Wedding Crashers




In feite is het doodzonde: ‘Wedding Crashers’ begint als een weinig
subtiel, maar amusant komedietje. Zo ééntje waar je eigenlijk best
wel smakelijk mee kunt lachen, hoewel je dat achteraf niet graag
toegeeft aan de vrienden en familieleden die u nog steeds wilt
overtuigen dat u een intellectueel bent, u kent dat wel. En dan, na
ongeveer een uur, zié je het gewoon misgaan met de film. De
geslaagde grappen worden steeds schaarser, tot je je tegen het
einde realiseert dat het zeker al tien minuten geleden moet zijn
dat je nog eens hardop hebt gelachen. Het is zelfs mogelijk om de
precieze scène aan te duiden waar het allemaal foutloopt, als dàt
niet gek is.

Owen Wilson en Vince Vaughn spelen de hoofdrollen als John Beckwith
en Jeremy Grey, twee vrienden die elkaar al kennen van in de wieg
en er samen een wel zeer bijzondere hobby op nahouden: ze bezoeken
huwelijken waar ze niet op zijn uitgenodigd (“wij zijn de zonen van
de zuster van de grootvader van…”), feesten en vreten een hele
dag ongegeneerd mee met de genodigden en zorgen er vervolgens via
een hele resem prachtig uitgekiende strategieën voor dat ze in bed
belanden met een dame naar keuze. De logica: alleenstaande vrouwen
beseffen op huwelijken op een pijnlijke manier dàt ze nog steeds
alleenstaand zijn, en zijn bijgevolg makkelijk te versieren.
Quod erat demonstrandum.

Die methode werkt al jarenlang voor de twee heren, maar dan kiezen
ze het verkeerde huwelijk uit om op binnen te vallen: dat van de
dochter van de minister van financiën (Christopher Walken). John
(Wilson) krijgt immers een boontje voor diens tweede dochter Claire
(Rachel McAdams), die echter al verloofd is met de toepassend
genaamde Sack (Bradley Cooper), een personage dat niet zomaar
onsympathiek is, maar regelrecht psychopatisch. Jeremy ondertussen,
legt het aan met Walkens derde dochter Gloria (Isla Fisher), die
niet van plan is om hem te laten gaan voordat ze zijn laatste
lichaamsvloeistoffen heeft afgetapt.

En zo gaat dat dan. Het eerste uur, waarin we John en Jeremy hun
trucjes zien toepassen op niets vermoedende slachtoffers, is leuk:
eentje vertellen ze dat ze in een oorlog hebben meegevochten en
daar (tranen in de ogen) veel mannen hebben verloren, een ander
proberen ze te charmeren door ballondieren te maken voor kinderen.
Uiteindelijk gaan ze allemaal voor de bijl. Die scènes zijn grappig
door de schaamteloosheid van de twee mannen. De emoties van vrouwen
bespelen door lief te zijn voor kinderen of door tragische verhalen
op te hangen – het is onfatsoenlijk, maar je ziet wel in dat het
inderdaad zou kunnen werken. Vaughn en Wilson zijn goed op elkaar
ingespeeld (ik veronderstel dat Ben Stiller niet beschikbaar was om
de rol van Vaughn te spelen) en zorgen ervoor dat John en Jeremy
steeds sympathiek blijven. Ze bedoelen het niet slecht – ze zijn
alleen twee niet al te snuggere kerels die hun pik achterna lopen,
wat doe je eraan?

So far, so good, maar dan verplaatst de actie zich naar het
privé-domein van Walken, waar de jacht op dochter Claire
verdergaat, uiteraard met tegenwerking van Sack. En het is hier dat
regisseur David Dobkin de teugels over z’n film begint te
verliezen. Een goeie komedie moet gefocust zijn, hij moet een
duidelijk doel voor ogen hebben dat hij wil bereiken en daar gewoon
op af gaan terwijl hij zo min mogelijk ballast meesleurt. Een groot
probleem met ‘Wedding Crashers’ is dat Dobkin er veel teveel wil
bijsleuren. En hier komen we aan die éne scène waarin we het zeer
duidelijk kunnen zien misgaan.

Het betreft een dinerscène met de hele familie. Aan het begin zien
we hoe John en Jeremy even in de problemen komen wanneer ze een
uitleg moeten geven voor hun aanwezigheid op het huwelijk (“Hoé
zijn jullie nu precies familie?”) Dat is een eerste punt waar de
scène naartoe werkt. Vervolgens zien we hoe er een duidelijk
antagonisme ontstaat tussen John en Sack (John doet iets in het
drinken van Sack om ‘m ziek te maken, zodat hij later alleen zal
kunnen zijn met Claire). Dat is punt twee. Daarna begint de
nymfomane Gloria Jeremy onder tafel af te rukken. Dat is drie. Dan
krijgen we nog een vuilbekkende grootmoeder, die doodleuk komt
meedelen dat Eleanore Roosevelt een pot was. Dat is vier. En alsof
dat allemaal nog niet genoeg is, focust de scène zich tenslotte ook
nog eens op de homoseksuele zoon van Walken, die door z’n vader
doodkoud een politiek risico genoemd wordt. Dat is vijf. Vijf keer
verspringt de focus van die scène, we krijgen vijf punchlines in
plaats van één. Het gevolg is dat die scène veel te lang wordt
uitgerokken, dat ze overladen wordt met situaties en one-liners die
elkaar verdringen om wat aandacht te krijgen.

En dat wordt ook wel zo’n beetje het probleem met de hele tweede
helft van de film: geen focus. We weten waar het allemaal naartoe
gaat: naar een paar obligate scènes aan het einde, waarin de
waarheid wordt opgebiecht en de juiste mensen elkaar in de armen
vallen. Zo werkt dat nu eenmaal, je kunt niet verwachten van dit
soort prent dat ze de conventies gewoon overboord gaan gooien. Maar
waarom moet dat een vol uur duren? Dobkin komt constant met scènes
op de proppen die niets ter zake doen: Jane Seymour (jawel!) die
plots opduikt in Owen Wilsons kamer om zijn professionele mening
over haar boob job te vragen: op zichzelf is dat misschien
een vaagweg grappige scène, maar er wordt later in de film niets
meer met dat hele gegeven gedaan. Tegen het einde, wanneer het
publiek alleen nog zit te wachten op de onvermijdelijke ‘laat Sack
toch stikken en kom bij mij’-scène, gaat de regisseur aldus en
alsnog op een zijspoor en introduceert hij nog een nieuw personage,
gespeeld door Will Ferrell. Een béétje gedisciplineerd regisseur
doet dat toch niet?

Ik heb het al eerder gezegd en ik blijf erbij: je hebt in dit soort
films nu eenmaal een paar zaken waar je niet omheen kunt.
Natuurlijk moet je dat klef happy ending hebben, natuurlijk
moeten je hoofdpersonages elkaar de waarheid opbiechten, je kunt
daar niet buiten. Het is dan zaak om zo snel en efficiënt mogelijk
door die scènes heen te raken, veel meer kun je niet doen (dat heet
dan “de beperkingen van het genre”). Dobkin daarentegen, rekt z’n
film eindeloos uit. Net zo’n huwelijk waar maar niemand naar huis
wil gaan, hoewel de gasten al lang ergerlijk dronken zijn en
niemand zich nog echt amuseert.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

twee × 1 =