The Zutons :: Tired Of Hanging Around

Het stond van tevoren al vast dat The Zutons grof geschut nodig zouden hebben om de verwachtingen in te lossen. Met z’n vijf Top 40-singles was Who Killed The Zutons? voor velen de soundtrack bij de zomer van 2004, maar hetzelfde lot zal Tired Of Hanging Around niet gegund worden. En het ligt écht niet aan de zomer.

Het debuut had precies de juiste troeven én mankementen om op zo’n grote schaal aan te slaan: het was een ondoordacht album, jeugdig en ongeduldig, met ruwe kantjes die de vitaliteit ervan enkel onderstreepten. Hoewel zanger/gitarist Dave McCabe nog steeds maar vierentwintig is, is net dat frisse aspect van de band minder overtuigend. Toegegeven, in onze platenkast steken we dit album bij de zonnige pop van The Thrills en stadsgenoten The Coral, maar wat deze vijf Liverpudlians met producer Stephen Street (The Smiths, Blur, Kaiser Chiefs) in mekaar gestoken hebben, is een aanstekelijk en rockend album, dat echter niet kan verbergen dat er misschien wat te veel en te lang aan gesleuteld is én dat het te weinig straffe songs bevat om te imponeren.

Het gespierde titelnummer laat horen dat de band nog steeds de mosterd haalt bij een paar decennia popgeschiedenis, maar dan zonder de verplichting steeds Brits te moeten klinken. Met z’n strakke ritme en catchy powerpoprefrein zit de band dichter dan ooit tegen The Cars. Sixties- en seventieshelden hebben hun sporen nagelaten, terwijl de sax van Abi Harding, die nog wat prominenter aanwezig had gemogen, het geheel een tikje soul, glam of jazzy pop meegeeft. Het best zijn The Zutons nog steeds als ze songs afleveren waarbij het gezellig dweilen is: "It’s the Little Things We Do" verklaart de oorlog aan een zware kop, met gezwinde riffs die zich tegen de retrorock van The Mooney Suzuki aanschurken, terwijl het tussen onnozel en onweerstaanbaar wiegende "Valerie" met z’n saxaccenten de soulpop van Dexy’s Midnight Runners oproept.

Eerste single "Why Won’t You Give Me Your Love" zit een beetje verderop even cool te wezen en valt op door z’n klassieke tegenstelling tussen muziek (luchtig) en tekst (creepy). Het klinkt als de opener van een tuinfeest, maar dan met beloftes als "I’ll chain you up, I make you mine, I keep you locked downstairs, with all the bugs and all the gnats". Hetzelfde recept wordt aangewend in "You’ve Got A Friend In Me": geen Bond Zonder Naam-spreuken, maar een onvervalste stalkersfantasie. Het probleem is echter dat McCabe het niet overtuigend weet te brengen: er wordt te veel in het gelid gemarcheerd, het is te netjes, te mooi binnen de lijntjes, en te vergezocht. Een gimmick grand cru.

Het speelse "Secrets" met z’n Eric Burdon-imitatie is nog prima, maar daarna is het vet echt wel van de soep. Het dromerig refreintje van "How Does It Feel?" deed ons even denken aan het onterecht vergeten The House Of Love (wie kent hen nog?), maar wordt dan vakkundig de kop ingedrukt door krampachtige uithalen en een foute climax. Rest er nog: "Oh Stacey (Look What You’ve Done)", een verleidelijk brokje soulpop à la Mink Deville voor de betere cocktailparty. Prima nummer, maar een beetje onwennig tussen de afgelikte designsongs waardoor het omringd wordt. We hoorden dit jaar trouwens al betere retro op People Gonna Talk van James Hunter.

Met Tired Of Hanging Around zijn The Zutons in de klassieke val getrapt: too much, too soon, en te afgelikt. Het is een professioneel, vakkundig geproduceerd product, maar laat dat nu net zijn waar we niet op zaten te wachten. Minder berekening en meer risico’s, graag. Al bij al is het best een degelijke plaat, maar met de vloed aan goede tot uitstekende platen die ons de komende maanden ongetwijfeld nog staan te wachten, is dat niet goed genoeg. Zand erover, op naar de derde.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

tien − 1 =