Lemon Jelly :: ’64-’95

Eén van de platen die we minstens één keer per maand uit hun
kartonnen omhulseltje bevrijden voor een gezondheidswandeling in de
cd-speler, is ‘Lost Horizons’ van Lemon Jelly. Een paar jaar
geleden viel ons oog op een knap, erg kleurrijk, buitenmaats
kartonnen hoesje. “De muziek is nog veel beter,” verzekerde men
ons, en inderdaad: de combinatie van lome downbeats en met zorg
uitgekozen samples en stemmetjes had een heilzaam effect op mijn
overspannen geest. Ook vandaag nog – goed twee jaar later – blijkt
‘Lost Horizons’ een probaat middeltje tegen stress, en blijft het
samen met o.a. ‘Music Has the Right to Children’ van Boards of
Canada één van mijn favoriete chill out-platen.
Of het met ’64-’95’ ook zo’n vaart zal lopen, betwijfel ik. Het
gevaar bestaat uiteraard altijd dat een nieuwe plaat bij de eerste
kennismaking een serieuze tegenvaller wordt, omdat die niet meteen
beantwoordt aan je verwachtingen. Dat overkwam mij dus ook met dit
schijfje. Niet dat de laatste nieuwe van Fred Deakin en Nick
Franglen plots van zo’n bedenkelijk niveau is, integendeel, het
Britse duo bevestigt op deze derde langspeler dat zij een vaste
waarde zijn in de hoogste afdeling van de dansmuziek. Ondertussen
onderging de plaat de wagen-, de luie zetel- en de
hoofdtelefoontest, en we moeten toegeven dat we nooit te overhaast
mogen zijn met onze conclusies.

’64-’95’: het lijkt een beetje ene rare titel, maar dat is het
niet. Wie geen kaas heeft gegeten van muziek, zou kunnen denken dat
dit een verzamelaar is, met de hits die de band scoorde tussen 1964
en 1995, maar het is slechts een verwijzing naar het jaar van
herkomst van de gebruikte samples. Het is bedoeld als eerbetoon aan
artiesten die in de betreffende jaren van zich lieten spreken, maar
net niet die grote Hit van het Jaar scoorden.
Kleren maken de man, en bij Lemon Jelly zijn het de samples die de
song maken. Net als Luke Vibert, de man achter Wagon Christ, hebben ook Deakin en
Franglen een neus voor leuke geluidsfragmenten, en verstaan ze de
kunst die op geniale wijze in te passen in hun nummers. Op ‘Lost
Horizons’ (en ook op debuut ‘Lemon Jelly.ky’) waren het deze
samples die de heerlijke gerechten die de songs al waren, helemaal
op smaak brachten en maakten dat de hele platen in een zalige,
magisch-realistische, fantastische sfeer baadden. Op ’64-’95’ zijn
de stemmen en geluiden die de nummers larderen iets minder “van de
wereld” dan op de twee voorgaande platen, maar dat neemt niet weg
dat we weerom negen, erg knap in elkaar gezette tunes te horen
krijgen.
In ’88 AKA Come Down On Me’ knallen big beats door de luidsprekers,
en is het even schrikken wanneer we plots de lijzige stem van Chris
Goss te horen krijgen, zoals die klonk op ‘The Blue Garden’ (o,
nostalgie!), de debuutplaat van Masters of Reality. Ook leuk is de
laatste track (’64 AKA Go’), met de warme, diepe stem van William
‘Captain Kirk’ Shatner, die perfect past bij de muziek van Lemon
Jelly.
Voor het overige zijn het eerder nobele onbekenden, uit wier werk
Lemon Jelly de geschikte materialen plukte. Andere gasten (of
moeten we in het geval van sampling niet spreken van “gijzelaars”?)
die voor hoogtepunten zorgen op ’64-’95’ zijn de Schotse
postpunkband The Scars (’79 AKA The Shouty Track’), R&B
zangeresje Monica (’95 AKA Make Things Right’) en het
songschrijversduo Gallagher & Lyle (’75 AKA Stay With You’).
Misschien zeggen deze namen u niets of niet bijster veel, maar geen
nood, dat was ook de bedoeling.

Beter doen dan ‘Lost Horizons’ was als het ware onbegonnen werk.
Deakin en Franglen kozen dan ook voor een lichte koerswijziging,
ten einde niet steeds dezelfde rondjes te moeten varen rond
hetzelfde eilandje. Qua klankkleur en sfeer is deze plaat een
beetje anders dan de voorgaande, maar de werkwijze bleef hetzelfde:
geduldig opgebouwde, subtiel in elkaar geknutselde songs die het
meer dan ooit tevoren uitstekend zullen doen op de dansvloer.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

zeven − 5 =