Yevgueni :: ”’Maak alsjeblief een vrolijke plaat’, vroegen mijn vrienden”

Straks is ook goed”; geruststellender kon een gedachte mid-lockdown niet zijn, Yevgueni moet zich er aan vastgeklampt hebben voor zijn zevende plaat. Nu het rijk der vrijheid voor de zoveelste keer aan de einder gloort, maakt de groep zich op voor een herlancering in stijl. Dat twintigjarig jubileum? Met een nieuw album moet je vooruit kijken.

enola: Toen je voor Tijd is alles aan het schrijven ging, botste je op een writer’s block. Je was je voelsprieten kwijt, zei je. Hoe was dat tijdens de afgelopen lockdowns?

Klaas Delrue (gitaar/zang): “Die zijn helemaal terug. Het schrijfproces ging veel vlotter dan de vorige twee albums. Ik merkte dat het zoeken van onderwerpen, dingen opmerken opnieuw een tweede natuur was. En het ging ook een beetje onder druk van de situatie. Als ik dan toch niet weg van thuis kon, en de kinderen zaten op school, dan greep ik die momenten onmiddellijk aan om ‘in the zone’ te geraken. Daarom gaan de liedjes over dingen die je links en rechts tegenkomt, die ik uitvergroot naar bepaalde thema’s.”

enola: Ik merk dat veel artiesten het net moeilijk hadden om inspiratie te vinden in het afgevlakte lockdownleven.

Delrue: “Het wás wel zoeken, maar ik heb nu geleerd dat het meer afhangt van die voelsprieten, dan van de context. Zelfs in een onvruchtbare context kun je dan meer doen, dan in een vruchtbare als je die niet hebt. Zolang je dicht bij jezelf blijft, en emoties voelt, heb je altijd wel iets om over te schrijven.”

Geert Noppe (toetsen): “Ik denk dat we er nog steeds te diep in zitten om er al over te schrijven.”

Van Mieghem (bas): (tegen Klaas) “Jij zegt vaak dat je met een paar jaar vertraging schrijft. En ik denk dat dat voor veel songschrijvers opgaat.”

Delrue: “”Bovenaan de dijk” gaat wel over hoe het je in de nek kon vallen dat niets meer is zoals het was en de vraag voor hoe lang dat nog zal duren. Ik voel heel hard mee met jonge mensen nu. Ik heb een neef die zeventien en een nicht die negentien was toen alles begon. Dat is ellendig. Daarom voelde ik de nood om een song te schrijven met de boodschap toch wat verder te kijken dan wat er gebeurde. Want in het nu blijven steken, gaat niet op zo’n moment.”

“Ook “En met jou” is een song die wel ontstaan is uit de lockdown. Ik wilde bij dat nummer corona wel binnenlaten als invloed, maar het er niet expliciet over te hebben, zodat het toch universeler werd, want dit mocht geen coronaplaat worden. En het klopt dat er weinig artiesten zijn die expliciet over de twee laatste jaren hebben gezongen. Integendeel: veel van hen hebben een escapistische single uitgebracht. Ik heb ook het verzoek van vrienden gekregen: “Maak alsjeblief een vrolijke plaat.””

enola: Dat is dan dus weer mislukt. Als ik de teksten lees denk ik toch: “Die heeft weer flink zitten piekeren en twijfelen de afgelopen jaren.

Delrue: “Standaard hé. (lachje) En toch vind ik het geen donker of droevig album. Maar ik ben me er van bewust dat het qua teksten geen rozengeur en maneschijn is, al probeer dat altijd mee te nemen naar een volgende levensfase. De manier waaróp ik pieker, is weer anders dan op pakweg “Aan de arbeid”. Als jonge songschrijver dub je eerder over de toekomst, terwijl ik nu voel dat ik zowel naar voor als naar achter begin te kijken. En als je kinderen hebt, dan komt dat er natuurlijk ook nog eens bij. Het is meer een zoektocht naar jezelf als persoon en hopen dat dat ook herkenbaar zal zijn voor andere mensen, dan piekeren over specifieke dingen. Ik denk dat ik als tekstschrijver organischer ben gaan schrijven, indirecter, maar daardoor komt het misschien zelfs directer binnen bij de luisteraar.”

enola: Een midlifecrisis, dus.

Delrue: “Zo zou ik de hele plaat niet omschrijven, maar op “Alles al gezien” gaat het daar wel over, ja. Ik weet niet hoe het komt, want doordat ik op een nogal atypische leeftijd nog jonge kinderen heb, vloekt het wat met waar ik sta. Ik heb nog meer drukke toekomst voor me dan veel van mijn leeftijdsgenoten. Maar net zo goed kijk ik achterom en voel ik de tijd korten.”

