The Twilight Singers :: Powder Burns

Steek het huis feeëriek in brand, dompel speels het kind iets te lang in de badkuip of graaf gewoon tunneldiep naar vergeten trauma’s. Wentel in de pijn, kerf gortdroog in de ziel en doe het met blinde passie. Stort u in stijl in die gapende afgrond, zet de Ipod vooraf to stun en jaag er al tuimelend de volledige Powder Burns, het zuiverende meesterwerk van The Twilight Singers, door.

Dat Greg Dulli — voormalig frontman van de ongehoord fantastische Afghan Whigs en nog steeds een soulvol brok donker charisma — met deze vierde van The Twilight Singers eindelijk en met bravoure weer aansluiting vindt bij zijn beste werk stelt ons meer dan gerust. Op vorige platen van het nachtelijke collectief schitterde de in zweet en whisky gedrenkte ster van Dulli nog wel sporadisch, maar een album met de verpletterende allure van Black Love of Gentlemen leek toch veraf.

Vorig jaar loste Dulli al een tintelend waarschuwingsschot met het onderschatte Greg Dulli’s Amber Headlights, maar met deze Powder Burns mikt hij zichzelf — vergunning in de binnenzak — naar het hoogste podium. Het had klef kunnen worden, maar Dulli graaft juist en diep in de pijnlijke ervaringen, die aan de basis lagen van deze Powder Burns: de orkaan Katrina dompelde zijn New Orleans onder in liters water en onmeetbare droefenis, terwijl Dulli zelf het hoofd boven water probeerde te houden in zijn gevecht met een ferme drugsverslaving.

Het resultaat van al die reflectie is een verbluffende, ja zelfs maatschappijontwrichtende plaat. Ze werd gedeeltelijk opgenomen in het getroffen gebied zelf — er moest al eens rekening gehouden worden met een avondklok tijdens de opnames — en in het drogere Los Angeles, waar afstand geen synoniem bleek voor ongevoeligheid. Met het zwartgeblakerde hart op de tong zoekt Dulli hunkerend en schreeuwend naar loutering.

Vanaf de eerste noten gebeurt dat al met het hoofd beukend tegen de wind. Er hangt dreiging in de lucht, zoveel is duidelijk. Dulli snelt zonder surfplank of tekst door "Toward The Waves", een korte, aanzwellende intro, die al snel uitmondt in het schijnbaar zelfzekere "I’m Ready", een viriele mokerslag van een song. "I hope I see you out tonight/And I hope we get it on", klinkt het al in de allereerste strofe. Dat afrekenen met het drugsverleden blijkt niet zo te vlotten, maar net zo goed is Dulli zo hedonistisch geil als een Zeeuws meisje.

En het zal intens zijn of het zal niet zijn. Gematigdheid is namelijk voor chiroleiders. Die zinderende zondvloed van emoties bij Dulli levert ook nu weer een rist machtig grootse melodieën op. The Beatles zelf komen alvast veelvuldig langs in de donkere biecht "Forty Dollars", waar love louter nachtelijk telefoongerinkel van een dealer blijkt te zijn. Afkicken van liefde, wegkwijnen van pilletjes: het blijkt ook een hele klus in "Underneath The Waves", dat onderdak geeft aan een verlegen pianoriedel. "My Time (Has Come)" dendert daarna op een lekker vuil ritme, dat ons aan de beste brokken van Black Love uit 1996 doet denken.

Wanneer Dulli de storm dan toch even aan de ketting legt, sluipt ook de laatavondblues het stamcafé binnen. De stad was al verwoest, ze blijkt nu ook nog verlaten. In de achtergrond ondersteunen Ani Di Franco en vooral Joseph Arthur afwisselend een wankelende Dulli op superieure wijze. "Candy Cane Crawl" (met ex-Whig John Curley nog eens op bas) is het gracieus wentelen in zelfbeklag tegen een blauwe hemel, terwijl het etherische "The Conversation" zo op een album van vernoemde Arthur had kunnen staan. U krijgt er op dat laatste nummer nog een gratis levensles in de vorm van een zin bij: "three can keep a secret/if two are dead and gone".

Het slepende titelnummer op het eind is dan weer vintage Dulli: die lijzige, accelererende stem, een portie gelaagde passie en een hortende tekst over verslaving en overgave. Het album eindigt daarna bijna mijmerend en bedrieglijk berustend met het jazzy "I Wish I Was", waarop enkele lokale jazzhelden hun liefde voor de stad dromerig wegblazen.

Straf spul. Smelt het in een lief klein lepeltje, injecteer het full speed in de aders en play fuckin’ loud. En die gapende afgrond? Ach, toch maar dat laatste uitstekende rotsblok grijpen dan.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

drie × vijf =