Tijdens de jaren negentien zestig deed de FBI beroep op ‘diensten’ van Gregory Scarpa, een berucht maffialid dat ingezet werd om tactieken te gebruiken die de regels niet toelieten. Tot daar de feiten die aan de basis liggen van By Any Means, dat rond dit gegeven een verder grotendeels fictief verhaal en personages weeft. Het is natuurlijk niet die beproefde aanpak die een waarschuwing zou moeten zijn voor de kwaliteit van de film, wel het feit dat in de regiestoel Elegance Bratton zat die een paar jaar geleden ook al het ronduit vreselijke The Inspection afleverde en die hier andermaal bedroevend zwak uit de hoek komt.
In deze uitvergrote en gedramatiseerde versie van het inzetten van Scarpa wordt de huurdoder (Mark Wahlberg met een valse neus) gekoppeld aan een jonge FBI-agent (Yahya Abdul-Mateen II) die het onderzoek moet voeren naar de moord op burgerrechtenactivisten in het Mississippi van 1966. Een eerdere gelijkaardige zaak die hier in de proloog aanbod komt, vormde ook al de kern van Alan Parkers eindeloos superieure Mississippi Burning uit 1988 en eigenlijk is dit een uitlichten van een enkele scène uit die film waarin we zien hoe de onderzoekers op brutale wijze een bekentenis afdwingen.
Daar houdt echter alle vergelijking op met die eerdere versie want Brattons idee van het herscheppen van de periode bestaat uit overal een gelige filter overheen hangen – de vréselijke beelden van geel-oranje zon in tegenlicht hangen al na een paar minuten de keel uit – en het belichtingsniveau drastisch verlagen zodat alles in het duister baadt. Dit is echt lui en generisch film maken tot het uiterste gedreven, en het lijkt misschien heel moeilijk om die twee titels te vergelijken, maar eigenlijk staat By Any Means niet zo veraf van The Sound of Freedom, de mede door extreemrechtse Amerikaanse groeperingen tot cultureel fenomeen verheven troep die in 2023 kassarecords brak (in de VS, hier kwam de film niet in de zalen wegens louter op Amerikaans publiek gericht). En ja, in tegenstelling tot de onzin die verkondigd werd in Sound of Freedom gaat het hier wel degelijk over een boodschap waar je je alleen maar kan achter scharen, maar het is evengoed boodschap die verkocht wordt door gebruik van het slechtste wat film te bieden heeft.
Trouwens, over die boodschap: verre van dat ik de motieven van de Afro-Amerikaanse filmmaker die Elegance Bratton is in vraag wil stellen als het over racisme gaat, maar wanneer Wahlbergs blanke Italiaanse maffiadoder voor de zoveelste keer aan de nieuwbakken FBI-agent uitlegt dat het tijd wordt dat “hij ballen krijgt” en echt achter de daders aangaat in plaats van de regels te respecteren, begint dat toch een beetje naar een ‘white savior’-narratief te ruiken waarin de blanke buitenstaander de zwarte rechtschapen man eens toont hoe het er echt aan toegaat in de wereld. Wat de film zou kunnen doen, is de vraag stellen die bijvoorbeeld in de eerste aflevering gesteld werd van de ijzersterke serie The Shield wanneer de brutale flik Vic Mackey even alleen gelaten wordt met de verdachte van de onvoering en misbruik van een kind. We weten dat we ons op een hellend vlak begeven wanneer voor ondervragers het doel de middelen heiligt, want waar eindigt dat en wie gaat nog bepalen wel doel de middelen dan wél en niet heiligt? The Shield vroeg ons rechtuit of het ons iets kon schelen in dit geval en meteen ook waar de lijn dan moet getrokken worden. Dat soort subtiliteit hoeft u hier echter absoluut niet te verwachten.
We hoeven evenwel niet eens stil te staan bij de manier waarop By Any Means geregeld lijkt te struikelen over troebele ideologische elementen, de ergerlijk slechte scènes alleen al zijn meer dan voldoende om dit onding af te schrijven: tijdens een aanval van de Klu-Klux-Klan op een woning krijgen we zowaar een ‘point-of-view’ shot te zien van achter een revolver als betrof het een videogame … slechter dan dat wordt het echt niet.



