Lucky Number Slevin




Goed nieuws voor degenen die er echt maar geen genoeg van kunnen
krijgen: Tarantino-wannabe nummer 11.278 is bij deze
opgestaan. Paul McGuigan, die eerder het niet bepaald memorabele
‘Wicker Park’ regisseerde, komt
aanzetten met ‘Lucky Number Slevin’, zonder twijfel eigenaar van de
domste titel die we dit jaar zullen tegenkomen. De film is
opgetrokken uit bizarre personages die funky dialogen
spuien, hypercool geweld, een ingewikkeld “wie bedriegt nu
wie”-verhaal en quasi-hippe verwijzingen naar de films van
Hitchcock en stripverhalen. Weinig nieuws onder de zon dus. Nét nu
Guy Ritchie zijn carrière definitief ten grave had gedragen met het
onbekijkbare ‘Revolver’, staat er
hier alweer iemand anders nadrukkelijk naar de kroon van
ersatz-Tarantino te dingen. McGuigans poging is dan wel lang niet
zo irritant als de onsamenhangende probeersels van Ritchie, maar
het blijft een scheet in een fles.

Josh Hartnett speelt Slevin Kelevra, een jongeman die buiten zijn
onfortuinlijke naam nog heel wat andere problemen heeft: hij werd
ontslagen, om vervolgens thuis te komen en zijn vriendin in bed te
betrappen met een andere man. Vervolgens kwam hij naar New York om
steun te zoeken bij zijn vriend Nick, maar werd hij overvallen.
Slevin zit net uit te puffen op de flat van de afwezige Nick,
wanneer er twee gangsters op de deur kloppen. Blijkbaar had Nick
heel wat schulden bij übermaffioso The Boss (Morgan Freeman), en nu
is het tijd om terug te betalen. The Boss weet niet beter dan dat
Slevin Nick is, en geeft hem bijgevolg de opdracht om ofwel 90.000
dollar gokschulden terug te betalen óf de zoon van rivaliserende
gangsterbaas The Rabbi (Ben Kingsley) te vermoorden.

Dat is slechts het uitgangspunt van een plot die zich in alle
mogelijke richtingen blijft vertakken. Komen er ook nog aan te pas:
Lucy Liu als Nicks aan Colombo verslaafde buurmeisje, Bruce Willis
als mysterieuze killer die fysiek niet in staat is om te
glimlachen, Stanley Tucci als flik en zelfs Danny Aeillo in een
cameootje dat zo kort is dat ze net zo goed een figurant hadden
kunnen gebruiken. Het verhaal blijft zich de volle 109 minuten lang
in allerlei bochten wringen, zonder zich daarbij meer aan te
trekken van menselijke logica dan strikt noodzakelijk. De
personages komen en gaan naargelang de behoeftes van de plot (let
vooral hoe Lucy Liu tijdens de tweede helft van de film nauwelijks
haar gezicht laat zien) en aan het einde van de rit ben je als
kijker zo dikwijls bij de neus genomen dat je zit te wachten op het
moment dat Bruce Willis zal onthullen dat hij eigenlijk een vrouw
is.

Je hebt in principe twee soorten films met surprise twists:
je hebt films als ‘The Sixth Sense’,
die hun verrassingseinde eerlijk verdienen, en waarvan de
plotwending op het einde een nieuwe dimensie geeft aan al wat eraan
voorafging. En dan heb je films als ‘Lucky Number Slevin’, die hun
eigen onvoorspelbaarheid gebruiken als een gimmick. Je wéét op
voorhand dat je pas tijdens de laatste minuten te weten zult komen
hoe de vork echt aan de steel zit, en dat alles wat vooraf gaat
enkel boerenbedrog is. Dus is er ook geen enkele reden om betrokken
te raken bij wat je aan het bekijken bent. ‘Lucky Number Slevin’ is
een doorzichtig mechanisme dat geen andere functie heeft dan
plotwendingen te genereren. Na 110 minuten zijn de plotwendingen
op, en degene waarmee ze geëindigd zijn heet dan maar de waarheid.
Maar wat maakt het eigenlijk uit? Plot twists zoals die van pakweg
‘The Usual Suspects’ waren
interessant omdat je als kijker echt bedrogen werd: de hele film
lang dacht je dat er één ding aan de gang was, maar eigenlijk was
het iets helemaal anders. Hier weet je al op voorhand dat je er
toch allemaal niks van hoeft te geloven. Wanneer op het einde de
ware toedracht dan toch gegeven wordt, is die op z’n best nog
formeel van belang – niét emotioneel, want omdat we wisten dat het
allemaal nog op z’n kop gedraaid zou worden, hebben we ook geen
gevoelsmatige investering in de film gelegd. We zouden maar gek
zijn. ‘Lucky Number Slevin’ draait en keert, en uiteindelijk stopt
hij ergens. Maar kan het ons schelen waar hij stopt?

Om die overgecompliceerde plot met handen en voeten uit te leggen,
maakt McGuigan gretig gebruik van flash-backs – ééns om de twintig
seconden, als ik goed geteld heb. Dat zal vast wel deel uitmaken
van de hippe postmoderne structuur die de regisseur absoluut aan
z’n film wilde geven, maar hoe langer het duurde, hoe meer ik zat
te verlangen dat hij gewoon eens z’n verhaal zou willen vertellen
van begin tot eind. Aanvankelijk lijken die eindeloze flash-backs,
net als de eindeloze plotwendingen, nog clever, maar hoe langer het
duurt, hoe meer het op een goedkoop trucje begint te lijken, een
afleidingsmanoeuvre dat dient te verhullen dat heel die plot
eigenlijk niet zoveel om het lijf heeft.

Wat ‘Lucky Number Slevin’ wél heeft, is attitude.
Tarantino’s invloed laat zich het duidelijkst voelen in de dialogen
(“Have you heard of the shmoo?”), die bolstaan van de
geforceerde slimmigheden, en in het plotse, nadrukkelijk cool in
beeld gebrachte geweld. Werkt dat? Gedeeltelijk. Sommige van de
dialogen zijn echt wel geinig en Morgan Freeman is the king of cool
als The Boss, maar ook hier krijg je weer een gevoel dat het
allemaal oppervlakkigheden zijn. In zekere zin is ‘Lucky Number
Slevin’ veel te veel een film die wéét dat hij een film is. Het is
overduidelijk een constructie: de twists, de vele flash-backs, de
popcultuur-referenties, de dialogen… Het is allemaal zeer
nadrukkelijk gecreëerd door de regisseur om een bepaald
(Tarantinesk) effect te verkrijgen – dit is een uitgecalculeerde
prent, die de moves probeert te imiteren van zijn betere
voorgangers, maar blijft steken aan de oppervlakte. Daarom komt de
film ook zo machinaal over: het ziet er goed uit en het klinkt
goed, maar het blijft oude wijn in nieuwe zakken, allemaal glans
aan de oppervlakte.

‘Lucky Number Slevin’ bevat leuke scènes en er wordt verrassend
goed geacteerd, vooral door Josh Hartnett, die nu heel even van
onze death list af mag. Maar over het geheel bekeken is dit een
geforceerde vingeroefening, die me enkel doet hopen dat de volgende
Guy Ritchie hier niet is opgestaan.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

3 × drie =