Brødre (Brothers)




Alom bekend en veelvuldig bekroond schrijfster Doris Lessing
stuurde ooit, bij wijze van experiment, een nieuw manuscript naar
haar uitgeverij onder een valse naam. De uitgever wees het boek af
omdat het niet voldeed aan de standaards van het bedrijf, tot de
auteur haar identiteit bekend maakte, natuurlijk – toen was het een
meesterwerk. Dat soort van experimenten heb ik altijd al
fantastisch gevonden. Hang een Picasso tegen de muur, zeg dat het
geschilderd is door Dré Steemans en wie zal het nog mooi vinden?
Toon een film van David Lynch, zeg dat hij werd gemaakt door Rob
Van Eyck en wie zal er nog diepzinnige betekenissen achter zoeken?
Perceptie is alles, en die gedachte spookte meermaals door m’n
hoofd tijdens het bekijken van ‘Brødre’, de nieuwe film van Susanne
Bier, die in 2002 hoge ogen gooide met haar Dogmafilm ‘Open
Hearts’. Het is een Deense film, geregistreerd op korrelige
digitale video en gespeeld door acteurs die het vrijwel zonder
make-up stellen. Kortom, het is dus kunst. Maar ik zat me de hele
tijd af te vragen: wat als je nu identiek ditzelfde scenario had
verfilmd in Amerika, met grote sterren in de hoofdrollen en een 35
millimeter camera? Voor de rest zou er niks aan veranderd zijn: de
structuur, de scènes, de dialogen, zelfs de camerastandpunten
zouden letterlijk hetzelfde blijven. Hoe zou de film dàn bekeken
worden? En dan dringt het woord “melodrama” zich algauw op.

Michael (Ulrich Thomsen) en Jannik (Nikolaj Lie Kaas) zijn twee
broers die niet meer van elkaar zouden kunnen verschillen. Michael
is de goede zoon van het gezin, die getrouwd is met de
aantrekkelijke Sarah (Connie Nielsen) en twee schattige dochtertjes
heeft. Hij is een majoor in het Deense leger, die binnenkort naar
Afghanistan zal vertekken (ze hadden maar niet bij de Coalition of
the Willing moeten zitten), en in het algemeen wel zo’n beetje de
trots van de familie. Jannik, daarentegen, heeft net enkele jaren
in de gevangenis doorgebracht na een bankoverval en bekijkt de rest
van de familie met een blik die zoveel betekent als: “Laat me met
rust, of er vallen klappen.”

Wanneer Michaels helikopter wordt neergehaald in Afghanistan,
verandert de situatie echter drastisch. Michael wordt voor dood
aangenomen en op het thuisfront is het Jannik die nu bepaalde
verantwoordelijkheden op zich moet nemen. Hij brengt steeds meer
tijd door met Sarah en de kinderen, herstelt hun keuken en begint,
naarmate de tijd vordert, steeds meer smeulende blikken naar zijn
schoonzus te werpen.

Nu moet ik een belangrijke plotwending verraden. Normaal gezien doe
ik dat niet graag, maar als ik wil uitleggen wat ik van de film
vond en waarom, zie ik geen andere mogelijkheid. Wie geïnteresseerd
genoeg is om zelf te gaan kijken, kan dus nu best ophouden met
lezen. Laat het voor hen volstaan te zeggen dat de film niet echt
slecht is, maar dat hij over het algemeen teveel in de richting van
de pathetiek neigt. Oké?

Mooi zo. Er zijn twee scènes in ‘Brødre’ die bijzonder sterk zijn
en de indruk geven dat ze nooit in een Amerikaanse versie van dit
scenario hadden gekund: een eerste vindt plaats in Afghanistan.
Michael heeft de helikoptercrash wel degelijk overleefd en wordt
gevangen gehouden door soldaten van de Talibanregering. Ergens
halverwege de film zetten de Afghanen hem een revolver tegen het
hoofd en verplichten ze hem om een medegevangene dood te slaan met
een ijzeren staaf. Bier laat zich niet verleiden tot Gaspar
Noë-tactieken, er is nauwelijks geweld of bloed te zien, maar we
kunnen Michael wél recht in de ogen kijken terwijl hij een
bondgenoot op een gruwelijke manier van kant maakt. Kort nadien
wordt Michael bevrijd door de Britten en eens hij weer thuis is,
slaagt hij er niet in om de draad van zijn leven terug op te
pikken. Hij raakt bezeten van de gedachte dat Jannik iets heeft met
Sarah en in een dronkemanswoede vernielt hij de keuken die zijn
broer in elkaar heeft gevezen, waarna hij besluit om z’n vrouw een
pak slaag te geven.

