I Heart Huckabees

Ik beschouw mezelf nu niet als van een kleintje vervaard, maar zo
af en toe gebeurt het nog wel eens dat er een film uitkomt die me
achterlaat met een gevoel alsof ik Manuel, de Spaanse ober uit
‘Fawlty Towers’ ben. Het enige dat je na zo’n film kunt uitbrengen,
is een ietwat verbouwereerd: Qué?, omdat je geen flauw idee
hebt wàt het nu precies is dat je net gezien hebt. De nieuwe van
David O’Russell, die enkele jaren geleden de geweldige
Irak-oorlogskomedie ‘Three Kings’ maakte, is er zo eentje: dit is
een film die zich nauwelijks laat beschrijven, laat staan
bekritiseren – deze prent excentriek noemen, zou een even groot
understatement zijn als zeggen dat bij de tsunami van december 2004
er een aantal mensen natte voeten hebben gekregen. ‘I Heart
Huckabees’ past in geen enkel genre, ik heb zelfs nooit een film
gezien waarmee ik bruikbare vergelijkingen zou kunnen trekken. De
kans is groot dat bij elke willekeurige voorstelling, de helft van
het publiek of méér zal vertrekken voor het einde. Het is een
frustrerende, ontoegankelijke, ronduit lastige film. Wat natuurlijk
allemaal wil zeggen dat u moet gaan kijken. Meteen, als het even
kan.

Jason Schwartzman speelt Albert Markovski, de bezieler van een
milieuorganisatie die de uitdijende verstedelijking probeert tegen
te gaan. Nadat hij toevallig driemaal dezelfde zwarte jongen
ontmoet, begint hij zich vragen te stellen over de betekenis van
zijn leven – bestaat het toeval wel? Heeft het leven zin? – en hij
besluit op bezoek te gaan bij een stel existentiële detectives om
antwoorden te vinden. Deze detectives, gespeeld door een kostelijke
Dustin Hoffman en Lilly Tomlin, beginnen hem dag in, dag uit te
observeren en snuffelen door z’n vuilnis om te weten te komen wat
Alberts functie op deze aardkloot is. Ondertussen probeert Albert
een deal rond te krijgen met winkelketen Huckabees,
vertegenwoordigd door aalgladde zakenman Brad Stand (Jude Law). En
dan is er ook nog de geflipte brandweerman Tommy Corn (Mark
Wahlberg), een ex-cliënt van Hoffman en Tomlin, die nu is
overgeschakeld op de filosofische visie van hun aartsrivaal
Catherine Vauban (Isabelle Huppert), een nihiliste.

Als er één ding is dat je kunt zeggen van David O’Russell, dan is
het wel dat hij een originele film heeft afgeleverd – er is
hoegenaamd níks voorspelbaars of Hollywoodiaans aan ‘I Heart
Huckabees’. Als je er een beschrijving op wilt plakken, moet je al
gaan zoeken naar termen als “existentiële, surrealistische komedie”
of iets dergelijks. Ik heb de film op het moment van schrijven twee
keer gezien, en ik ben nog steeds niet zeker of ik wel snap waar
het eigenlijk over gaat. In essentie, als je al de rest wegstript,
veronderstel ik dat het simpelweg gaat over mensen die wanhopig op
zoek zijn naar betekenis in hun leven, naar iets of iemand die een
antwoord kan geven en zeggen: “Dààr gaat het allemaal over, dàt is
het.” En O’Russell biedt ons verschillende mogelijkheden ten
antwoord: Hoffman en Tomlin bieden een holistische filosofie aan,
waarin alles met alles verbonden is. ‘Hoe kun je zeker weten waar
mijn neus eindigt en de lucht begint?,’ horen we Hoffman vragen, en
we zien kleine vakjes van z’n neus het scherm invliegen. Catherine,
gespeeld door een moedige Huppert, houdt het op een nihilistische
visie, waarin alles afzonderlijk van elkaar bestaat en er nooit een
echte mogelijkheid tot contact is. Haar visitiekaartje is wellicht
het meest deprimerende exemplaar in de geschiedenis van
deprimerende visitekaartjes: ze belooft “wreedheid, manipulatie en
betekenisloosheid”. We krijgen een diepgelovige familie te zien,
die hun wenkbrauwen fronsen bij het horen van het woord
“filosofie”, en hun vertrouwen volledig in de handen van God
leggen. En niets van dat alles biedt echt een bevredigend antwoord
op de vragen die Albert zich stelt.

