Yevgueni :: Kannibaal

Als er één plaatje in aanmerking komt om vandaag de dag als
“alternatief” te worden bestempeld, dan is het ongetwijfeld dit. In
een periode dat obscuur gitaargeweld en wollige elektronica bon ton
zijn geworden, zijn de groepen die zich storten op het pennen van
mooie luisterliedjes – in het Nederlands dan nog – bijna als de
lelijke eendjes in de vijver. Nu zijn wij persoonlijk ook erg tuk
op dat gitaargeweld en op die elektronica, maar omdat een mens
blijkbaar af en toe nood heeft aan iets anders, was ‘Kannibaal’ van
Yevgueni dan ook een méér dan aangename verrassing. Yevgueni is
zelfs zo anders, dat het met de groep eigenlijk twee kanten op kan:
ofwel kijkt er niemand van op, van deze plaat; ofwel slagen ze erin
een heel ruim publiek aan te spreken, gaande van verstokte Radio
2-luisteraars tot die hard StuBru-fans. We hopen voor hen
dat het dit laatste wordt.

Je zou kunnen zeggen dat de muziek van Yevgueni totaal fout is.
Zover willen wij niet gaan, al denken we dat je in bepaalde kringen
niet moet komen aandraven met referenties als Wim De Craene,
Boudewijn de Groot, Stef Bos en andere kleinkunsticonen. Wees
echter niet bevreesd: ‘Kannibaal’ is geen kleffe, pathetische
bedoening geworden; geen droge, humorloze songs, kleine gevoelens
die als ballonnen worden opgeblazen en ontploffen in je gezicht.
Zij omzeilen moeiteloos de klippen waar groepjes als Mama’s Jasje
en andere hedendaagse “hoeders van de kleinkunsttraditie” blind
tegen aan varen. Nee, de jongens van Yevgueni mogen hun klassiekers
dan kennen, zij hebben duidelijk ook naar andere muziek geluisterd.
Fans van Gorki bijvoorbeeld kunnen dit ook leuk vinden, mensen die
destijds ‘Nieuwe tatoeages’ van Wigbert konden pruimen, lieden die
heimwee hebben naar de gloriedagen van Decraene en Kris Debruyne,

Yevgueni ziet het levenslicht in 2000, als Klaas Delrue en Geert
Noppe onder de naam Evguenie Sokolov meedoen aan het Leuvens
Interfacultair Songfestival. Evguenie Sokolov wordt al gauw
omgedoopt tot Yevgueni, bassist Maarten Van Mieghem komt de rangen
versterken en er wordt gewerkt aan een demo waarop maar liefst elf
nummers terecht komen. In 2002 nemen ze deel aan de
Nekka-wedstrijd, winnen ze de prijs van jury én publiek en mogen ze
ook op de échte Nekka Nacht in het Sportpaleis aantreden.
Ongeveer twee jaar geleden werd gestart met de opnames voor
‘Kannibaal’, het debuut van Yevgueni, dat nu dus eindelijk in de
winkels ligt. Voor de productie werd een beroep gedaan op Wouter
Van Belle en Peter Obbels, die beide ook op het gros van de nummers
te horen zijn. Andere bekende gastmuzikanten zijn drummer Marc
Bonne en gitarist Wigbert Van Lierde.

Eén van de sterktepunten van Yevgueni zijn ongetwijfeld de sterke
teksten. Klaas Delrue manifesteert zich als een uitstekend
chroniqueur van “het leven zoals het I”‘. Hij beperkt zich echter
niet tot een louter observerende rol, maar weet vaak met ironie,
milde spot of een fijne woordspeling de vinger op de wonde te
leggen. Vrolijk rondhupsende uptempo songs lopen estafette met
trage, meeslepende luisterliedjes, die onze meligheidsmeter niet
één keer in het rood jagen. Hoogtepunt van deze debuutplaat is
ongetwijfeld ‘In deze stad’, méér dan zomaar een
vertaling/bewerking van ‘In Liverpool’ van Suzanne Vega. Het nummer
werd helemaal verYevguenied, en het zou me verwonderen als
La Vega zich door deze versie beledigd zou voelen. Maar ook de
eigen composities (‘Als ze lacht’, ‘Alsof er niets gebeurde’,
‘Sara’, ‘Wat zal het zijn?’, ‘Kannibaal’, ‘Gezellig’, ‘Eenzaam met
jou’) zijn bijna zonder uitzondering van een erg hoog niveau

En dit is dus nog maar een debuut, dames en heren… De samenstellers
van Deel 37 van de Complete Kleinkunstcollectie zitten nu al met de
handen in het haar…

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

negentien + 16 =