The Zutons :: Tired Of Hanging Around

Een groep die tot voor kort hoog bovenaano ns verlanglijstje stond
voor Rock Xavier-Pascal, het privé-festivalletje dat we ons in onze
wildste dromen wel eens durven organiseren, waren de Liverpoolse
Zutons. Twee jaar geleden schonken zij ons met ‘Who Killed… the
Zutons’ een uitstekende debuutplaat, boordevol aanstekelijke
sixtiespop- en rock (aangelengd met een stevige scheut funk en
soul). Het album vond in eigen land gretig aftrek en bombardeerde
de band meteen tot regelrechte concurrenten van hun labelgenoten en
beschermheren van The Coral. Een uitgebreide tour – een
aaneenschakeling van uitbundige feestjes – volgde, en pas eind
vorig jaar vonden ze een gaatje in hun agenda om de studio in te
duiken voor een opvolger. Er was voldoende nieuw materiaal
voorhanden en als muzikanten betekende de ‘never ending
tour
‘ (die enkele keren een verlengstuk kreeg) een enorme
sprong voorwaarts voor de band. Niets hield hen tegen om een kanjer
van een plaat te maken.

Maar… Er is nog altijd zoiets als het ‘moeilijke tweede
plaat’-syndroom: een cliché zo hoog als een huis, maar jammer
genoeg ook een waarheid als een koe. Op dit moment spookt het door
de hoofden van al die jonge bandjes die het afgelopen anderhalf
jaar uitpakten met een schitterend debuut. Voor velen wordt het
erop of eronder: The Downward
Spiral
omzeilde de klip al met succes, maar The Ordinary Boys
bijvoorbeeld bezweken onder de druk en stelden met hun tweede
behoorlijk teleur. Waarom halen we net deze band aan? Omdat zij net
als The Zutons voor de opvolger van hun debuut met Stephen Street
werkten, de man die niet alleen The Smiths, Blur en Kaiser Cheifs bijstond, maar anderzijds
ook medeplichtig is aan werk van o.a. The Cranberries. Een
topproducer is dus geen garantie voor een spetterende plaat. Want
wanneer het songmateriaal maar middelmatig is of zelfs ronduit
zwak, dan mag zelfs onze-lieven-heer achter de knoppen zitten: van
een ezel maak je geen renpaard.

Ook bij The Zutons is het frisse is er af, zoveel is duidelijk,
maar hoe komt dat en aan wie ligt dat? Niet alleen aan Stephen
Street. Tired of touring around? Zeker is dat de band met de
allerbeste bedoelingen aan de opnames is begonnen. Vermoedelijk
wilden ze het ijzer smeden terwijl het heet was en zo snel mogelijk
een opvolger klaar hebben, met pakkende en/of opzwepende songs en
een gelaagde, rijke sound. Probleem is dat ze té hard hun best
hebben gedaan: elk gaatje werd dichtgeplamuurd, met als resultaat
songs die kreunen onder en stikken in hun eigen arrangementen. Niks
werd aan het toeval overgelaten en dat is zonde: wég is de
spontaneïteit van ‘Who Killed… the Zutons’. Bovendien zit de
schoonheid van de songs verborgen achter een veel te dikke laag
make-up. Een beetje cosmetica om foutjes en oneffenheden te
verhullen, doet vaak wonderen, maar trop is te veel. Eigenlijk
zouden we graag eens de (ruwe) demo’s horen om te oordelen over de
intrinsieke sterkte van de songs, nu komt het allemaal nogal
artificieel over.

Op de titeltrack, ballad ‘Valerie’, meezinger ‘Secrets’, en ‘Oh
Stacey (Look What You’ve Done)’ na blijft er al bij al veel te
weinig aan onze hersenschors plakken om daar een hele dag na te
zinderen. Nochtans, slecht is het allemaal niet. ‘Tired of Hanging
Around’ herbergt geen enkel echt zwak nummer, maar ook geen instant
klassieker. Het lijkt wel alsof er met een computerprogramma elf
onderling verwisselbare Zutons-songs werden gemaakt. Het enige
oprechte op de cd zijn dan ook de knappe, bij momenten grimmige
teksten van zanger Dave McCabe, die contrasteren met de
feelgood-pop van zijn band.
Geen opwinding dus, maar behalve bij ‘Someone Watching Over Me’ (de
titel alleen al) hebben we ons ook nergens geërgerd. En dat is
misschien het ergste: het doet ons nauwelijks wat, niet in
positieve maar evenmin in negatieve zin.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in