‘I Heart Huckabees’ lijkt wel het resultaat van een explosie in de
post-moderniteitsfabriek: David O’Russell wil z’n kijkers niet in
de geruststellende slaap van een filmische droom sussen, welnee,
hij wil dat je elke seconde lang beséft dat je naar een film aan
het kijken bent, en hij wil je als kijker aan het werk zetten. Dus
krijgen we scènes waarin Jason Schwartzman in een soort van
lijkenzak wordt geritst, waarna hij begint te hallucineren dat hij
Jude Law z’n kop afhakt met een machete. Een scène waarin Law en
z’n vriendin Naomi Watts beginnen te ruzieën over hun seksleven,
dat zich blijkbaar afspeelt in episodes van zeven minuten, terwijl
Hoffman en Tomlin geïnteresseerd toekijken, slurpend van hun kopje
koffie. Of, zeer memorabel, een scène waarin Schwartzman la Huppert
achterwaarts neemt in een modderig moeras (olé). Waanzinnige,
surrealistische momenten worden naar ons hoofd gesmeten, in
combinatie met stukjes tekst als: ‘Er is geen restgetal in de
wiskunde van de oneindigheid’. Yeah, man. Heavy.

Dit is een film die het risico loopt om ongeveer 75 procent van z’n
publiek totaal te vervreemden, omdat hij niet beantwoordt aan
eender welke rationele verwachting die we aan een film kunnen
stellen. We krijgen ruim anderhalf uur filosofisch geblaat, een
herkenbare plot is er niet en de personages gedragen zich op
manieren die we ons nauwelijks kunnen voorstellen (waarom begint
Naomi Watts zich bijvoorbeeld plotseling te kleden als een Amish?).
Maar toch, ondanks, of juist dankzij dat alles, is ‘I Heart
Huckabees’ ook een zeer geestige film, als je je kunt inleven in de
mentaliteit van de prent. De humor is gortdroog, maar ze is er –
Hoffman die schijnbaar continu rondloopt met een kaart van het
universum, bijvoorbeeld. De manier waarop Schwartzman en Wahlberg
het religieuze gezin zonder een seconde na te denken willens en
wetens beginnen te schofferen. En natuurlijk het fantastische
gastoptreden van Shania Twain (meteen de enige keer dat de woorden
“fantastisch” en “Shania Twain” in dezelfde zin gebruikt worden op
deze website). De eerste keer dat ik de film zag, drong ook bij mij
die humor niet altijd door, maar geloof me: eens je ophoudt met er
je zorgen over te maken en je je gewoon laat meevoeren door het
gesjeesde sfeertje, valt er hier heel wat te lachen.

In zekere zin veronderstel ik dat David O’Russell hier ook gewoon
een uitgebreid spelletje speelt met z’n publiek. Je stopt Jude Law,
Naomi Watts en Mark Wahlberg in je film, al die namen waar toch een
serieus stel fans aan vasthangt, en je serveert ze dit: een prent
vol filosofie, krankzinnige personages en moeilijke humor. De
laatste tijd kijg ik het gevoel dat zowat alle films steeds meer op
elkaar gaan lijken – Amerikaanse eenheidsworst. ‘I Heart Huckabees’
is voorbestemd om verafschuwd te worden door heel wat mensen, maar
eenheidsworst is dit zeker niet. Eerder een frisse wind.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

20 − drie =