She Hate Me




Toen Spike Lee in 1989 ‘Do The Right
Thing’
uitbracht, kreeg hij hier en daar kritiek omdat hij geen
drugs in z’n film had gestopt, hoewel die zich afspeelde in een
zwart getto. Lee’s antwoord was dat racisme genoeg was als
onderwerp voor één film. Drugs zouden later wel aan bod komen. Die
logica – één onderwerp per film, dankuwel – is niet zaligmakend.
Een paar van de beste films van de voorbije jaren – uiteenlopende
prenten als ‘Magnolia’, ‘Adaptation’ en anderen – vormden een waar
lappendeken aan thema’s en verwante plotlijnen, en het zal een
knappe zijn die kan ontkennen dat die aanpak daar werkte. Maar het
is wél een goeie vuistregel, vooral wanneer je als filmmaker toch
al de neiging hebt om je projecten te zwaar te beladen, om er
teveel in te willen stoppen. Na een zeer mooie opflakkering met
’25th Hour’, is Lee met ‘She Hate
Me’ weer vervallen in al die zonden die we nog kennen uit z’n
grootste flops: langdradigheid, prekerigheid, smakeloosheid en
bovenal een terminaal gebrek aan discipline.

De plot draait rond Jack Armstrong (Anthony Mackie), onderdirecteur
van een farmaceutisch bedrijf waar succesvol onderzoek wordt
verricht naar een geneesmiddel tegen aids. Na de zelfmoord van een
medisch onderzoeker, komt Jack erachter dat de grote baas van het
bedrijf (een zeer effectief slijmerige Woody Harrelson),
grootschalige fraude heeft gepleegd en nu miljoenen kan verdienen
aan het falen van het aidsmedicijn en de firma. Wanneer Jack een
telefoontje pleegt naar de authoriteiten, wordt hij stante pede
ontslagen.

Nog geen dag later staat plots zijn lesbische ex-vriendin voor z’n
deur: zij en haar minnares willen immers graag een kind – adoptie
duurt te lang en een spermabank vertrouwen ze niet, dus vragen ze
Jack om de honneurs waar te nemen, in ruil voor 10.000 dollar. Jack
accepteert, en voor hij het weet fungeert zijn ex zowaar als een
volwaardige pooier voor hem – hordes lesbiënnes met een kinderwens
lopen zijn deur plat om door hem bevrucht te worden. Onder hen
bevindt zich Simona Bonasera (Monica Bellucci), de dochter van
gangster Don Angelo Bonasera (John Turturro). Wat heeft het feit
dat Bellucci uit een maffiafamilie komt te maken met de rest van
het verhaal? Bitter weinig, maar het geeft Turturro tenminste de
kans om een zeer geestige Marlon Brando-imitatie ten beste te geven
en voor het overige is er toch al niet veel in ‘She Hate Me’ dat
samenhangt met iets anders.

Dat is waar het gebrek aan discipline van Lee de kop op komt
steken: ‘She Hate Me’ begint als een tamelijk interessant drama
over witteboordscriminaliteit. Dan na een half uur slaat de film om
naar een tragikomedie over een schijnbaar extreem viriele man die
door de éne vrouw na de andere besprongen wordt om toch maar
kinderen te produceren, waarbij de intrige over de bedrijfsfraude
simpelweg wordt vergeten, zo’n 75 minuten lang. Dan, tijdens de
laatste twintig minuten, komt Lee schijnbaar tot de conclusie dat
hij nog het één en ander af te ronden heeft, en raffelt hij in
spoedtempo een resolutie af voor beide plotlijnen. Die nevenplot
over Bellucci en Turturro, én nog eentje over de ouders van Jack,
én nog eentje over Jacks broer, én nog eentje over de nachtwaker
die destijds de inbraak in het Watergategebouw meldde, krijgt u er
gratis bovenop, hoewel ik mag doodvallen als ik weet wat u ermee
zou kunnen aanvangen. ‘She Hate Me’ bevat twee grote, belangrijke
verhaallijnen, plus nog eens God weet hoeveel vertakkingen daarvan.
De film is een chaos aan half uitgewerkte ideeën. Het is een prent
met veel inspiratie maar niet de minste focus. Had Lee nu óf een
film gemaakt over mistoestanden in een groot bedrijf, óf één over
de seksuele etiquette anno 2004, dan had het iets kunnen worden. Nu
gooit hij zoveel verschillende elementen samen, dat de resulterende
soep niet te vreten is.

