Architecture in Helsinki :: In Case We Die

Geen groter gevaar dan georganiseerde religie: het is een waarheid
die al bestaat sinds het begin der tijden en nu worden we steeds
vaker met dat vreselijke gegeven geconfronteerd. Een satirische
cartoon kan al voldoende zijn om de moslimwereld in rep en roer te
zetten en de dreiging van represailles over Europa te laten
neerdalen. In de religie van de vreugde die door Architecture in
Helsinki gepredikt wordt, is waarschijnlijk meer zin voor
relativering terug te vinden. Dit Australische octet van
multi-instrumentalisten laat ons even vergeten dat uit het land van
de kangoeroe’s ook ondingen als ‘Neighbours’ en ‘Home and Away’
afstammen. Hun vrolijke, experimentele ADHD-pop is namelijk zo
aanstekelijk en divers dat een vroeg lentegevoel zich nu al van ons
meester maakt. Op ‘In Case We Die’ wordt gemusiceerd met meer dan
40 instrumenten en de songs bruisen dan ook van de ideeën en
stijlen als een vervaarlijk uitziende cocktail.

Opener ‘Neverevereverdid’ gidst ons onmiddellijk binnen in de
bizarre godsdienst van Architecture in Helsinki. De klok slaat vier
keer, de deuren van een gebouw dat Gaudi graag had ontworpen gaan
langzaam open en het etherische gezang van een engelenkoor leidt
ons naar onze plaats terwijl strijkers en blazers de komst van de
profeet aankondigen. Wanneer deze, bijgestaan door een vrolijke
pianoriedel, met een hoog, bijna kinderlijk stemmetje begint te
zingen, weten we dat de viering begonnen is. Wat volgt is een dolle
trip in zowel een speedboat, gammele koets als luchtballon langs
bestemmingen waar bands als Animal
Collective
en The Beach Boys ook op vakantie plegen te gaan.
‘It’s 5’ is bijvoorbeeld een uitzinnig opgewekte mini-opera die als
een springbal alle kanten op botst en heen en weer stuitert. Het
kinderlijke enthousiasme waarmee ‘Wishbone’ van start gaat, zal ook
de meest stramme ledematen in beweging brengen, tot een
melancholische passage het effect heeft van het fluitje van de
turnleraar en iedereen tot rust maant. The Fiery Furnaces maar gebalder,
The Shins maar freakier, Belle
& Sebastian maar eclectischer, The Flaming Lips maar op een
strikt Prozac en XTC-dieet: Architecture in Helsinki is het
allemaal maar ook net weer niet.

Hun hypervitale pop laat zich niet in een hoekje drummen en slaagt
er steeds weer in om te verrassen. ‘Do the Whirlwind’ bijvoorbeeld
rechtvaardigt zijn lange verblijf in de onvolprezen Arriba-lijst
met een synth die leentjebuur speelt bij The Human League waarrond
allerlei speelse speeltuingeluiden dartel rondhuppelen. Het
titelnummer is dan weer een popsuite in vier delen die meer
stemmingwisselingen bevat dan het hele oeuvre van bands als HIM en
Nickelback samen. De avantgardistische waanzin kan echter ook in
het nadeel werken van de band. Zo zijn de wendingen in ‘The
Cemetery’ te abrupt en de proliferatie aan stijlen komt geforceerd
en richtingloos over in vergelijking met de andere muzikale
lappendekens die ‘In Case We Die’ sieren. Een paar van de songs
lijden aan dit euvel maar bij de meeste nummers steunen de frivole
franjes en weirde koerswijzigingen op stevige fundamenten, die
verhinderen dat de plaat een stuurloos schip wordt.

Wie houdt van monotone songs waarin één gevoel of idee stelselmatig
wordt uitgewerkt, zal van ‘In Case We Die’ waarschijnlijk
ongelooflijk nerveus worden. De postmoderne medemens die niet vies
is van enig krankzinnig fragmentarisme, daarentegen, zal de
veelheid aan ideeën en de sonische chaos van Architecture in
Helsinki wellicht wel aan de borst drukken. Atheïsten met zin voor
avontuur mogen deze kans niet laten liggen: ‘In Case We Die’ kan
misschien uitgroeien tot hun persoonlijke geloofsbelijdenis.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

acht + elf =