Architecture In Helsinki :: In Case We Die

Door duisternis geplaagd, trekken we ons maar al te graag terug in de beslotenheid van onze vleermuizengrot waar we haast verzwelgen in de Weltschmerz. Droefenis door melancholische zielen in ijle klanken gegoten, zijn dan ons opium. Geen zonlicht of vreugde dringt ooit door in deze duistere krochten van onze ziel.

In Case We Die is onze vaste briefaanhef geworden, geplaagd als we zijn door meeslepende waanbeelden over dood, verderf en gruwelijke ziektes. Geïntrigeerd door zoveel herkenning, werd Architecture In Helsinki’s tweede album nog voor de eerste noot in het hart gesloten. De vrolijk ogende cover was slechts afleiding, meenden we, om goedmenende vrienden en andere bemoeials op een verkeerd spoor te zetten. Melancholie kleedt zich wel vaker fleurig, wisten we uit ervaring.

Helaas barstte bij de eerste noot een nooit geziene vreugde uit onze speakers die ons verweesd achterliet, zodat we geen andere keuze hadden dan de klanken van dit Australische gezelschap over ons heen te laten gaan. De verkrampte grijns die we tijdens het eerste nummer nog manmoedig op het gelaat wisten te beitelen, smolt echter als sneeuw voor de zon terwijl de zonnige gekte steeds dieper ons hart binnendrong.

Met een gretigheid die we tot voor heden enkel aan een roedel uitgehongerde wolven toeschreven, stort het achtkoppige gezelschap zich opnieuw op de Westerse muziekgeschiedenis. De gekte die Fingers Crossed zo aanstekelijk maakte, lijkt wel in een keurslijf gegoten te zijn, al barsten de krankzinnige uitspattingen nog steeds door alle naden heen. Het bloed kruipt nu eenmaal waar het niet gaan kan, en waanzin laat zich niet temmen.

Toch laten de multi-instrumentalisten van Architecture In Helsinki deze maal veel meer in hun kaarten kijken: de jaren tachtig lijken immers nooit ver weg. Maar in tegenstelling tot vele andere bands weten ze de klip van de clichématige postpunk heel handig te omzeilen door voluit de steven te richten naar de meer poppy en vrolijke kant van de zo verguisde Yuppiejaren. Goedkope synths, opzwepende beats, meerstemmig gezang en goedgeluimde gitaren mogen een album lang het mooie weer maken.

Meer dan ooit vormt humor dan ook de rode draad. De mini-operette "In Case We Die" duurt nauwelijks drieënhalve minuut maar verandert na de eerste minuut al van toon om daarna nog enkele keren van ritme te veranderen. "Hey Ricky" roepen we haast spontaan tijdens het hilarische "Wishbone" maar het (mee)slepende "Maybe You Can Owe" dient zich al aan, deze keer gedragen door keyboard en pianoklanken.

De hoge stemmetjes uit "Tiny Paintings" worden door trombones en accordeons ondersteund maar laten in de laatste minuut nog snel enkele drumslagen door de achterdeur binnenglippen. "Do The Whirlwind" speelt leentjebuur bij the Human League terwijl "Rendezvous Portrero Hill" van een van onze vele Magic Organs-albums geplukt lijkt. Ook in de andere songs horen we steevast referenties aan andere tijden, groepen en songs maar nergens komt het geheel storend over.

Architecture In Helsinki neemt met In Case We Die een nauwelijks merkbare stap terug sinds Fingers Crossed. De songstructuren mogen dan wel op betere fundamenten staan, toch missen we een kleine portie van de waanzin die op het eerste album in uitbundigere dosissen aanwezig was. Maar nu er opnieuw zonnestralen door onze grot priemen, hoort u ons alvast niet klagen. Het diende daar namelijk hoognodig eens gelucht te worden.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

1 + 16 =