In die twee scènes zien we een in essentie goed mens aan het werk,
iemand die nooit de bedoeling had om iemand kwaad te doen, maar die
in een situatie geplaatst wordt waarin hij nauwelijks anders kàn
dan zich te gedragen als een beest. En dat is net wat die scènes zo
interessant maakt: je plaatst een normaal mens in een extreme
situatie, en wat gebeurt er dan? Bier toont ons de gevolgen op een
eerlijke, volstrekt realistische manier en creëert daarmee, zolang
die scènes duren dan toch, gruwelijk geloofwaardige, beenharde
cinema. Indien de rest van de film hetzelfde niveau had gehaald,
hadden we helemaal niets te klagen gehad.

Maar helaas – die twee momenten dienen enkel als illustratie hoe
weinig haar op de tanden de rest van de film wel heeft. Susanne
Bier is er bijvoorbeeld absoluut niet vies van om haar publiek
emotioneel uit te buiten: het aantal shots waarin we Michaels
oudste dochter hartverscheurend zien huilen, zijn niet te tellen en
ook de vader van Michael en Jannik is weinig meer dan een
melodramatisch karikatuur, een rotzak van een vent die meer dronken
is dan nuchter en zijn jongste zoon verschrikkelijke dingen
toesnauwt. Na de herdenkingsdienst voor Michael moet Jannik
bijvoorbeeld te horen krijgen: ‘Mijn enige zoon is vandaag
begraven. Nu heb ik niemand meer.’ Olé.

Kijk, en dàt zijn dus precies het soort van situaties die je in
elke Amerikaanse tranentrekker óók zou tegenkomen. Nog voorbeelden?
Sarah en Jannik die stilletjes naar elkaar toegroeien wanneer ze
harmonieus de keuken in elkaar flansen (let op die o zo subtiele
close-ups van hun ogen en vingers!), Jannik die zijn groeiend
vaderlijk instinct tegenover de meisjes toont door met hen te
spelen in de tuin, Sarah die haar door Janniks fotogenieke
stoppelbaard behoorlijk aangedreven geslachtsdrift nauwelijks onder
controle kan houden en suggestief om en om draait in haar bed
enzovoort. Die scènes op zichzelf zijn niet slecht gemaakt of
ongepast, maar ze zijn wél oerconventioneel. Het niets of niemand
ontziende realisme van Michaels “ijzeren staaf”-scène moet hier
plaats maken voor een vertelstructuur waar we in een Amerikaanse
film hooguit de schouders voor zouden ophalen.

Er wordt wel goed geacteerd – Ulrich Thomsen kent u misschien nog
uit ‘Festen’, en speelde onlangs mee in ‘Kingdom of Heaven’. Hier weet hij
de mentale ondergang van z’n personage zeer knap in beeld te
brengen, zonder ooit over de top te gaan. Vreemd hoe zo’n lieve,
zachtaardige man tegen het einde zo dreigend kan overkomen, zonder
dat we gaan letten op de acteur achter het personage – we zien
steeds Michael, in beide extremen van zijn karakter, we zien niet
Ulrich Thomsen. Connie Nielsen speelt hier voor het eerst in een
film in haar eigen taal, nadat ze eerder carrière maakte in Amerika
in prenten als ‘Gladiator’
en ‘Basic’. Nikolaj Lie Kaas
speelde een jaar of twee geleden in die ontzettend pretentieuze
“kunst”film, ‘Reconstruction’. Zowel hij als
Nielsen doen het lang niet slecht, maar het is Thomsen die de show
steelt.

‘Brødren’ is zeker geen slechte film, maar er bestaat altijd de
neiging om van alles wat Scandinavisch en schokkerig gefilmd is,
veel méér te maken dan wat het is. Dit is een melodrama, met twee
enorm sterke scènes en tussendoor bovenal erg veel business as
usual.

http://www.ifcfilms.com/ifcfilms?CAT0=3127&CAT1=6406&AID=11907&CLR=red&BCLR=

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

3 × 1 =