The Aviator

De meest spectaculaire scène uit ‘The Aviator’, Martin Scorsese’s
nieuwste, toont hoe filmmaker en vliegenier Howard Hughes neerstort
in voorstedelijk Beverly Hills met een zelfontworpen vliegtuig. Een
uur en drie kwartier lang was hij de snelste mens ter wereld, maar
op een kwestie van seconden ging die triomf verloren in een furie
van metaal, glas en steen. De vleugels van het toestel sneden door
de daken van de woonsten heen als door boter en tegen de tijd dat
het ding eindelijk stil kwam te liggen, was er van Hughes zelf nog
maar nét genoeg over om ‘m terug op te kunnen lappen met zes
maanden revalidatie. Die scène vat in feite het hele leven van
Hughes samen: een man die steeds gekkere risico’s nam om z’n
obsessies waar te maken. Hij wilde de snelste vliegtuigen ter
wereld bouwen, de beste films maken. Zijn ambities werden steeds
waanzinniger, tot hij niet anders kón dan ten onder gaan. Hughes’
uiteindelijke crash was echter mentaal in plaats van fysiek: van
jongsaf leed hij aan smetvrees, en na verloop van tijd ging zijn
fobie zo’n extreme vormen aannemen dat hij niet meer kon
functioneren. De laatste 20 jaar van zijn leven sloot hij zichzelf
op in een steriele hotelkamer in Las Vegas, een kluizenaar die
panisch was voor microben.

De Hughes die we in deze film ontmoeten, is echter aanvankelijk een
levenslustige jonge avonturier, die van Texas naar Hollywood is
gekomen om er een carrière als regisseur op te bouwen. Met het geld
dat hij erfde van zijn vader, begint hij aan de productie van
‘Hell’s Angels’, een film over vliegeniers tijdens de Eerste
Wereldoorlog. Het maken van de prent neemt drie jaar in beslag en
kost vier miljoen dollar, een hallucinant hoog bedrag voor die tijd
– maar Hughes bewijst z’n punt: hij heeft de spectaculairste film
gemaakt die de wereld ooit heeft gezien.
Vanaf dat moment zien we Hughes keer op keer dat soort van risico’s
nemen: hij was een man die grootse dromen had en genoeg cash om
althans te proberen die dromen waar te maken. Hij wilde een
internationale vliegmaatschappij oprichten, ook al moest hij alles
hypothekeren dat hij had. Hij wilde een immens vrachtvliegtuig, de
‘Hercules’, in elkaar steken, ook al dreef het hem tot op de rand
van het faillissement. Hij moest en hij zou de borsten van Jane
Russell laten zien in zijn prent ‘The Outlaw’, ook al stond de hele
censuurcommissie op z’n kop. En tussen de bedrijven door beleefde
hij ook nog romances met Katharine Hepburn, Ava Gardner en andere
schoonheden. Alles aan hem was bigger than life, en met ‘The
Aviator’ heeft Scorsese de man een waardige film gegeven – de
verleiding moet groot zijn geweest om van dit bizarre levensverhaal
een eenvoudige karikatuur te maken, over een man die zichzelf
opsloot in een kamertje en nooit buitenkwam. Maar wat Scorsese
doet, is veel interessanter: hij toont ons de tragedie van een man
die grootsheid in zich heeft, maar toch onvermijdelijk, langzaam
maar zeker wegzinkt in z’n eigen waanzin. Genialiteit en waanzin
gaan niet alleen samen – soms zijn ze identiek aan elkaar.
Scorsese, zelf geen klein beetje neurotisch, wéét hoe hij dit
verhaal moet vertellen en hij doet dat op een soms briljante
manier.


Ten eerste maakt hij al een goeie keuze door slechts één bepaald
segment van Hughes’ leven te verfilmen: alle biopics hebben te
lijden onder het feit dat er enorm veel informatie op een zeer
beperkte tijd moet worden getoond. Het resultaat is dat je vaak
oppervlakkige films krijgt, maar door de tijdsspanne van ‘The
Aviator’ te beperken tot 20 jaar (van 1927 tot 1947), weet Scorsese
een zeer overtuigend, samenhangend beeld van de man te scheppen
zoals hij op dat moment was. Tegen het einde van de film hebben we
het gevoel dat we hem kénnen – de volkomen mentale ondergang van de
toekomst hangt hem nu al boven het hoofd, en je kunt niet anders
dan medelijden met hem hebben.

