Robbie Williams :: Intensive Care

Hoe hij het doet, weet hij waarschijnlijk zelf niet (maar het marketing-departement van EMI des te meer), maar de alomtegenwoordigheid van Robbie Williams is zo ongeveer een feit. Met Take That en zijn eerste solosingles geraakte hij nauwelijks verder dan de vrije radio’s en de hitzenders, maar tegenwoordig staat zijn nieuwe single zelfs op de playlists van Radio 1 en Studio Brussel.

Jaren geleden dacht de Schuur "Ik doe eens iets geks", en hij programmeerde Williams op Werchter. Gefronste wenkbrauwen alom en menig muziekliefhebber durfde niet toe te geven dat het een best te pruimen optreden was (Als Green Days superieure show mag, waarom die van Robbie Williams dan niet?). Hij schudde het stigma van puberidool van zich af met een plaat vol ratpack-covers, waarmee hij het Helmut Lotti-segment van de bevolking aansneed.

Vlak na de release van zijn vorige album Escapology waren we nog getuige van een discussie tussen de promoman van EMI en de muziekman van Studio Brussel over het feit dat er toch nummers van dat album in de Stubru-playlist moesten kunnen. Met "Tripping" is het dan zo ver: nog net niet in de Afrekening, maar dagelijks meerdere malen te horen op ’s lands alternatieve muziekradio.

Eerlijk gezegd gaat u ons niet horen klagen dat Robbie Williams opeens enigszins salonfâhig is en dat hij ondanks een verleden bij Take That ook hier een der grootste namen van de popmuziek is geworden. Dat riepen wij al lang. Anderzijds is het wel erg spijtig dat het gebeurt met een middelmatig album als Intensive Care. Van de openingszin ("Here I stand victorious, the only man who made you come") lagen we uitgebreid in een deuk en “Ghosts” is zelfs een aangenaam nummer. Single “Tripping” heeft een aangenaam reggae-deuntje mee en het campy refrein doet denken aan de beste momenten van The Pet Shop Boys, maar dan is het vet helaas bijna van de soep.

De ballads klinken platter en stroperiger dan ooit. "Make Me Pure" flirt opzichtig met de gospel, maar durft uiteindelijk weinig meer dan er wat schaapachtig naar te staren. "Advertising Space" bloeit wijds open en is onze tip voor de kersttop, maar ondanks uitgekiende wolken violen en achtergrond-aaahs blijven de haartjes braaf op de armen liggen. "Please Don’t Die" is ook een stroperige ballad maar wordt rechtgehouden door een lijzig Sade-ritme. "Your Gay Friend" is een leuke rocker met goeie tekst, die misschien iets te opzichtig leent van Franz Ferdinaanse punkpop om helemaal te beklijven.

Ondanks de toepasselijke disco-kitsch en de vettige dreiging in de beats is "Sin Sin Sin" dan weer iets te drammerig om ons op de tafels te krijgen. Na enkele beluisteringen wordt er ten huize (mvm) al gezellig meegeknikt met de vintage britpop van "Random Acts Of Kindness" en "A Plane To Crash", maar de zwakke nummers tussenin maken dat Intensive Care als geheel niet overtuigt.

Intensive Care lijkt vooral een triomf van het merk Robbie Williams. De concerten zijn in een wip uitverkocht, het album verkoopt als een trein (nou ja, tegenwoordig is dat zelfs in het beste geval een boemeltrein) en zelfs op de serieuzere radiozenders is zijn muziek te horen. Intensive Care is helaas ook een triomf van de cynische marketing die tegenwoordig rond succesplaten hangt: een uitgekiende mix van ballads, anthems, een rocker en een cross-oversingletje voor de geloofwaardigheid. Elk nummer is bovendien al als ringtone te downloaden via de officiële Robbie Williams-shop. Het zijn Williams’ zelfrelativering (jawel), goede stem en vooral zijn sarcastisch gevoel voor humor die hem ervoor behoeden een plastieken popidool te zijn. Op zijn volgende album dan ook graag weer de echte Robbie Williams en niet het merk.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

17 − 15 =