Thom Yorke :: The Eraser

Thom Yorke brengt een solo-album uit. Dat kan veel betekenen. Dat hij Radiohead beu is bijvoorbeeld. Of dat zijn ego te groot werd om nog binnen de groep te functioneren. Of dat hij gewoon een paar fijne songs heeft geschreven waarvoor hij bij gebrek aan gitaarlijnen helemaal geen groep nodig heeft. Wij houden het voorlopig op die laatste mogelijkheid.

Het lijkt intussen vrij vanzelfsprekend dat Radiohead niet langer epische, gevoelige gitaarmuziek voor studenten en huisvrouwen maakt, daar hebben we tegenwoordig Coldplay en Keane voor. Toen we zes jaar geleden in een tent te Werchter voor de eerste maal “Idiotèque”, “The National Anthem” en “Everything In Its Right Place” hoorden, waren we geen beetje verrast. Achteraf bekeken, was OK Computer minstens even experimenteel als Kid A en bleek Radiohead nog steeds Radiohead, maar was de band – zoals dat hoort – verder geëvolueerd.

Wie van Thom Yorke solo een akoestisch album met klagerige singer-songwritermuziek verwacht, komt bedrogen ooit. Klagerig is The Eraser zeker (Yorke klinkt nu eenmaal zo, dat zou u intussen moeten aanvaard hebben), maar akoestisch niet. We zouden het wel een singer-songwriterplaat durven noemen, als de bevoegde afdeling van de muziekpolitie ons dan niet komt folteren. Als dit album een ding bewijst, dan is het dat de prachtige, warme elektronica die onder meer Four Tet en Boards Of Canada ons de voorbije jaren bezorgden, ook echte ingetogen liedjes kan opleveren.

Echte liedjes, geen elektronica waarover gezongen wordt, maar songs met structuren, refreinen en strofes, die weliswaar verstoord, verknipt en puur elektronisch zijn. De enige akoestiek die eraan te pas komt, is die van de kamer waarin Yorke gezongen heeft. Wij vinden dat allemaal niet erg, maar er zijn mensen die niet geloven in op computer gecomponeerde emoties. Nonsens natuurlijk, en The Eraser vormt het ultieme bewijs.

Zo is ”Harrowdown Hill” een van de mooiste songs die we Yorke ooit hoorden zingen. Hij was erg boos toen hij dit schreef, zo lazen we. Over de oorlog in Irak en de dood van wapeninspecteur David Kelly. Boosheid horen we niet, wel de wanhoop en vervreemding die we gewoon zijn, maar het nummer snijdt doorheen de intellectuele muziektechnische kennis en is van bij de tweede beluistering een prachtballad die je op een volgend Radioheadconcert hoopt te horen. Het is ook het moment waarop The Eraser elk laatste restje cool en muziekkennerschap naast zich neerlegt en de luisteraar meesleurt in zijn verhaal.

“And It Rained All Night” en “The Clock” hadden zo op een Radiohead-album kunnen staan. Op de titelsong zorgt Jonny Greenwood zelfs voor de begeleidende (erg dissonante) piano-akoorden. Het zorgt voor een vage link met Yorkes dayjob, maar geeft het nummer vooral een structuur die er eigenlijk geen is: een van onsamenhangende piano-akkoorden.

Met Kid A leerde Radiohead velen de ondergrondse elektronica kennen: een openbaring. Met The Eraser weet Thom Yorke zijn kennis als songwriter binnen de soms kille elektronica te introduceren. Zijn stem en (voor wie zich met de klagerigheid heeft weten verzoenen) meeslepende zang blijken verbazend goed bij de soms kille computerklanken te passen. Wat we aan emotie misten in albums als Four Tets Rounds wordt op The Eraser gecompenseerd door Yorkes zang. Best of both worlds, kunnen we besluiten.

The Eraser laat een uitgepuurde Thom Yorke horen. Geen revolutionair album, geen ‘back to basics’, maar duidelijk het ei dat Yorke in de groep niet kwijt kan of wilt en dan maar zelf bijeen fröbelt op een laptop. Dat de man talent heeft, wisten we al. Thom Yorke is echter geen revolutionair laptop-wizard, maar vooral een zeer goeie songschrijver en dat bewijst hij hier in negen prachtnummers. Het soms uitzichtloze pessimisme vergeven we hem dan ook graag.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

15 − 11 =