Lemming




Regisseur Dominik Moll liet zich enkele jaren geleden voor het
eerst opmerken met het zeer fijne ‘Harry, Un Ami Qui Vous Veut Du
Bien’, een nadrukkelijk op Hitchcock geënte komedie-thriller die op
een prettige manier met de voeten van het publiek speelde. Ditmaal,
met ‘Lemming’, gaat Moll aan het werk met een andere grote meneer
uit de Amerikaanse cinema: David Lynch. ‘Lemming’ is een prent die
bestaat uit lange traveling shots van verontruste personages die
langzaam door een duistere gang lopen, surrealistische plottwists,
droomscènes die misschien geen droomscènes zijn en geflipte
karakters. Het enige dat er nog aan ontbreekt, is een dansende
dwerg om het plaatje compleet te maken.

Laurent Lucas, die eerder dit jaar al te zien was in ‘Calvaire’, speelt Alain Getty, een
ingenieur van hoogtechnologische huishoudelijke speelgoedjes
(waaronder een vliegende webcam), die schijnbaar alles heeft dat
hij zich ooit zou kunnen wensen: hij is gelukkig getrouwd met
Bénédicte (Charlotte Gainsbourg), hij heeft een kast van een huis
en een goeie job. Wanneer op een dag een spoelbak in de keuken niet
meer doorloopt, begint echter alles mis te gaan: de afvoer blijkt
verstropt te zitten door een nog levende lemming (een soort
hamster), en de ontdekking van dat beestje is op de één of andere
manier de katalyst voor een resem bizarre gebeurtenissen. De baas
van Alain (André Dusollier) komt samen met zijn vrouw (Charlotte
Rampling) dineren bij het koppel, enkel om met slaande ruzie weer
te vertrekken. Kort daarna pleegt Rampling zelfmoord, wat
aanleiding geeft tot behoorlijk wat spanningen en paranoia tussen
Alain en Bénédicte. Waart de geest van Rampling misschien rond in
het dure optrekje van de jonggeliefden? Zullen er nog meer
lemmingen opduiken? En zal de film gaandeweg ooit nog spannend
worden?

Waar Moll op uit is, is een soort halfslachtige verhandeling over
de manier waarop spanningen en frustraties langzaam maar zeker
kunnen groeien onder de oppervlakte van een relatie. Wanneer
Rampling en Dusollier het huis van Lucas en Gainsbourg verlaten na
hun grote ruzie, zegt Gainsbourg met een glimlach: ‘Als ik ooit zo
word als dat mens, geef me dan een spuitje.’ Het jonge koppel dat
een beetje meewarig neerkijkt op het oudere koppel met hun
problemen. Maar hoe goed gaat het eigenlijk tussen hen? Zijn ze
echt gelukkig, of is het al bij al toch maar schijn? De lemming in
de afvoer heeft wat dat betreft een symbolische functie: het vieze
afwaswater in de spoelbak kan niet wegstromen en blijft daar dus
maar een beetje stinken. Onverwerkte vuiligheid. Diepzinnig, vindt
u ook niet?

Aan de oppervlakte zijn er heel wat dingen die Moll erg goed doet:
we krijgen een suggestieve, doelbewuste cameravoering die altijd
ruimte laat voor de fantasieën van het publiek (want wat bevindt er
zich vlak om de hoek?), een sfeervolle soundtrack vol eigenaardige
geluiden waarvan het nooit helemaal zeker is waar ze vandaan komen,
en vertolkingen die zodanig onderkoeld zijn dat je soms de indruk
krijgt naar een Shyamalanfilm te kijken. Moll kent zijn
filmgrammatica, hij weet hoe hij een verhaal moet vertellen en hoe
hij een dreigende atmosfeer tot leven kan roepen. Het jammere is
alleen dat hij daarbij constant van zijn voorgangers zit te pikken
– ‘Lemming’ is één van de meest derivatieve films die ik in lange
tijd gezien heb.

Het leeuwedeel van de prent komt natuurlijk van David Lynch, maar
bekijk het oeuvre van François Ozon een keer – in ‘Sitcom’ was het ook de intrede van een
nieuw dier in huis (in dat geval een rat) die een omslag in de
gezinsrelaties betekende. In ‘Swimming
Pool’
(ook al met Charlotte Rampling, trouwens) kregen we het
gegeven van twee vrouwen die uiteindelijk inwisselbaar zijn. Het
gebruik van klassieke muziek op cruciale momenten doet zelfs af en
toe denken aan het werk van Stanley Kubrick. Het is niet
noodzakelijk slecht dat een filmmaker verwijst naar z’n
voorbeelden, of gebruik maakt van een paar van dezelfde trucjes.
Maar aan het eind van de dag moet je er wel met je eigen film
staan, je moet iets zien te creëren dat méér is dan de som van je
invloeden. En dat heb ik hier niet gezien.

Bovendien blijft Moll in z’n surrealistische aanpak een beetje
steken tussen twee werelden: hij durft niet voluit te ontsporen à
la Lynch in ‘Lost Highway’ of
‘Mulholland Drive’, maar een
“gewone” thriller kun je ‘Lemming’ ook weer niet noemen, daarvoor
gebeuren er teveel bizarre dingen. Het resultaat is bijvoorbeeld
een scène waarin Lucas thuiskomt, enkel om te ontdekken dat het in
zijn keuken krioelt van de lemmingen – honderden van die kleine
etterbakjes, God weet waar ze vandaan komen. Leuk, denk je dan,
Moll toont dat hij lef heeft en geeft ons iets waar geen rationele
verklaring voor bestaat. Maar nee – enkele seconden later wordt
Lucas wakker en blijkt de hele scène een droom te zijn geweest. In
feite is dat lafheid: als je dan toch vreemde, surreële elementen
in je film wil stoppen, dan moet je daar ook maar de consequenties
uit durven trekken en all the way gaan met die elementen. Er je
handen vanaf trekken en zeggen: “Het was allemaal maar een droom,”
is oneerlijk. Nog een geluk dat Moll zoiets op z’n minst niet heeft
geflikt met het einde.

Dit is het werk van een regisseur die kan filmen, die de
mechanismen van het medium zeer goed begrijpt, maar die schijnbaar
nog geen eigen stem heeft gevonden. ‘Lemming’ lijkt eerder een
herinterpretatie van de films van anderen, dan een persoonlijk
werk. Of om het simpel te zeggen: waarom zou u hier naartoe gaan
als u ook gewoon de dvd van ‘Lost
Highway’
nog eens kunt insteken om het échte spul te
bekijken?

http://www.diaphana.fr/fiche.php?pkfilms=131

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

15 − vijf =