Safe




In 2002 maakten regisseur Todd Haynes en actrice Julianne Moore
‘Far From Heaven’, een somptueuze
ode aan de technicolor melodrama’s uit de jaren vijftig.
Voor de meeste mensen was dat hun kennismaking met Haynes, die
eerder nog geen commercieel succes had gescoord. Maar hij en Moore
werkten in 1995 al samen voor ‘Safe’, een vreemde, fascinerende
thriller, die door maar al te weinig mensen is gezien. De kritieken
op ‘Safe’ waren overweldigend positief en de film liep destijds met
behoorlijk wat positieve buzz de festivals af, maar daar
bleef het dan ook bij. Ook nu nog is de titel eerder obscuur,
terwijl het toch om één van de betere films uit de jaren negentig
gaat.

Moore speelt Carol White, een huisvrouw in Los Angeles wiens leven
draait om haar bezittingen: ze spendeert schijnbaar heelder dagen
met het uitkiezen van het perfecte meubilair en de perfecte kleren.
Ze gaat naar de fitness, de stomerij, laat zich bedienen door haar
huishoudster, ze roddelt met vriendinnen… En dat is het dan wel
zo’n beetje. Haar man (Xander Berkeley) is een afstandelijke figuur
die er vooral op lijkt te rekenen dat Carol het huis draaiende
houdt en voor de rest zo min mogelijk wil worden
lastiggevallen.

Tot Carol plots begint te lijden aan eigenaardige allergieën. Ze
krijgt hoofdpijn en uitslag, slaapt niet goed meer, voelt zich
verzwakt en krijgt zelfs astmatische aanvallen, die steeds erger
worden. Haar dokter kan niets vinden dat haar mankeert en stuurt
haar dan maar door naar een psychiater, die ook geen soelaas kan
bieden. Ondertussen worden de ziektesymptomen almaar heviger.
Uiteindelijk denkt Carol een oplossing te vinden bij Peter Dunning
(Peter Friedman), een soortement new age guru die op het
platteland het Wrenwood instituut leidt. Volgens Dunning worden
mensen ziek gemaakt door chemische stoffen: luchtvervuiling,
fabrieken, auto’s en zelfs voedsel met onnatuurlijke stoffen
vergiftigen de mens dermate dat ze er uiteindelijk voor zorgen dat
je niet meer verder kunt.

In eerste instantie lijkt ‘Safe’ een uithaal naar de zwaar
geïndustrialiseerde consumptiemaatschappij. Carol loopt als een
zombie door haar eigen leven en is continu bezig met haar
spulletjes. Haar huis lijkt een museum aan moderne interior
design
-brol, waar je voorzichtig doorheen dient te trippelen en
vooral niet in mag léven. Een sofa die in de verkeerde kleur
geleverd wordt is een ramp. Todd Haynes is erg methodisch in de
manier waarop hij die extreem oppervlakkige wereld in beeld brengt:
hij gebruikt (de hele film door, trouwens) continu wide shots,
waardoor de personages verloren lopen in hun omgeving. We zien de
grote kamers waarin Carol leeft, volgestopt met netjes op elkaar
afgestemde meubels, en ergens tussen al die spullen lopen er ook
nog mensen rond. Op de soundtrack horen we continu het gebrom van
machinerie: stofzuigers, voorbijrijdende auto’s, vliegtuigen en
andere moderne lawaaimakers, die zo continu aanwezig zijn dat we ze
niet eens meer bewust horen.

Vandaar ook dat de film zich afspeelt in 1987: de eighties
waren het hoogtepunt van de let’s go shopping-generatie, die
geloofde dat met geld letterlijk alles te koop was, inclusief
geluk. Dat is de eerste illusie die hier doorbroken wordt.
Materieel gezien heeft Carol alles dat ze zich kan wensen, en tóch
wordt ze ziek. Dan denk je dat dat het punt van de film zal zijn:
een vrouw wordt letterlijk ziek van de twintigste eeuw, ze raakt
zodanig overladen met het debris van de moderne wereld dat ze
fysiek instort. Maar dat is pas het eerste deel. Het is tijdens het
tweede uur dat Todd Haynes duidelijk maakt dat hij er de man niet
naar is om eenvoudige antwoorden te geven, en dat hij nog een heel
ander niveau aan zijn film toevoegt.

Carol komt terecht bij Peter Dunning, die aanvankelijk alle
antwoorden lijkt te hebben: op een ranch creëert hij een “veilige
plek” voor mensen met gelijkaardige ziektes, waar dagelijks
groepsgesprekken plaatsvinden, waar wordt gezongen en gemediteerd.
Carol heeft het niet door (Carol heeft de hele film lang vrij
weinig door), maar als kijker zien we al snel dat Dunnings leer
niet veel te bieden heeft. ‘Vandaag heb ik besloten om geen kranten
meer te lezen,’ vertelt hij zijn volgelingen, ‘want daar voel ik me
toch maar slecht bij. De wereld is een mooie plek, omdat ik mezelf
mooi vind!’ Dunnings oplossing voor de “allergie aan de twintigste
eeuw” is simpelweg zich ervan af te sluiten. Hij levert een veilige
plek, een cocon, waarin zijn patiënten zich kunnen terugtrekken en
vervolgens snijdt hij de onprettige werkelijkheid helemaal uit dat
bestaan weg. Ondertussen zien we echter dat Carol er steeds
slechter uit gaat zien: bleek en pijnlijk mager sjokt ze rond met
een zuurstoffles.

Haynes heeft hier een satire gemaakt op de massale zoektocht naar
zingeving die je dagelijks om je heen ziet gebeuren. Traditionele
religie heeft zo stilaan afgedaan, dus om dan een reden te vinden
om ‘s ochtends op te staan, gaan we het maar zoeken in een
eindeloze koopdrift, of in alternatieve filosofieën. Geen
tv-omroepster of ze kwekt in de Dag Allemaal wel hoe ze een geheel
uit eigen duim gezogen variant van het Boeddhisme belijdt. De één
schrijft boeken over de vele kleuren van het aura, de ander over
haar chakra’s en over wie ze was in een vorig leven. Uiteindelijk
zijn dat allemaal pogingen om vat te krijgen op een chaotische,
drukke wereld. In ‘Safe’ zien we hoe die pogingen blijven mislukken
en zelfs tot een fysieke instorting leiden.

Julianne Moore speelt Carol als een pathetische, passieve figuur
die de hele film lang haar vertrouwen stelt in wat anderen haar
over zichzelf weten te melden. Ze spreekt met een zwak, zacht
stemmetje en voegt eigenlijk bijzonder weinig toe aan conversaties.
Ze is voortdurend afhankelijk van anderen – dokters,
zelfhulpgoeroe’s en zelfs haar eigen huishoudster. Het vergt lef om
zo’n zwak personage te spelen zonder naar de sympathie van het
publiek te gaan hengelen, maar Moore slaagt er wonderwel in.

Haynes weet een uniek, bevreemdend sfeertje in z’n film te leggen.
Vrijwel geheel gefilmd in wide shots die ons verhinderen om dicht
op de huid van de personages te zitten en met een bewust traag
tempo, is dit een prent die een inspanning vereist, maar die dan
ook beloont. ‘Safe’ zit boordevol sterke ideeën, die op een
fascinerende manier vorm worden gegeven. Een vergeten pareltje,
enfin.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

twintig + 15 =