De Kus




Nu het jaar onzes heren 2004 zich langzaam maar zeker naar de
eindmeet sleept, krijgt de Vlaamse cinema nog één kans om zich te
revancheren, na Rudolf Mestdagh’s hopeloos ambitieuze, hopeloos
gestileerde, maar bovenal gewoon hopeloze ‘Ellektra’ en na Lieven Debrauwers absoluut
niet voor consumptie geschikte ‘Confituur’. ‘De Kus’ is de eerste lange
film geregisseerd door actrice Hilde Van Mieghem, en dat valt eraan
te merken: de goeie bedoelingen vliegen je rond de oren, de passie
die de makers voelden voor dit project spat van het scherm, maar
als puntje bij paaltje komt kun je je niet van de indruk ontdoen
dat dat heilig vuur waar Van Mieghem en co door gegrepen waren,
hier en daar best vervangen had mogen worden door een beetje meer
verstand.

Marie Vinck, in het echte leven de dochter van Van Mieghem, speelt
Sarah, een meisje van net geen zestien dat ervan droomt om danseres
te worden. Haar vader (Jan Decleir) is een schaduwfiguur die
gewoonlijk van huis weg is voor zaken, haar moeder (Van Mieghem
zelf) een continu hysterische trien die haar dochter regelmatig een
flink pak meppen geeft. Op die manier blijft Sarah alleen achter om
voor haar broertje en zusje te zorgen én om onderweg haar eigen
ambities niet te vergeten. Dan op een dag, maakt ze kennis met de
veel oudere Vic (Fedja Van Huêt, ooit nog de hoofdacteur in het
fantastische ‘Karakter’, samen met Decleir). Vic is knap, charmant
en betoont Sarah meer aandacht dan ze thuis ooit heeft gekregen.
Als kijker begrijpen we echter al van bij Vics eerste scheve grijns
dat hij niets goeds in de zin heeft, en inderdaad – de enigmatische
Nederlander met de hondenogen en de mooie praatjes blijkt een
ordinaire pooier te zijn, die zijn hoertjes wel eens hardhandig
durft aanpakken.

Dat gegeven – onschuldig, ongelukkig meisje wordt verleid door de
verkeerde man – is niet nieuw, maar er valt nog altijd wel een
interessante film uit te persen. Centraal staat immers de wens om
aan je eigen leven te ontsnappen, een verlangen zo intens dat je
eender wat, eender wie zou geloven die je de kans biedt om dat te
doen. Zelfs de meest voor de hand liggende leugens, uitgesproken
door mensen waarvan iedereen met ogen in z’n kop vanop een
kilometer afstand ziet dat ze niet deugen. Dat is een gegeven waar
je met recht en rede een film rond kunt opbouwen, waarom niet?
Alleen is er in de overgang van concept en thematiek naar scenario
het één en ander misgelopen.

Hilde Van Mieghem, ook verantwoordelijk voor het script, kiest er
immers voor om elk plotpunt en alle karaktertekeningen zeer
nadrukkelijk in het gezicht van de kijker te plakken. Hoe
nadrukkelijk? Wel, tijdens de eerste scène wordt de moeder van
Sarah geïntroduceerd door het hoofd van haar dochter tegen het
keukenaanrecht te meppen. We weten dat Vic niet deugt, aangezien
hij, na teder afscheid te hebben genomen van Sarah, een limousine
instapt en een toch al bont en blauw geslagen hoertje nog wat
verder begint in elkaar te rammen. De eenzaamheid van Sarah zelf
moeten we niet afleiden uit haar gedragingen of uit de manier
waarop ze reageert op de wereld om haar heen, nee, het meisje
vertelt het ons letterlijk, tijdens een dialoog met Vic aan het
begin van de film. Keer op keer neemt Van Mieghem de kijker op die
manier het werk uit handen – we moeten niet op zoek gaan naar wie
die personages zijn, we moeten niet persoonlijk ons oordeel over
hen vellen, het wordt allemaal voor ons gedaan. Alsof de regisseuse
continu knipoogt naar de kijker en zegt: ‘Voor het geval je nog
niet begrepen mocht hebben waarom Vic een smeerlap is, volgt er nu
nog maar eens een scène waarin hij een hoertje in elkaar trapt.’
Het leuke aan een goeie film is dat je als toeschouwer actief
betrokken raakt bij het gebeuren – je wilt meer te weten komen over
die personages en hun situaties. Hier is er geen enkele reden om
betrokken te raken. Alles wordt je tóch wel drie, vier keer met de
paplepel ingegeven.

