Wolfmother :: Wolfmother

AC/DC, Deep Purple, Led Zeppelin en Black Sabbath zijn maar enkele
iconen waarmee Wolfmother vergeleken wordt. De kreet die het album
in gang steekt maakt het dan ook meteen duidelijk: we hebben hier
te maken met rawk ‘n roll zoals die in de jaren zeventig
achter memorabel foute kapsels verscholen ging. Na een succesvolle
independent EP en een jaar touren, dook het Australische trio de
studio in met Dave Sardy (Red Hot Chili Peppers, Jet, Oasis), die het album van een gladde
productie voorzag. De opnames in Los Angeles deden zanger/gitarist
Andrew Stockdale nadenken over het complexe leven in de metropool
en de neiging naar escapisme die er hand in hand mee gaat. Naar
eigen zeggen was dit meteen de rode draad voor de lyrics, hoewel je
bij een plaat als deze geen diepzinnige poëzie moet verwachten. Het
moet vooral hard en goed klinken.

Aan deze voorwaarde wordt alvast voldaan: de pretentieloze hardrock
wordt aangedreven door gierende gitaren en zware drumsecties. Daar
snijdt de stem van Stockdale doorheen, die wat het midden houdt
tussen Cedric Bixler-Zavala (The Mars
Volta
) en een jongere Ozzy Osbourne. Het razendsnelle tempo
laat nauwelijks plaats voor adempauzes. ‘Woman’ is psychedelic fun
met een stevige gitaarmuur, in ‘Pyramid’ ontstaat een geslaagde
symbiose van de vocals en de slepende gitaarriff en ‘Where Eagles
Have Been’ is het epische nummer dat na een traag begin helemaal
losbarst en afgerond wordt met een voortreffelijke gitaarsolo.
Verre van origineel, maar dat er hier talent is, valt niet te
ontkennen. Vooral de rijke instrumentatie springt in het oog,
waardoor elke track meteen een volle klank krijgt.

Het gebrek aan individualiteit weet zich natuurlijk soms ook te
wreken. Zo klinken nummers als ‘Apple Tree’ en ‘Colossal’ wel heel
clichématig. Bovendien lijken sommige songs opvallend sterk op
elkaar: een nummer als ‘Witchcraft’ gaat helemaal verloren in het
geheel. Een overschakeling naar een lager tempo had het monotone
karakter nochtans perfect kunnen doorbreken. Voor een hardrockact
is een ballad vaak een verplicht nummer en durft het schoentje daar
wel eens te wringen, maar ‘Mind’s Eye’ en ‘Tales’ laten
veronderstellen dat deze stelling voor Wolfmother niet opgaat. Deze
tracks beginnen ingetogen, maar schakelen spijtig genoeg al snel
over naar een hogere versnelling en zo blijft de variatie alsnog
uit.

Het is leuk om een old-school hardrockact te horen die zichzelf
serieus neemt en niet flirt met de parodie, zoals The Darkness. Het
debuutalbum heeft een hoge amusementswaarde, wat het gebrek aan
originaliteit weet goed te maken. Toch is de plaat te eentonig om
echt een indruk te maken en zijn enkele tracks al heel snel
vergeten. Het muzikale talent is er wel, dus laat ons hopen dat
Wolfmother nog wat kan doorgroeien om zo wat meer zijn eigen weg te
zoeken. Voorlopig zet je het verstand best op nul en oefen je al
wat op je luchtgitaar. Dan val je niet uit de toon wanneer dit
gezelschap de weide van Nonkel Herman aandoet.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

3 × twee =