Nog apart daarvan, zitten er scènes in ‘She Hate Me’ waarvan je
jezelf wel moet afvragen of Spike Lee nu echt verwacht dat we dit
zullen slikken. Een fantasiesequens over de inbraak in Watergate
(wat komt heel die affaire eigenlijk in deze film doén?), is
voldoende om je van pure plaatsvervangende schaamte onder je
zeteltje te doen kruipen. We krijgen herhaalde scènes waarin we
geanimeerde spermacelletjes met het gezicht van Jack op de eicel
van de vrouw in kwestie zien afzwemmen, uiteraard ook geanimeerd
met het gezicht van de actrice. Krék ‘Look Who’s Talking’, en ik
weet niet of u het al wist, maar ‘Look Who’s Talking’ was niet zo’n
beste film.

Lee amuseert zich blijkbaar door het clichébeeld van de zwarte man
als onverzadigbare dekhengst in het lang en in het breed op het
scherm te smeren. Jack maakt in totaal 18 lesbiënnes zwanger à
ratio van gemiddeld vijf (!) per nacht. De dames mogen dan wel voor
de vrouwen zijn, maar dat verhindert niet dat ze stuk voor stuk
genieten van hun eenmale heteroseksuele uitstapje. Een geen enkele
van hen stelt zich vragen bij het feit dat ze de vierde of vijfde
in de rij zijn bij dezelfde man voor een zoveelste potje
onbeschermde seks – moest ik in de plaats zijn van de personages
van ‘She Hate Me’, ik zou hopen dat dat gewraakte middel tegen aids
snel op de markt komt. Het personage van Jack fungeert hier in
feite als belichaming van de ultieme mannelijke fantasie – iemand
die zelfs lesbiënnes een luid orgasme kan bezorgen, iemand die na
vier keer nog wel eens kan, iemand die (in een werkelijk hilarisch
naïeve scène) z’n onderbroek maar hoeft te laten zakken of alle
dames in het gezelschap zijn ogenblikkelijk bereid om tienduizend
dollar neer te tellen, na het simpele in ogenschouw nemen van zijn
werkmateriaal. Hallo, meneer Lee, dit zijn lesbiënnes?! En
dan hebben we het nog niet eens gehad over dat einde, dat werkelijk
ridicuul is, maar ook weer rechtstreeks is weggelopen uit de meest
clichématige mannelijke seksuele fantasieën. Ik hoor de fans van
Lee al zeggen dat dat ook de bedoeling was, dat de regisseur ons
wou confronteren met onze eigen seksuele vooringenomenheden, maar
omdat ‘She Hate Me’ zo weinig focust op eender welk thema dat in
aanleg aanwezig is, is het moeilijk om daar zeker van te
zijn.

En door al die ongein in z’n film te stoppen, rekt Lee het geheel
weer uit tot een kontverlammende 138 minuten. Gelukkig krijgen we
nog goeie acteurs – Anthony Mackie is solide in de hoofdrol, en in
de bijrollen zijn het vooral John Turturro en Woody Harrelson die
bijblijven. Je zult maar eens in zo’n schizofrene film moeten
spelen en toch een consequente acteerprestatie afleveren. Makkelijk
kan het niet geweest zijn.

Spike Lee kàn filmen, maar hij zou eigenlijk constant iemand moeten
hebben die hem in de gaten houdt, zodat hij de kans niet krijgt om
teveel aan zichzelf toe te geven. Self-indulgence, noemen de
Engelsen dat. Beter kan ik het niet samenvatten.

http://www.sonyclassics.com/shehateme/

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

3 + acht =