The Skeleton Key




Na het heerlijke ‘Almost Famous’
schoot Kate Hudson vanuit het niets meteen naar nummer drie in mijn
persoonlijke top honderd van “vrouwen die ik nooit zal kunnen
krijgen” (vlak na Nicole Kidman en Kathy Bates), maar de
tussenliggende jaren zijn niet echt goed geweest voor de goddelijke
Penny Lane. Niet alleen waren films als ‘The Four Feathers’ en
‘Le Divorce’ pijnlijke flops, maar
ook kwam Hudson zelf er als actrice niet al te flatterend uit naar
voor. Haar nummer drie-notering kwam stilaan in het gedrang (dat
meisje van de bakker heeft een allercharmantste glimlach), maar met
‘The Skeleton Key’ staat ze er weer. Niet dat de film zo
ongelooflijk memorabel is, maar Hudson bewijst wel eindelijk nog
eens dat ze kan acteren en dat haar aaibaarheidsfactor ongemoeid is
gebleven tijdens de voorbije vier jaar.

La Hudson speelt Caroline, een verpleegster die haar werk in een
onpersoonlijk ziekenhuis beu is, en dan maar een job neemt als
thuisverzorgster van een bejaarde man (John Hurt), die na een
beroerte verlamd is achtergebleven. Samen met zijn echgenote Violet
(Gena Rowlands), woont deze stervende meneer in een onheilspellend,
half met mos overgroeid en vervaarlijk krakend huis, midden in de
moerassen van Louisiana (toen die nog bestonden). Het soort huis,
kortom, waar griezelfilms zich afspelen en inderdaad: nog voor u de
tijd hebt om een levende kip te offeren of de tong van uw vijand
uit te rukken, beginnen deuren vanzelf dicht te slaan, flakkeren
kaarsen macaber in de wind en begint Hudson ontdekkingen te doen op
zolder die sterk in de richting van voodoo wijzen – of beter, van
hoodoo, een nóg grelliger vorm van voodoo.

Er is dus niet echt veel nieuws onder de zon in ‘The Skeleton Key’
– de occulte kant van het leven in die uithoek van de VS werd
eerder al uitgebreid gedocumenteerd in thrillers allerhande,
waarvan de beste wellicht nog steeds Alan Parkers ‘Angel Heart’ is. We krijgen alweer fors
gebouwde zwarte madammen die in duistere winkeltjes
kippenpoten verkopen, pentagrammen, bezweringen en vloeken uit het
verleden – ieder z’n hobby, zeg ik altijd maar. De vraag is niet of
het nieuw is, maar wel of regisseur Iain Softley het een beetje
spannend weet te maken. En dat wil al bij al nogal lukken. Het
eerste uur van de film drijft op een lekker sfeertje van
anticipatie – dat gevoel van “er staat hier vanalles te gebeuren,
maar we hebben nog geen idee wat”, u kent dat wel. Softley bouwt
z’n film zorgvuldig op, door ons een heldin te geven die voor één
keer eens niét te dom is om te helpen donderen en door te
vertrekken vanuit een beginsituatie die niet eens zo vergezocht is.
Dat is een sterk punt dat ‘Skeleton Key’ gemeen heeft met het
recente ‘Dark Water’: beide films
zijn niet gehaast om aan de spokenjacht te beginnen, ze nemen eerst
hun tijd om een zekere sfeer te ontwikkelen en ze vertrekken vanuit
het dagdagelijkse: een gescheiden vrouw huurt een nieuwe flat in
‘Dark Water’, een verpleegster doet
aan stervensbegeleiding hier. Vergelijk dat met de plot van
‘The Ring’, die resoluut vertrok
vanuit een bovennatuurlijk premisse. Dat verhaal begin je niet te
vertellen met: ‘Er is een vrouw die…’, maar wél met: ‘Er bestaat
een vervloekte videotape die…’ En dat maakt een merkbaar
verschil.

Waar Walter Salles het in ‘Dark
Water’
echter vrijwel uitsluitend met sfeer wilde doen, kiest
Softley algauw toch weer voor de obligate schrikeffecten.
Personages duiken geruisloos achter elkaars rug op, er wordt met
deuren geklooid dat het geen naam heeft, bliksemschichten komen
uitsluitend op goed getimede momenten enzovoort. Het lijkt wel
alsof Softley eigenlijk de ambitie had om van ‘The Skeleton Key’
méér te maken dan enkel een banaal thrillertje, maar uiteindelijk
toch het lef niet had om die ambitie door te drijven en dan maar is
teruggevallen op de conventies van het genre. Wat jammer is, maar
daarmee is nog niet z’n hele film gerateerd.

Want zelfs wanneer ‘The Skeleton Key’ tijdens z’n tweede uur meer
en meer de richting van de doorsnee boe!-film uitgaat, blijft de
prent genieten van een aantal onmiskenbare troeven. Zo zijn daar
ten eerste de acteurs. De hoofdrol spelen in een horrorfilm als
deze is moeilijker dan je zou denken, omdat vrijwel je hele rol uit
reacties bestaat: naarmate onze protagoniste achter de waarheid
komt omtrent dat huis en de inwoners ervan, moet Kate Hudson
afwisselend ontzetting, doodsangst, vastberadenheid en achterdocht
in haar blik leggen, maar wat het ook is, het is altijd een
reagerende emotie, nooit een proactieve. Het gevaar bestaat dat je
dan vervalt in het horrorfilmcliché van de blonde bimbo die steeds
grotere ogen trekt en steeds harder gilt naarmate de film
verdergaat, maar die val weet Hudson te vermijden, gewoon omdat ze
altijd een minimum aan intelligentie uitstraalt. Gena Rowlands
staat zich zichtbaar te amuseren als morbide oudje en John Hurt
heeft welgeteld drie woorden te zeggen in de hele film, maar weet
meer in één blik te leggen dan de meeste acteurs met een
minutenlange monoloog zouden kunnen klaarspelen.

Verder is dit één van de weinige hedendaagse thrillers die er op
z’n minst in slaagt om consequent samenhangend te blijven. Het
verhaal geloofwaardig noemen zou wel héél ver gaan, maar als je
even mee wilt gaan in de logica van de plot (wat sowieso een
vereiste is in dit genre), zit er niks in de film dat onmogelijk te
aanvaarden is (nog iemand ‘The
Grudge’
?). Bovendien weet Softley, samen met scenarist Ehren
Kruger, aan het einde nog een geweldige twist in z’n plot te
stoppen, die toch niet gratuit overkomt. Dit is geen verrassing die
er in extremis wordt bijgesleurd om toch maar te kunnen verrassen,
nee, de hele film heeft hiernaar toegebouwd.

‘The Skeleton Key’ is geen meesterwerk of zo, niemand zal hier als
een beter mens buitenkomen. U hebt het al wel eens gezien, u kent
dit. Het punt is dat de film, ondanks z’n conventionaliteit en
ondanks de obligate schrikeffecten die je al van een kilometer
afstand ziet aankomen, er tóch in slaagt om regelmatig behoorlijk
spannend te worden en er tóch in slaagt om een verhaal te vertellen
dat niet uitblinkt door onnozelheid. Wie hiernaar gaat kijken met
de verwachting een diepzinnig cinematografisch chef d’oeuvre
te aanschouwen, is er sowieso aan voor de moeite, dat weet je op
voorhand. Maar ‘The Skeleton Key’ levert precies wat je er
redelijkerwijs van mag verwachten, niet meer en niet minder.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

een × 5 =