Cars




Ik hield m’n hart al vast toen ik, toegegeven, als grote Pixar-fan
de halfvolle zaal van hun jongste worp binnenwandelde. ‘Cars’ wordt
door de pers niet afgebroken, maar toch is er een consensus die
verkondigt dat dit ‘één van de mindere’ zou zijn. Wie verwachtte
dat Pixar de lat nog hoger zou leggen, kon uiteraard alleen maar
teleurgesteld worden. Want hoe je het ook draait of keert, Pixar
staat, sinds hun instant classic-debuut, ‘Toy Story’, al
meer dan tien jaar garant voor superieur familie-entertainment van
de bovenste plank. ‘Cars’, toch al hun zevende langspeler, krijgt
de onfortuinlijke taak om in de voetsporen van ‘The Incredibles’ te treden,
voorlopig (terecht) bestempeld als de beste animatieprent uit de
Pixar-stal. De keerzijde van zo’n ongelooflijke succesreeks is dat
het publiek steeds meer verwacht: als het niet beter is dan de
vorige, dan is het eigenlijk al een halve teleurstelling. En met
die houding wordt ‘Cars’ een beetje onterecht weggeduwd alsof het
een bastaardneefje is van Pixars grote jongens. ‘Cars’ is niet hun
beste, mag het even, maar in dit geval is ‘een mindere Pixar’ nog
steeds stukken beter dan alles wat de concurrentie de laatste vijf
jaar in de tegenaanval heeft gegooid.

Dit jaar nodigt Pixar ons uit in de bijzondere en fantasierijke
wereld van pratende autootjes. Lightning McQueen (Owen Wilson) is
de populairste NASCAR-racer van het moment en hij geniet er met
volle teugen van: McQueen leeft en rijdt voor de snelheid en roem
en al de rest mag voor zijn part aan zijn achterbumper roesten. Op
weg naar zijn grote finale sukkelt de snelle racer uit een truck en
komt hij na een vernielingstocht terecht in het verlaten Radiator
Springs. De straatvandaal krijgt een gemeeschapsstraf en mag pas
terug vertrekken wanneer hij de aangebrachte schade volledig heeft
gerepareerd. McQueen leert al snel dat het leven meer is dan alleen
maar zo snel mogelijk racen naar de finish.

In dit verlaten Route 66-gehucht maakt McQueen kennis met de
kleurrijke bewoners, waar bij de één al wat meer bougies los hangen
dan bij de ander. Mater (stem van Larry the Cable Guy, een
semi-populaire Amerikaanse komiek waar de rest van de wereld
wellicht nooit van zal horen), een niet al te snuggere takelwagen,
leert McQueen weer genieten van de simpele dingen van het leven
(let op de tractorscène, het is een giller), de vlotte Porsche
Sally (Bonnie Hunt) zorgt voor de vlinders onder de motorkap en
oude rot Doc Hudson (een heerlijke Paul Newman) levert de wijze
levenslessen. Verder valt ook nog te lachen met twee hilarische
Italiaanse uitbaters van een bandencentrale, een 60s
volkswagen-busje en Ramone, een Latino low rider die elke dag met
een nieuwe paint job begint.

Je moet er toch maar opkomen, een wereld creëren met pratende
autootjes en het tot in de kleinste, bijna onopmerkzame details
uitwerken (zelfs de insecten zijn autootjes!). ‘Cars’ bevat zoveel
visuele en inhoudelijke kwinkslagen dat je minstens twee
kijkbeurten nodig hebt om alle grappen mee te pikken. De manier
waarop herkenbare menselijke typetjes (die getunede racewagens!) en
handelingen worden omgezet naar dat auto-universum is vaak
bijzonder geestig om naar te kijken. De film heeft een unieke, soms
bizarre visie en is thank God geen samenraapsel van
tijdelijke cultuurreferenties (vaak te herkennen aan goedkope
filmparodiëen) die teren op de snelle lach. Een aanpak die nog
werkte bij de ‘Shrek’
-films, maar die compleet uitgeput en afgezaagd overkwam bij
‘Shark Tale’ en ‘Madagascar’. ‘Cars’ zal uiteraard
een vette, sappige kluif zijn voor de merchandise-afdeling, maar
toch komt de film over als een persoonlijk project van John
Lasseter (zowat de Pixar-godfather), die zijn passie voor auto’s en
Route 66-americana met veel flair en nostalgie op het scherm laat
spatten.

Ook visueel bewijst Pixar zich nog steeds als onklopbare kampioen.
Net wanneer ik dacht dat we zowat het plafond hadden bereikt wat
betreft visuele hoogstandjes, slaagt Pixar er toch maar opnieuw in
om de grens te verleggen (ook al zijn de sprongen al lang niet meer
zo revolutionair als vijf jaar geleden). De autootjes missen dan
wel de gedetailleerde expressie van vorige Pixar-creaties (met een
voorruit als ogen is het al een stuk moeilijker om subtiele emoties
weer te geven), maar wat ze met de decors en landschappen hebben
gedaan is oogverblindend mooi. Wanneer Lightning en Sally een ritje
maken langs de legendarische Route 66 krijgen we het soort eye
candy
te zien waar de concurrentie een serieus pixelpuntje aan
kan zuigen. Of het nu de vervallen boerenkinkelgebouwen, de
prachtige landschappen of de surrealistische wolkenformaties (geen
vliegtuigsporen maar remsporen in de lucht) zijn, het is een lust
voor het oog en het versterkt de gezellige sfeer en charme die dit
digitale sprookje op vier wielen uitademt.

En dan nu het vervelende deel, het belangrijke punt waarop ‘Cars’
duidelijk tekort schiet om tot een Pixar grand cru te rekenen. Net
zoals ‘The Incredibles’
waagt ‘Cars’ zich aan een speelduur van een kleine twee uur, maar
jammer genoeg is dat meer baanruimte dan deze pratende auto’s nodig
hebben. Deze keer is de verhaallijn een stuk zwakker dan wat we
gewend zijn van Pixar’s quality label. Het is nog steeds
charmant en aandoenlijk verteld, daar niet van, maar waar de vorige
Pixars de meligheid en voorspelbaarheid toch steeds vakkundig tot
het minimum beperkten, gaat ‘Cars’ iets teveel over de reling.
Vooral in de laatste acte, wanneer Lightning zijn levenslessen in
de praktijk omzet, ligt de ‘moraal van het verhaal’ er vingerdik
op.

2006 is ongetwijfeld het jaar waarin de computeranimatieboot begint
te kantelen. Het nieuwe is er al lang af, en zowat elke studio wil
een stukje meepikken van die steeds kleiner wordende lucratieve
CGI-koek. En dan is Pixar daar, dat er toch weer in slaagt om
verrukkelijke animatie te combineren met een charmant (en oké, iets
te eenvoudig) verhaaltje dat overladen is met visuele humor en
leuke woordspelingen. Ooit zullen ze wel eens een slechte film
maken, maar wat de verzuurde critici ook mogen beweren, deze ‘Cars’
is ‘m niet. Haal de family wagon maar van stal en race zo snel
mogelijk met uw kroost naar de dichtsbijzijnde bioscoop, de wondere
wereld van Pixar wacht op u.

PS: Zeker blijven zitten tijdens de aftiteling, er volgt een
hilarische scène met een aantal oude bekenden uit het Pixar-oeuvre.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

3 × drie =