‘The Aviator’ duurt bijna drie uur, maar vliegt voorbij – samen met
z’n vaste editor, Thelma Schoonmaker, houdt Scorsese het tempo van
z’n prent zeer nauwkeurig in de hand. De reden waarom de film
zoveel korter lijkt dan z’n eigenlijke speelduur, is omdat er
àltijd wat te beleven valt, ook tijdens de meest eenvoudige
dialoogscènes. Ofwel is het één van de steadicamshots waar Scorsese
zo goed in is, ofwel is het de manier waarop de kleuren werden
gemanipuleerd om de indruk te wekken dat we naar een ingekleurde
zwart-witfilm uit de jaren veertig aan het kijken zijn. Maar er is
altijd wel iéts dat opvalt, dat de aandacht vasthoudt. Tijdens de
actiescènes is het helemaal smullen: de tournage van ‘Hell’s
Angels’ is zo opwindend in beeld gebracht dat je bijna wil
wegduiken voor de aanstormende vliegtuigen.

Voeg daar nog aan toe dat er uitstekend geacteerd wordt: Leonardo
DiCaprio is geloofwaardig als de jonge, avontuurlijke Hughes, maar
geweldig als de oudere, neurotische versie. Dit is zijn beste rol
sinds ‘The Basketball Diaries’. Cate Blanchett weet Katharine
Hepburn op zeer mooie wijze tot leven te wekken – het verschil
tussen de beide actrices vervaagt na een tijdje zodanig dat je het
verschil nauwelijks nog merkt – en John C. Reilly is betrouwbaar
als altijd in de rol van Noah Dietrich, Hughes’ rechterhand. Wat
DiCaprio en Blanchett hier presteren, is oscarmateriaal. DiCaprio
heeft een sequens van ongeveer twintig minuten waarin hij zichzelf
opsluit in een projectiekamer, ten prooi aan z’n neuroses – zijn
acteerprestatie, en de koortsachtig gedreven regie van Scorsese,
maken van deze twintig minuten een huzarenstukje dat op zichzelf de
trip naar de cinema al de moeite maakt.


Toch punten van kritiek: zo komen we over de motivaties van Hughes’
smetvrees uiteindelijk maar weinig te weten. Scorsese last een
korte beginscène in uit zijn jeugd, waarin zijn moeder hem
waarschuwt voor ziektes, maar die is er eigenlijk alleen voor de
vorm – niemand weet waarom Hughes was zoals hij was. Ik
veronderstel dat het Scorsese’s job niet is om àlles uit te leggen
– sommige dingen hebben geen verklaring – maar dan had hij die
flauwe freudiaanse onzin ook achterwege moeten laten. Ook de
slotscènes zijn een beetje bedrieglijk: we zien Hughes een
glansprestatie neerzetten voor een overheidscommissie die hem
beschuldigt van fraude. De kluizenaar heeft zichzelf gefatsoeneerd
en wint zijn strijd. Vervolgens slaagt hij erin om de Hercules,
zijn gigantische vliegtuig, de lucht in te krijgen, waarmee hij
alle sceptici voorgoed het zwijgen oplegt. Allemaal goed en wel,
maar de Hercules heeft in z’n hele loopbaan maar één mijl gevlogen
– het ding ging de lucht in, maar dat was het hooguit een
Pyrrhusoverwinning. Het lijkt wel alsof Scorsese bang was om té
negatief te eindigen en daarom die scènes gebruikte, terwijl de
waarheid veel somberder was.

Nuja, dat alles doet er maar weinig toe. ‘The Aviator’ toont in
ieder geval hoe Martin Scorsese op z’n 62ste zonder twijfel de
beste levende Amerikaanse filmmaker is, een man die ondanks z’n
leeftijd nog evenveel energie en gedrevenheid toont als eender
welke jonge hond van de nieuwe generatie. Dit is een geboren
regisseur, die hiermee nog maar eens bewijst dat intelligentie,
diepgang en toch opwindende cinema perfect samen kunnen gaan.

http://theaviatormovie.com/

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

een × 2 =