Apart daarvan blijven de personages van Sarah’s ouders zeer wazige
figuren, die met de wind mee lijken te draaien. Natuurlijk is het
positief wanneer personages evolueren over de loop van de film, en
natuurlijk gedragen mensen in het echte leven zich ook niet altijd
helemaal logisch, maar de karakters van Van Mieghem en vooral Jan
Decleir zijn ronduit raadselachtig in hun stemmingswisselingen.
Tijdens een vroege scène – de beste in de hele film, trouwens –
zien we Decleir teder, lief zijn dochter in z’n armen nemen. Hij is
geen slechte vader, hij houdt van z’n dochter, maar hij kan het
alleen niet goed tonen. Vergelijk die minzame, goedbedoelende man
even met de halve gek die we aan het einde van de film te zien
krijgen. Net zo is de Hilde Van Mieghem die haar dochter een pak
rammel geeft, niét dezelfde Hilde Van Mieghem die aan het einde met
Sarah naar het ziekenhuis gaat. Dat personages evolueren is
prachtig. Dat ze af en toe iets onvoorspelbaars doen – alla. Maar
in het geval van ‘De Kus’ is elke vorm van motivatie voor die soms
extreme wisselingen van scène tot scène in de karakters van Sarah’s
ouders volkomen zoek.

Voor de bizarre wendingen hoef je jezelf niet eens te beperken tot
de gedragingen van de personages – de plot zelf maakt pakweg een
kwartier voor het einde ook een fikse bocht. Ter elfder ure besluit
de regisseuse om aldus en alsnog een thrillerelement in haar
verhaal te introduceren, wat wilt zeggen dat Sarah zich plotseling
ontpopt tot een geslepen intrigante die sluwe plannetjes verzint om
haar kwelgeest af te straffen. En ik geloof daar dus niks van. Een
meisje dat in dergelijke mate door een man mentaal en fysiek
mishandeld is geworden, gaat die man vervolgens niet opzoeken om
hem in een zelfontworpen hinderlaag te lokken.

Goed nieuws is er echter ook: de acteurs, met Marie Vinck op kop,
leveren soms prachtig werk. Het meisje waait met ongelooflijk veel
naturel over het scherm en weet zelfs de meest extreme emoties een
gevoel van vanzelfsprekendheid mee te geven. Neem bijvoorbeeld die
éne scène tussen haar en Jan Decleir, een briljante scène waarin
alles gewoon helemaal goed zit. Sarah is aan het huilen, haar vader
probeert haar te troosten. In tegenstelling tot heel wat andere
momenten in de film, zijn de dialogen ditmaal volstrekt gepast voor
de situatie. Let op de manier waarop Vinck niet alleen
geloofwaardig kan huilen terwijl ze haar dialogen zegt (op zichzelf
al niet gemakkelijk), maar vooral ook op haar lichaamstaal. De
manier waarop ze zich klein maakt in de armen van haar vader, de
manier waarop ze met de knopen van z’n hemd begint te spelen. Het
zijn die kleine dingen die een acteerprestatie tot leven roepen en
Vinck weet in scène na scène dat soort van kleine nuances te
leggen.

‘De Kus’ is een film met een boeiend concept, goeie
acteerprestaties en hier en daar een scène die er met kop en
schouders bovenuit steekt, zoals die tussen Vinck en Decleir. Maar
bovenal is het een prent waarvan het scenario een flinke poetsbeurt
nodig heeft, om het geheel wat subtieler te maken en de
inconsistenties in de personages eruit te halen. Goed geprobeerd,
zeggen we dan.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

2 × drie =