de neofolk, het escapisme en de betere wietdampen. Tegen de release van de nieuwe Joanna Newsom (6/11) wachten we u op met volle baard, pompoenfrietjes en linzenpasta. De anticipatie!

Vol. 1 is eigenlijk al een tijdje uit, maar dat we onze tijd ervoor nemen zal ons vast niet kwalijk genomen worden door Bobin Jon Michael Eirth, beter bekend als B’eirth of Bee (vermoedelijk te danken aan zijn vader, een bijenkweker), en voormalige oprichter van psychedelisch folkproject In Gowan Ring. Bee is immers een troubadour die zich laat leiden door de natuur en de seizoenen, zich jarenlang tot de Middeleeuwen en Renaissance wendde voor inspiratie, en ongevoelig lijkt voor het ritme, de ziektes en obsessies van deze tijd.

De muziek op dit album werd opgenomen tussen 2002 en 2004 en is dan ook een ode aan de onthaasting: ingetogen en contemplatieve, tegen folk aanleunende songs die het terrein tussen Nick Drake, Donovan en verroeste folk verkennen. De vroegere, meer traditionele oriëntatie, waarmee Bee dicht bij de neofolkies van The Big Huge zat, is intussen wel ingeruild voor een sobere singer-songwriteraanpak. De man is dan wel een multi-instrumentalist, de akoestische gitaar en spaarzaam gebruikte harmonica en piano maken de kern van het verhaal uit.

Hier en daar roept de mysterieuze kwiet de hulp in van enkele vrienden: Seth Eames geeft "Eglantine", een pastorale instrumental, een bezwerend karakter door elektrische slide, terwijl Annabel Lee’s viola "Windows", de enige traditioneel aanvoelende song, opluistert. Verder is het vooral dromerige wolligheid dat de klok slaat: tijdens "How The Hours…" zit Bee door het venster naar de wolken te staren en zich af te vragen wat hij best met z’n tijd zal uitvreten. Titels als "Warm Wind And Rain" en "Leaf Patches On Sidewalks" zeggen ook genoeg. Laat het duidelijk zijn: passionele expressiviteit en engagement zijn geen bekommernissen.

En zo kabbelt Vol. 1 rustig verder, langs uitgestrekte weides, dennenwouden en ander met dauwdruppels bedekt groen. "Easy To Live" heeft nog wat van Neil Youngs After The Rush, maar verder valt er weinig memorabels te rapen, tenzij je de pruttelende koffiemachine van "Coffee Morning" een prima idee vindt. Nergens irriteert de plaat: Bee heeft een aangename stem (die doet denken aan Chris Goss), het geluid is prima en de songs gaan erin als auraal behang. Maar laat dat nu net het probleem zijn: de afwezigheid van weerkhaakjes, uitgesproken passie en opvallende momenten zorgt voor een degelijke, maar onopmerkelijke reeks songs.

Vol. 1 mist de charme en coherentie van een goed album, en is gedoemd niet verder te geraken dan een inner circle van fans, sympathisanten en liefhebbers van oefeningen in gezichtsloos vakmanschap dat door de heropleving van de 60s folk weer verkoopbaar is geworden. Geen ramp, maar we hebben er geen idee van waarom u niet zonder zou kunnen. Omdat het van Bee ook niet zo nodig moet?

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

een × twee =