“Bij mijn ouders merk ik dat nog veel harder en daar heeft corona zeker geen goed aan gedaan. Op hun leeftijd voelen twee verloren jaren nog veel meer als tijdverlies. En zelf vind ik het ook heel vervelend, voel ik, om er plots twee jaar te hebben bijgekletst waarin ik niet heb kunnen doen wat ik het liefste doe. Misschien is het dus niet eens midlifecrisis, maar frustratie: we worden niet jonger en zitten hier maar te wachten.”

enola: Maar je zingt wel dat je alles hebt gezien.

Delrue: “Ja, en dat is op zich een leuke vaststelling. Veel van onze generatie hebben veel fijne dingen mogen doen, al was het maar op het vlak van reizen of jobhoppen. We hebben veel meer vrijheid gehad dan een aantal generaties voor ons, maar net daardoor overvalt ons soms ook het gevoel: “Wat kan er hierna nog komen?””

“Het heeft, denk ik, ook veel te maken met mijn frustratie over niet kunnen reizen. Eerst door de kinderen die nog erg jong zijn, maar ook door mijn ecologische overtuigingen die er voor zorgen dat ik mezelf als toerist toch wat begrens. Terwijl ik voel hoeveel deugd ik van onze reizen heb gehad, hoe hard mijn persoonlijkheid daarop is gebaseerd. We hadden met onze eerste dochter Zanna al binnen de zes maand naar de Filipijnen willen gaan (want dan vloog ze nog gratis) om haar aan de familie van mijn vrouw voor te stellen, maar dat moesten we uitstellen – eerst door een dengue-opstoot ginds en later door de pandemie. Ik voel dat ik dat heel hard heb gemist.”

enola: Heb je een antwoord, hoe het in die tweede levenshelft dan verder moet als je alles al gezien hebt?

Delrue: “Ik moet leren dat het niet alleen om de superspannende dingen draait, maar dat je ook de kleine dingen moet appreciëren. Op dat vlak was corona natuurlijk ook al een levensles. En tegelijk wil ik blijven zoeken naar de spectaculaire belevenissen die ik nog niet gedaan heb en hoop ik dat dat snel opnieuw kan. Ach, eigenlijk gaat dat nummer vooral over jezelf tegenkomen, weten wat je leuk en minder leuk aan jezelf vindt en de ambitie om daar niet in te berusten, maar bepaalde dingen – dat gepieker, om maar iets te zeggen, of die onzekerheid verpakt als zelfzekerheid – te proberen afleren. Dat soort thema’s zou ik tien jaar geleden niet bedacht hebben.”

enola: Tegenover al dat zelfonderzoek staat iets als Ze danst gewoon op straat. Heb je dat soort kleine observaties nodig als tegengewicht?

Delrue: “Zeker. Kinderen hebben, helpt daar ook bij – om eens met andere ogen naar de wereld te kijken – al betrek ik het in dat nummer uiteindelijk toch weer op mezelf: waarom dans ik niet zo spontaan? Ik ben iemand die op een trouwfeest tot drie uur ’s nachts wacht om dan plots toch extreem uitbundig te dansen.”

enola: Jullie zijn gaan opnemen met Luuk Cox, zowat de laatste Belgische producer waar jullie nog niet mee werkten. De bingokaart moet vol zijn.

Delrue: (lacht) “Hij stond nochtans al lang op ons lijstje en we kennen hem allemaal al wat, dus het is gek dat het nu pas is gebeurd.”

Noppe: “Veel mensen kennen hem als de helft van (danceduo – red.) Shameboy, maar hij heeft net zo goed al veel singersongwriters of indiebands geproducet en dat klinkt allemaal fantastisch. Het was ook een zeer aangename ervaring, want hij weet heel goed waar hij naar toe wil en zorgde er ook voor dat Yevgueni daar raakte. Hij weet perfect hoe hij het moet aanpakken dat er geen twijfel ontstaat of zijn visie in vraag wordt gesteld.”

Van Mieghem: “Hij kan op een sympathieke manier zeer overtuigend zijn.” (lachje)

Delrue: “We wilden zeker nog wat meer de randjes opzoeken van wat Yevgueni al is geweest. Het voelde ok om ons in dienst van zijn productie te stellen, waar we in het begin van onze carrière onze stempel wilden drukken en dicht bij onszelf blijven. Nu weten we dat als we als groep willen blijven evolueren, we ons moeten leren wegcijferen en geloven in wat de producer er in hoort. Sowieso zal het klinken als ons, want hebben het geschreven en gespeeld. Het kan dus geen kwaad om een beetje los te laten op het gebied van arrangementen of instrumentarium, of hoe je zingt en speelt. We spelen op dit album allemaal best wel anders dan voorheen en toch horen we van fans vaak dat het ’typisch Yevgueni’ klinkt. Van mensen die iets dieper luisteren, hoor ik echter meer dan ooit dat er echt wel verschil is met onze vorige platen. Dat vind ik wel fijn, want dat was ook de inzet als we weer eens met een andere producer gaan werken. We willen uit onze comfortzone gehaald worden.”

enola: Wat was zijn idee voor Straks is ook goed?

