Gnarls Barkley :: St. Elsewhere

Toen Outkast met Speakerboxxx / The Love Below en Plant Life met The Return Of Jack Splash de soulfunk een nieuwe injectie gaven, leek het genre even aan een nieuw leven te beginnen, maar de oorverdovende stilte die er op volgde, sprak boekdelen. Gnarls Barkley probeert het nu opnieuw.

Wie bij de single "Crazy" nog steeds denkt aan het voormalige huppelkutje Britney Spears, heeft zich de laatste tijd duidelijk in een ander universum bevonden. Wie de pers een beetje volgt, weet immers dat de voormalige diva momenteel al moeite genoeg heeft om haar jonge spruit in de hand te houden, laat staan dat zij het prille moederschap zou weten te combineren met een tanende carrière. De songsmeden van dienst die de aanstekelijke single op hun conto mogen schrijven, opereren onder de ietwat vreemde naam Gnarls Barkley. Maar in tegenstelling tot hun collega’s The Neptunes, die iets te vaak op hetzelfde productionele paardje gewed hadden, vinden de gezichten achter Gnarls Barkley zich elke keer opnieuw uit.

Danger Mouse, Brian Burton, liet de eerste maal van zich horen op Ghetto Pop Life (samen met Gemini) maar maakte vooral faam met het beruchte Grey Album waarop hij Jay-Z’s Black Album liet clashen met The Beatles’ White Album. Damon Albarn haalde hem binnen voor Gorillaz, waarna Danger Mouse de handen in elkaar sloeg met culthopper MF Doom voor het project Dangerdoom. De andere helft van Gnarls Barkley, Cee-Lo Green, is evenmin een nobele onbekende.

Cee-Lo Green, Thomas Calloway, hielp met Goodie Mob Atlanta mee op de hiphopkaart te zetten en is lid van de Dungeon Family (o.a. Outkast, Goodie Mob, Bubba Sparxxx en Killer Mike). De voorbije jaren bracht de man al twee solo-albums uit waarbij vooral Cee Lo Green Is The Soul Machine opviel door zijn krachtige combinatie van (psychedelische) soul en hiphop, de stijl die ook Gnarls Barkleys debuut zo onweerstaanbaar maakt.

Na het eerder minimaal ingevulde The Mouse And The Mask keert Danger Mouse terug naar het swingende werk dat hij ook al op Ghetto Pop Life liet horen, al weet Cee-Lo met zijn warme en soulvolle stem St. Elsewhere de vocale injectie te geven die Gemini’s soberdere rapstijl niet had. De somptueuze single "Crazy" is tekenend voor het album dat rijkelijk gelardeerd is met opgejaagde drums en uit alle boxen spattende trompetten.

Of het nu om het opgejaagde "Go-Go-Gadget Gospel" gaat of het zich voortslepende "St. Elsewhere", productioneel lijkt elk gat dichtgeplamuurd te zijn zonder de songs ook maar iets van ademruimte te ontnemen. Piano’s, blazers en achtergrondkoren gaan met elkaar in de clinch terwijl Cee-Lo de ene keer ijselijk uithaalt om daarna zijn lomere rapstem boven te halen. Het is niet mogelijk om er ook maar een favoriet uit te halen, "Gone Daddy Gone", "The Boogie Monster", "Just A Thought", …allemaal staan ze op eenzelfde hoog niveau. Gnarls Barkley brengt de soul en funk niet alleen de eenentwintigste eeuw binnen, maar kan ook zonder schaamrood op de kaken naast het betere werk van klasbakken als Isaac Hayes, Otis Redding of Al Green staan.

Gnarls Barkley is een huwelijk dat in de hemel gesmeed werd. Nergens komt Cee-Lo’s indrukwekkende bereik beter tot zijn recht dan binnen de breed uitgesmeerde arrangementen van St. Elsewhere, vergelijk anders gerust maar eens met Cee-Lo’s samenwerking met Jazze Phee en dan vooral de makke single "Happy Hour". De carrièrezetten van beide heren kennende, zal Gnarls Barkley het vermoedelijk bij St. Elsewhere houden. Maar wie debuteert met een klassieker hoeft niets meer te bewijzen.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

12 + 19 =