Racing Stripes




Een interessante vraag voor wanneer u zich even niets beters af te
vragen hebt: moet een filmrecensent rekening houden met
doelgroepen? Als het antwoord ja is, dan ben ik eigenlijk verplicht
om bijvoorbeeld ‘National Treasure’
een goeie film te noemen, aangezien het doelpubliek er wel pap van
lust. Maar die prent is dan ook gemikt op een Jerry
Bruckheimerpubliek, wat dus betekent: mensen die hun standaards
gradueel zo laag hebben laten zakken dat ze zich nérgens nog vragen
bij stellen. (Voor die twee of drie mensen die nu zeggen: “Hey, ík
zie graag Jerry Bruckheimerfilms” – nu weet u hoe het met u gesteld
is.) Als je de doelgroepen in acht moet nemen, is ook ‘Racing
Stripes’ een goeie film – dit is een prent gemaakt voor kinderen
die te jong zijn om ooit ‘National Velvet’ te hebben gezien, al was
het maar op tv, of om het fenomeen ‘Babe’ te hebben meegemaakt,
nochtans dé twee films waar z’n plot, personages en zelfs setting
van afkomstig zijn. Frederik Du Chau, een Belg die in ’98
debuteerde met de animatiefilm ‘Quest For Camelot’, is
verantwoordelijk voor dit vreselijk derivatieve kinderspektakel,
waarin alles tweedehands lijkt, geleend uit oudere en betere
projecten.

Het verhaaltje draait rond een zebrajong dat op een stormachtige
nacht per ongeluk wordt achtergelaten door het circus waar het toe
behoort. Het dier wordt geadopteerd door Nolan Walsh (Bruce
Greenwood), een veefokker die vroeger racepaarden trainde, maar
daarmee ophield toen z’n echtgenote stierf bij een val van een
paard. Tegenwoordig woont hij alleen met zijn tienerdochter
Channing (Hayden Panettiere) en is hij als de dood dat ook zij
vroeg of laat op een paard zal willen kruipen om te gaan koersen.
De zebra, die in een staaltje van acuut gebrek aan inspiratie
Stripes wordt genoemd, groeit op in het gezelschap van de andere
boerderijdieren, waaronder een pony genaamd Tucker (Dustin
Hoffman), de gans Franny (Whoopi Goldberg) en de pelikaan Goose
(Joe Pantoliano). Drie jaar lang droomt hij ervan om te mogen
racen, maar de volbloedpaarden aan de andere kant van het hek
lachen hem vierkant uit met zijn ambities. Ook Channing voelt het
kriebelen (ze heeft er ondertussen tenslotte de leeftijd voor) en
wil in de voetsporen volgen van haar moeder, de kampioene.

Wat denkt u? Zal het hart van Nolan smelten voor de smekende
blikken van zijn smeulende dochter? Zal hij haar toelaten om te
racen met Stripes? Zal Stripes de wedstrijd winnen? Zal er een
slow-motion sequentie aan het einde zitten waarin de
hoofdpersonages elkaar triomfantelijk in de armen vallen? De
spanning was vanaf het begin vrij draaglijk.

De reden waarom familiefilms als ‘Finding Nemo’ of ‘The Incredibles’ zo goed werken, is omdat
zowel de ouders als de kinderen ervan kunnen genieten – er zat
schwung in die verhaaltjes, het ging goed vooruit, en ook al was je
dan de volwassene van dienst om de kleuters in de familie te
vergezellen naar de bioscoop, er zaten voldoende onverwachte
plotwendingen en gags in om je geboeid te houden. ‘Racing Stripes’
daarentegen, is zó ongelooflijk conventioneel dat iedereen boven de
twaalf het na een half uurtje al beu zal worden. Er zit letterlijk
niets in dat niet regelrecht werd overgenomen uit andere
producties, inclusief het kleffe levenslesje dat er natuurlijk weer
aan moest worden toegevoegd: laat je door niemand ontmoedigen, ook
al ben je anders. Blijven proberen, blijven knokken, zeg ik u! Maar
knok dan toch!

Wanneer ‘Racing Stripes’ zich niet tergend langzaam doorheen z’n
mager excuus voor een plot heensleept (Scène 1: dochter vraagt aan
vader om Stripes te trainen. Vader zegt nee. Scène 2: we zien vader
peinzend op de veranda zitten. Scène 3: vader is van gedachte
verandert en begint aan de training. Wel héb je ooit, wie had dàt
ooit kunnen denken!), of zich niet onledig houdt met het
verspreiden van mooie boodschapjes, krijgen we – hou u vast – humor
om de leemtes op te vullen. Du Chau en scenarist David Schmidt
putten een oneindig genoegen uit grapjes rond het woord ass
(wat in het Engels zowel “ezel” als “kont” betekent) – ik ben eens
benieuwd hoe ze dat in de Nederlandse dub hebben opgelost. En
verder krijgen we als komische noot de aanwezigheid van twee
vliegen, Buzz en Scuzz (ik verzin dit niet), die constant varianten
op populaire liedjes verzinnen en in een bepaalde scène zich vol
overgave op een sappige paardenvijg storten en beginnen te dineren.
Smakelijk.

Voor de dieren heeft men gebruik gemaakt van dezelfde technieken
die destijds in ‘Babe’ zo mooi werden aangewend: er werden echte
dieren gefilmd, waarna de bekken werden gemanipuleerd om te passen
bij hun teksten. Het probleem met die manier van werken is dat je
niet in staat bent om de hele kop van de beesten te animeren – in
tekenfilms zijn de ogen en bewegingen van pratende dieren altijd
véél expressiever dan de synchronisatie van hun lippen. We leren de
karaktertjes kennen door hun gezichtsexpressies en dynamiek. Hier
gaat dat echter verloren – de lippen bewegen, ja, maar voor de rest
staren we toch maar in de glazige ogen van een dier dat absoluut
niet weet dat hij in een film meespeelt. In het geval van ‘Babe’
werd dat probleem althans gedeeltelijk overkomen door de
enscenering van de film en de montage, zodat je over het algemeen
nog wel de indruk kreeg dat de beesten wisten waar ze mee bezig
waren. ‘Racing Stripes’ is echter zo klunzig gemonteerd dat het
bijna lijkt alsof de teksten achteraf werden geschreven om te
passen bij wat de dieren op de set toevallig deden. Zo heeft
Stripes aan het begin van de film een conversatie met een merrie –
dat gesprek is even aan de gang, wanneer het paard zich plots
omdraait en wegloopt. ‘Talk to the tail!’, roept ze. Die
situatie wordt dermate kig in beeld gebracht, dat ik spontaan
de indruk kreeg dat de merrie er tijdens de draaidag opeens geen
zin meer in had en wegliep, waarna die repliek werd toegevoegd door
de regisseur om er zich met een grapje vanaf te kunnen maken.

‘Racing Stripes’ zal misschien nog net voldoende zijn om kinderen
onder de tien jaar (liefst meisjes) anderhalf uur lang zoet te
houden, maar als ik u was, zou ik er toch maar aan denken om te
wachten op de volgende Pixar- of Dreamworksproductie. Met m’n
oprechte spijtbetuigingen aan de doelgroep, maar… deze zebra
stinkt.

http://racingstripesmovie.warnerbros.com/home.html

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

17 + elf =