Architecture in Helsinki

Omdat
het volgde op een week vol voetbal en het fanatiek beluisteren van
de onvolprezen nieuwe Mastodon, mocht de vriendin op vrijdagavond
het uitje bepalen. Aldus bevond ik me in hartje Molenbeek tussen
niet heel erg mannelijk dansende ventenlijven, denkend dat ze me
zowel had kunnen meetornen naar een boombal. De Arabische lente zou
de hele avond nooit veraf zijn.

Architecture In Helsinki, ergens balancerend op de smalle richel
die in de popgeschiedenis Depeche Mode als goed en Wham als fout
bestempelde, is een vrij aardige band, daar niet van. Als een
moderne epigoon van de glamrock nog bestaansrecht heeft, is het in
deze vorm en met deze nummers. Want hoewel de nichterige
danspasjes, extravagante kledingstijl en dito haar – en baardsnit –
even meenden we Miguel Wiels achter een van de vele keyboards te
herkennen – ons kippenvel bezorgden, hebben de Australiërs meer dan
een handvol nummers die catchy as hell, dansbaar voor wie
daar talent voor heeft en ook gewoon goed ineengestoken zijn. Twee
daarvan waren ‘Desert Island’ en ‘Hold Music’, de preludes van het
optreden, recente nummers ook. Hoewel Architecture In Helsinki een
band is die hun beste werk in het eerste deel van hun carrière
maakte – ‘In Case We Die’ en ‘Fingers Crossed’ zijn hun beste
albums, maar zeker dat laatste levert nauwelijks nog livenummers –
mochten deze twee er zijn. Dat gold al veel minder voor de
daaropvolgende, ook recente nummers. ‘That Beep’ opende zich als
een eerste publieksfavorietje maar klonk ons toch veel meer als
matige spielerei in de oren.

Zo golfde de set van hoogtepunt naar middelmaat en terug. Geen
zichzelf het sap in de schoenen dansende jongeling die er erg in
had dat pakweg ‘W.O.W.’ en hitje ‘Contact High’ gewoon matige
nummers zijn, maar nu we zelf yin en yang op een rijtje aan het
zetten zijn, hadden we daar zelfs schik in. Als je tussendoor
‘Debbie’ (bijna punk), ‘Maybe You Can Owe Me’ (niet zo gek ver van
Vampire Weekend), ‘I Know Deep Down’ – een hoogtepunt van samenzang
-en het fantastische, nochtans ook nieuwe ‘Escapee’ (ook
muurbloempjes kennen het dra, want deel van de Fifa 12-soundtrack)
brengt, heb je een krediet opgebouwd waar elke Europese bank
tegenwoordig enkel van kan dromen. Dat ‘Do The Whirlwind’, dat de
set afsloot, vlotjes hun beste, meest inventieve en puurste song
is, sterkt enkel tot aanbeveling.

Ook toegift ‘It’s 5’ – perfect als wekkerradio, dunkt ons, al had
het dan ‘It’s 10’ mogen heten – en ‘B4 3D’ waren gewoon
oerdegelijke nummers. Enkel afsluiter ‘Heart It Races’ viel ons nog
wat tegen als al te veel gemaakt om concerten mee af te sluiten en
niks meer dan dat.

Finaal klokt Architecture In Helsinki dan ook zonder twijfel af aan
de goeie kant van de richel – als je het ons vraagt zelfs met meer
overschot dan Depeche Mode, maar dat doet u vast niet. De
Australiërs brengen een bijna uniek hedendaags geluid, dat hoewel
niet altijd even hoogstaand wel gewaagd, opwindend en doordacht is.
Het vergt ballen en branie om met danspasjes die je bij boysbands
verwacht en synths die twintig jaar geleden al gedateerd klonken
een eigen geluid zonder schaamrood te produceren. De
anachronistisch gekke bende Australiërs slaagden er wonderwel in.
Wij dachten tijdens het naar huis wandelen aan die andere
anachronistische nar uit Molenbeek, stonden even stil bij de
apocriefe want wat stijf aandoende bandnaam en vroegen ons luidop
af: zou het dan toch tongue-in-cheek zijn?

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

1 × twee =