Delrue: “De eerste keer dat ik met hem belde, gebruikte hij meteen het woord ‘elaborate’, wat we muzikaal aanvankelijk niet zo goed begrepen. Wat hij bedoelde was: ‘heel erg uitgewerkt’. Vroeger zochten we altijd een studio waar we als groep zo veel mogelijk samen konden spelen. Daar trokken we dan heel goed voorbereid naar toe, zodat we op drie of vier takes alle basispartijen konden neerleggen, waarna we pas gingen afwerken. Nu zijn we vanaf bas en drums aan het knutselen en puzzelen geslagen. We namen twee drumpartijen op, lieten Stef meteen overdubs met percussie doen, … waarna we eigenlijk laagjes bleven leggen. Zonder dat het te veel of te bombastisch werd, welteverstaan: ze moesten mooi in elkaar haken. Het moest rijk en boeiend zijn. Luuk deed heel hard zijn best om te zorgen dat de tweede strofe anders klonk dan de eerste strofe, dat het tweede refrein verschilde van het eerste, … waardoor je song ook muzikaal een verhaal wordt. Ik merk dat het er in elk geval voor zorgt dat ik meer naar deze plaat blijf luisteren, omdat ik er dingetjes in blijf ontdekken die ik nog niet had gehoord. ”

Van Mieghem: “Dat Luuk een danceproducer is, zorgt ervoor dat hij heel hard denkt in patronen. Zo werkte hij met die laagjes niet alleen in de hoogte, maar ook in de diepte: dat er doorheen het nummer ook nieuwe elementen blijven komen.”

enola: In Ze danst gewoon op straat horen we heel veel synths; dat is ook Luuks stempel?

Noppe: “Voor een groot stuk wel. We waren daar wel al naar toe aan het groeien, en het is ook wel de sound van het moment, maar het was zijn ding. Dan kon hij zeggen: “Ik hoor dit soort synth”, waarop we de kelder van de studio indoken – een ware snoepwinkel voor muzikanten – om op zoek te gaan naar het juiste instrument. Zo hebben we geprobeerd om een moderne versie van Yevgueni te creëren. Hij deed Klaas bijvoorbeeld een pak lager zingen dan hij gewoon is; niet langer springerig, maar eerder beheerst en volwassen.”

enola: En tegelijk maakten jullie voor het eerst heel duidelijk popmuziek.

Noppe: “Ja. In het verleden hebben we vaak al singer-songwritemuziek gemaakt, of dingen die aanleunen bij kleinkunst of zelfs aanleunen bij een alternatiever rockgeluid, maar het soort pure pop als “En met jou” of “Ze danst gewoon op straat” hadden we nog niet gedaan.”

Delrue: “Dat zat ook heel erg in de nummers zelf en hun structuur. Luuk is dan ook een heel erg goeie songsmid, dat wordt vaak vergeten. Ik ben dus eerst met mijn gitaar bij hem langsgegaan om daar nog eens naar te kijken, en soms een of twee akkoorden te veranderen die het beter maakten. En ja, daar kwamen dan liedjes van rond de drie minuten van; een gemiddelde poplengte. Soms is het ook misplaatst om meer te willen maken van iets dan een popsong.”

Noppe: “Het heeft ook veel te maken met hoe we aan het schrijven zijn gegaan. Net als iedereen hebben we in de lockdowns moeten telewerken, en dus stuurden we ideeën naar elkaar door via het internet. Dat beperkt je natuurlijk, je kunt jezelf minder laten gaan. We vertrokken van zang en gitaar, en iedereen begon onafhankelijk van elkaar daarover een partij in te vullen. Dan moet je je wel beperken tot de essentie, want je weet niet wat de ander gaat doen. En wonderwel, als alles werd samengelegd, paste het vaak heel erg goed in elkaar, net omdat iedereen zich had ingehouden. Misschien is dat ook de essentie van een popsong.”

Van Mieghem: “Als je in het repetitiehok samen schrijft, kun je je ook op een dynamiek baseren en op de drive van de groep. Dat misten we nu. Achter je computer ga je veel doordachter met een song om. Eigenlijk waren we toen al met die laagjes bezig.”

