British Sea Power :: Open Season

Met Open Season keert het nostalgisch genoemde kwintet British Sea Power terug in de spotlights na twee jaar stilte. Hun nochtans puike debuut ging min of meer verloren in de vloed van releases, maar met deze opvolger doet de groep een nieuwe gooi naar de grote doorbraak. Deze keer glijdt het allemaal iets vlotter in het oor maar dat dat zo gladjes gaat, zorgt er helaas ook voor dat het allemaal wat onopgemerkt gebeurt.

Het begon in 2001 ooit op het podium van de eigenste British Sea Power Club: aan de aftrap van hun tweede klinkt het “It Ended On An Oily Stage”. Meteen valt het op: het hoekige is nog wat gebleven, maar dit is niet meer het spastisch-militaristische van dat debuut The Decline Of British Seapower. Weg zijn de referenties aan Warsaw, op Open Season trekt de groep volop de popkaart.

Is dat slecht? Niet in het geval van die opener: met een fijne riff trekt gitarist Noble de plaat op gang, zanger Yans hese zang vult perfect aan, de ritmesectie haakt in met een perfecte groove en met de nodige gedrevenheid wordt de song afgewerkt. Datzelfde scenario — maar dan beter — herhaalt zich in tweede single “Please Stand Up”.

U voelt het aan de gewikte woorden en het behoedzaam stellen van vragen: over de overige nummers zijn we net iets minder enthousiast. Neen: echte soffen levert de groep niet af. De vingers blijven rustig over het toetsenbord ratelen, de stoptoets lonkt niet. En toch.

“Be Gone” mag er als tweede nummer nog zijn, maar wanneer “Like A Honeycomb” in vierde positie passeert klinkt het ons allemaal wat al te bekend in de oren. Blij dus dat “Please Stand Up” daarna iets memorabeler is met een prachtig openbarstend refrein. Dat niveau zou de groep elf songs lang moeten aanhouden, willen ze ons bij de les houden.

Na die uitschieter is het immers gedaan. “Passabel” is het woord dat wij in ons denkbeeldige notaboekje bij elk van de zes laatste tracks plaatsen. Ja, “Oh Larsen B” weet nog van zich te doen spreken aangezien wij geen andere songs over ijsschotsen kennen en omdat die intro ons wel héél hard doet denken aan het begin van “Come On” van de Von Bondies. Voor de rest schuift de tweede helft echter onopvallend voorbij.

Waar het de gemiddelde British Sea Powersong aan ontbeert, is een refrein, een hook,…. Een gezicht, quoi, en dat is grotendeels het gevolg van Yans erg gelijkmatige stem. Hij gaat het verschil niet maken, dus moet het wel uit de muziek komen. En daar hapert het wat. British Sea Power heeft een erg herkenbaar geluid, maar komt daarin vaak te zwak uit de hoek.

Nog steeds zit er potentie in British Sea Power, maar alweer komt het er niet uit. Of de keuze voor een meer afgeborsteld geluid de goede was om daaraan te verhelpen, daar zijn we na dit Open Season allesbehalve van overtuigd. Net als na hun debuut onthouden we een paar leuke singles en vervaagt de rest langzamerhand in ons achterhoofd.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

twaalf + achttien =