Wolfmother + The Black Angels

Menig, van het juiste rockelixir doordrenkte, persoon had thuis de
boterhammen belegd met een extra dikke snee jaren ’70 en had ze
rustig kauwend opgegeten om zo een goede fond te leggen voor wat
zich zondagavond zou afspelen. Een enkeling had zelfs zijn coupe
Deurne Zuid voor de gelegenheid danig goed gesoigneerd en de zwarte
T-shirt met schreeuwerige opdruk stevig in de jeans met hoge taille
geduwd.
En dat alles om zich te begeven naar het Koninklijk Circus, een
plek die normalerwijs uitnodigt tot het zich gedragen met een
gepast gevoel voor Cultuur en een dito kledijkeuze. Nuja,
Wolfmother is op zich een brok rockende jaren ’70-cultuur in de
wereld van de nieuwe jaren ’10, maar de vraag drong zich toch op of
Stockdale zich stiekem in deze setting aan een try-out voor een
toekomstige rockopera wenste te wagen.

De vrees voor bombastische taferelen bleek gelukkig ongegrond, want
hoewel de nieuwe ‘Cosmic Egg‘ zich bij
wijlen dieper in de muzikale psychedelica boort dan men in de jaren
’70 ooit had durven doen, was deze avond gewijd aan de onversneden
rock.

Maar vooraleer het vogelnest op Stockdales hoofd de spotlights
mocht zien, kreeg het publiek The Black Angels,
die een groepskorting hadden gekregen bij de aankoop van geruite
hemdjes, voorgeschoteld. In een wereld waar de rock van de zwartste
en diepste putjes dient te komen, is deze bandnaam (die ze
overigens gingen lenen bij Velvet Underground) een schot in de
roos. Naar eigen zeggen maken ze “Drone ‘n Roll” en
krachtiger dan dat vallen ze dan ook niet te omschrijven. Dit is
muziek van liefhebbers van zware drums en bassen die de amandelen
na enkele seconden al uit de keel doen trillen. Hun patente
drumster Stéphanie is hoofdzakelijk verantwoordelijk voor dit
geluid van een zwaar rommelend onweer.
Voor de niet geheel door de wol geverfde adept van het zwaardere en
vaak bezwerende gedreun, vervaagde het Koninklijk Circus en ruilde
het zicht zich in voor dat van de binnenkant van de ogen, maar The
Black Angels hadden zeker hun wakkere momenten. De nummers die
gezegend waren met een funky, surfrock toets staken er met kop en
schouders bovenuit. Kwaliteit, maar naar het gevoel had kwantiteit
de overhand.
Het was allemaal rekken van de wachttijd voor het concert van de
band en vooral de man die zich in geen drie jaar op een Belgisch
podium nog had vertoond; Wolfmother.

Stockdale was weer lustig gaan snuffelen in de kleerkast van een
voormalig communelid uit de Seventies en was haast even vrolijk
schreeuwerig als het hemd dat hij voor de gelegenheid opgediept
had.
‘Cosmic Egg’, de hoofdreden voor de nieuwe tour van
Wolfmother, mocht dan wel niet geheel beantwoorden
aan de verwachtingen die nummers als ‘Woman’ en ‘Joker & The
Thief’ gecreëerd hadden, dit optreden in het Koninklijk Circus
vervolledigde het album wel helemaal en bewees dat sommige platen
live gewoon beter gedijen dan in de beslotenheid van een
elektronisch apparaat.
Toch was de golden oldie ‘Dimension’, die net als het jaren geleden
het debuutalbum opende, ook hier de opener die het publiek in een
klap deed vergeten dat hier een hele andere band op het podium
stond. Andere personages, maar de performance die ze gaven was geen
krulhaar veranderd; strakker dan de broek van Stockdale,
veerkrachtiger dan het haar van Ian Peres. Die laatste bespeelde
zijn Korg overigens al was hij een duchtig door de LSD gesopte
Mozart die de recital van z’n leven diende te brengen. De man hield
het vol van ‘Cosmic Egg’ tot aan de afsluiter ‘In the
Castle’.

Zijn overste, Stockdale, ontpopte zich dan weer tot een ware
volksmenner. Waar hij in de AB enkele jaren geleden zich nog vooral
concentreerde op het bedrijven van de liefde met zijn gitaar,
stopte hij hier ook het enthousiasme voor de aanwezigen niet onder
stoelen of banken. Ze werden getrakteerd op een kamerbrede
glimlach, handjes uitdelen en aanrakingen en gewoon een uitermate
ontspannen frontman die duidelijk wel eens zin had in praatjes met
“the most beautiful audience in the most beautiful theatre”.
Toch verliest deze man nooit z’n professionaliteit en wist hij de
moshpit die zich al na het derde nummer en single ‘Newborn Rising’
gevormd had, volledig uit de hand te laten lopen door
achtereenvolgens ‘Woman’, ‘White Unicorn’ en ‘10.000 Feet’ door de
boxen te jagen.
Diezelfde professionaliteit leidt er ook toe dat deze band het ook
niet kan laten hun kunnen tentoon te spreiden en nagenoeg elk
nummer laat eindigen in een improvisatierondje dat gelukkig altijd
wel weer in het juiste gareel terugkomt. Het is muggenziften, maar
dit trucje krijgt vijf nummers wel een licht déjà-vu-effect.

Maar het bleef een heerlijk zicht, die honderden hoofden die,
ondanks dat hun eigenaars gekluisterd zaten in het leer van het KC,
synchroon heen en weer bewogen op de tonen van een nagenoeg perfect
concert. En om die hoofdjes helemaal op hol te laten slaan, deed
Wolfmother wat van hen verwacht werd, als allerlaatste hun grootste
joker uit de zakken toveren: ‘The Joker and The Thief’.
Kaboom!

Als het gevoel en de kwaliteit die Wolfmother zondag afleverde, de
standaard is voor de rest van dit muziekjaar, dan mag er nu al
duchtig in de handjes worden gewreven.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

17 − 10 =