Delrue: “Normaal gezien repeteren wij op vrijdag, en het is gek hoe een tweetal songs echt op donderdagavond en –nacht zijn geschreven, gewoon vanuit het idee: “Morgen zou het repetitie zijn’, waarna Patrick (Steenaerts – red.) er ’s ochtends een gitaarlijn over legde en Maarten om zes uur ’s avonds alle bijdragen over elkaar zette. Dat was nog niet de definitieve versie, maar veel viel toen al op zijn plek. Ik denk dat we nog wel zo zullen werken, want dat gaat goed.” 

enola: Door corona is jullie twintigjarig jubileum in het water gevallen. Wordt dat nog ingehaald, of betekent de nieuwe plaat: “We stomen nu wel door naar onze kwarteeuw?”

Delrue: “Dat laatste gevoel weegt door. We hebben in maart een aantal optredens staan die al vier keer verzet zijn en verkocht werden als jubileumshows. We waren van plan om dan iets bijzonders te doen, al was het maar extra lang spelen, maar met een nieuw album kun je die intentie niet volhouden. Nu moeten we gewoon naar de toekomst kijken en proberen een heel goed concert te geven.”

enola: “Doe me nog maar eens een hit als “Als ze lacht””, zei je toen men je ergens vroeg wat je voor de volgende twintig jaar hoopte. Is die nood zo hoog?

Delrue: “Neen, maar als ik mag kiezen? Dan lijkt dat me realistischer dan een internationale tournee of alsnog headlinen op Werchter. Ik zou er niet vies van zijn om nog eens een nummer te hebben dat zo’n gevoelige snaar raakt. Meer dan dat bedoel ik niet hoor, want ik weet ook dat hoe harder je dat probeert te bereiken, hoe minder kans dat het gebeurt. Je kunt dat niet forceren.”

enola: Er is geen onvrede over te weinig airplay?

Delrue: “Neen, want daar mogen we niet over klagen. We leggen ons er bij neer dat sommige zenders ons niet gaan draaien, maar met de twee die dat wel doen – Radio 1 en 2 – voelen we ons best gezegend. In ons universum kom je daar al een heel eind mee: en de aandacht van een groot publiek, en van mensen die de theaterzalen en festivals programmeren. Dat haakt mooi in elkaar. Maar verder zouden we natuurlijk heel blij zijn als pakweg Radio Willy morgen ook een song van ons tof vindt.”

“Ik flip nog altijd een beetje als we een single uitsturen naar de radio’s. Ik durf daar niet gerust in te zijn, want zeker dit jaar voel je dat de plaatsjes duurder worden. Er wordt heel veel uitgebracht, en vaak heel straf, dus ik wéét dat de kans altijd bestaat dat er een dag komt dat men ons niet meer interessant vindt. En radio is belangrijk, ook voor ons. Misschien kan onze boeker een theatertour vastleggen puur op basis van onze reputatie, maar verder hebben we die aandacht net zo goed nog altijd nodig. Dat blijft spannend, die woensdagnamiddagen dat we zitten te wachten of onze single in de playlist wordt opgenomen. En altijd zul je zien dat net die week het overleg is verschoven naar donderdag. Kunnen we blijven onze mailbox refreshen tot dat nieuws binnenvalt. En dan opgelucht ademhalen als je er in staat, want dan weet je dat het voor minstens vier weken is.”

enola: “De Mens elf platen in dertig jaar, Raymond veertien in 50 jaar, en jullie zeven in twintig”, telt de perstekst bij Straks is ook goed uit. Is dat waar nu de blik ligt; op de galerij der groten?

Noppe: “Dat is geen doel op zich, maar we waren zelf wel verrast dat we al aan nummer zeven zaten. Hoeveel we uitbrengen, vind ik echter minder belangrijk dan dát we het nog altijd doen, er plezier aan beleven en geïnspireerd worden door elkaar.”

Delrue: “Qua naam zullen we altijd in een ander universum zitten dan Raymond en De Mens. Zij hebben een show met twintig greatest hits die heel Vlaanderen kan meezingen. Dat gaat voor ons niet op. Wij hebben weinig nummers die zo werken, maar we hebben wel een heel trouw publiek dat al onze nummers kent, en dat nog altijd groeit.”

enola: Het is ook niet evident dat een band na twintig jaar nog altijd uit dezelfde muzikanten bestaat. Meestal slaat de sleur toch toe.

Delrue: “Daar zijn wij nog niet. Op voorwaarde dat onze nevenprojecten er af en toe tussen mogen komen.”

Van Mieghem: “Die geven net wat lucht aan Yevgueni. Verandering van spijs doet eten. Zo voelt het altijd goed om opnieuw naar de groep terug te keren en verder te doen.”

Noppe: “Wij hoeven niet maanden met elkaar op een tourbus te zitten tot we elkaar strontbeu zijn. Naar een optreden rijden blijft een uitstap, buitenkomen met vrienden onder elkaar. Het blijft een feest.”

Yevgueni speelt op 26 en 27 maart uitverkochte concerten in Het Depot, Leuven. Andere tourdata op www.yevgueni.be

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in