Ooit zou Soulfly-opperhoofd Max Cavalera een congres moeten geven. U weet wel, zo’n congres waarop metallers aller landen verenigd worden in hun liefde voor een blazende riff of een losgeslagen drumroffel. Het zou "Cavalerafest" kunnen heten, of misschien "Maxtribe" — dat is waarschijnlijker. Dat doet er nu niet toe, u hebt het punt: het zou ongetwijfeld vonken geven.
Dan zou Max ook een speech moeten houden — zo hoort dat immers op zulke belangrijke gelegenheden — en misschien, heel misschien, zou hij dan ook z’n visie op metal geven. Beeld u even in: hij zou lichtjes blozend naar voren lopen, een glas nemen en er met een (mogelijks met chocoladesaus of vleermuizenbloed besmeurd) dessertlepeltje zachtjes tegen tikken. Het geroezemoes zou dan langzaam wegebben, waarop hij het woord zou nemen.
"Dames en heren. Ik moet u iets melden. Metal hoeft niet altijd volgestouwd te zijn met haat. (Verbaasde blikken volgen, hier en daar slaakt iemand een onthutst gilletje.) Soms, af en toe, is de wereld gewoon een leuke plek waar leuke dingen gebeuren (inderhaast bijgezette stoeltjes schuiven knarsend over de tegelvloer, iemand valt flauw) — en dan heb ik het niet over het plezier van het inslaan van de vijandelijke schedel met een welgemeende goedendag. (Een enkele tafel kiest nu het luchtruim.) Laat mij even nuanceren (goedkeurend gelal weerklinkt): enige gemeende en diep gewortelde haat is altijd welkom — (nog meer goedkeurend gelal en een enkele middelvinger) al geldt ook hier het credo ’geniet, maar met mate’. U hoort mij goed, ja. U en ik staan bol van de frustratie, maar evengoed zit daar ergens, diep vanbinnen, hoop en liefde. (Een bijzonder zware lichtmast doet dienst als stormram.)"
Zo zal u het nooit in schreeuwerig getinte blokletters op de verschrikkelijk stoere hoes vinden, maar dit is de essentie van Dark Ages: spiritualiteit en andere diepe gedachten wisselen af met woede-uitbarstingen — en laat u niet misleiden door voorgaande alinea: die groeien er nog steeds bij oerbosjes. Zelfs tijdens de introverte nummers blijft Soulfly agressief klinken. Erg agressief. Het verschil met onder andere 3 en Prophecy ligt ’m echter in de manier waarop Cavalera die agressiviteit op muziek heeft gezet. Dark Ages is zonder meer het beste dat Soulfly ooit te bieden had en luistert als het beknopte overzicht van een avontuurlijke carrière: Soulfly’s onderhand wel bekende groove-metal krijgt een opwindende extreme make-over met hier een sneetje Beneath The Remains-thrash en daar een serieuze Chaos A.D.-lift. Resultaat is een, zowel stilistisch als inhoudelijk, asymmetrisch album vol variatie: er zijn de stampers als "Arise Again" en "I And I", scheurijzers als "Molotov" en "Innerspirit", maar evengoed ook leuke instrumentals zoals het afsluitende "Soulfly V".
Dark Ages is in vijf verschillende landen opgenomen: de gedurfde culturele toetsen (oosterse gitaren, metaalbewerkers in een Turkse tempel,…) bepalen dan ook voor een groot stuk de identiteit van de plaat. Hoe het album had geklonken als Cavalera van de Braziliaanse overheid wél een snoeivergunning had verkregen, zullen we nooit weten, maar we durven er donder op zeggen dat het minder opwindend was uitgedraaid. Dat niet alle experimenten even gelukt zijn — "Molotov" geniet sinds de tweede luisterbeurt de weinig benijdenswaardige titel van Meest Geskipte Nummer — nemen we er met de glimlach bij.
Hier en daar worden we geconfronteerd met het feit dat het Engels naast het alom gebezigde f-woord weinig tot geen pejoratieve synoniemen biedt voor de geslachtsdaad. Dan horen we Cavalera als een losgeslagen pubertje met acuut frietgebrek wat in het rond schreeuwen dat hij nergens een zak om geeft en dat wij dat ook beter niet zouden doen. We vergeven het hem: niet iedereen die in een jaar tijd een kleinzoon en een goede vriend (vul hier de naam van een vorig jaar overhoop geknalde metalgitarist in) verliest, slaagt erin onder zo’n onrecht stoïcijns te blijven en kalmpjes het Engelse equivalent van de Van Dale op te diepen, om op een intellectueel verantwoorde manier gehoor te geven aan de ongetwijfeld welig tierende frustraties.
Op zo’n moment zouden we arme Max eigenlijk het liefst nog op visite uitnodigen en hem een grote kop warme chocolademelk met een dikke toef slagroom en een doos speculaasjes voorschotelen. En eens woelen door z’n ongetwijfeld al lang niet meer gewassen rastalokken. Niet té veel natuurlijk, want anders zou hij wel eens tevreden kunnen worden en z’n gitaar aan de lianen hangen — en dat wil niemand op z’n geweten hebben. Ooit willen wij immers een (gevlochten?) uitnodiging voor Maxtribe in de bus vinden.



