One Two Three

Hoe vaker ik naar de films van Billy Wilder kijk, hoe meer het me
verbaast waar ze dat klein opdondertje van een Duitse regisseur
allemaal mee hebben laten wegkomen – hoe meer films hij maakte, hoe
scherper z’n kritiek op het Amerikaanse systeem werd (kijk maar
naar ‘The Apartment’ of ‘The Fortune
Cookie’). Hij zette Hollywood vrolijk voor joker in ‘Sunset
Boulevard’, was één van de eersten om alcoholverslaving op een
ernstige manier te behandelen in ‘The Lost Weekend’ en balanceerde
op het randje van het toelaatbare met z’n seksuele insinuaties in
films als ‘The Seven Year Itch’, ‘Some Like It Hot’ en ‘Kiss Me,
Stupid’, films die nu – wat dat betreft – zeer onschadelijk en
braafjes lijken, maar voor toen erg gedurfd waren. En in het midden
van de koude oorlog maakte hij ‘One, Two, Three’, een gloeiende
satire waarin zowel oost als west genadeloos te kijk worden gezet.
Dit was een naar Amerika uitgeweken Duitser, die terugkeerde naar
z’n thuisland om zowel z’n heimat als z’n huidige woonplaats
‘s flink voor paal te zetten. Je moet het maar durven.

James Cagney speelde de laatste hoofdrol in z’n carrière als C.R.
MacNamara, het hoofd van de Coca-Cola Company in het West-Berlijn
van 1961. Dit is nog voordat de muur wordt opgetrokken, en zoals
Cagney het zegt in een voice-over: “Het verkeer tussen oost en west
verliep vrij vlot. Sommige grenswachten waren onbeleefd en
achterdochtig. Anderen achterdochtig en onbeleefd.” Op een dag
krijgt MacNamara een telefoontje van de grote baas uit Virginia,
die hem meedeelt dat zijn dochter onderweg is naar Berlijn om haar
problemen met de jongens te ontvluchten. Tegen zijn zin, maar met
het zicht op een aantrekkelijke promotie, moet MacNamara de vurige,
zij het oliedomme jongedame Scarlett (Pamela Tiffin) onderdak
verlenen. Enkele maanden later, nauwelijks een dag voordat de big
chief zelf naar Berlijn zal komen om z’n dochter op te pikken,
blijkt plots dat Miss Scarlett een relatie heeft aangeknoopt met
een oost-Berlijnse communist. Van wie ze zwanger is. MacNamara
heeft maar enkele uren om de idealistische, met Marx dwepende
jongeman (Horst Buchholz) om te toveren tot een rasechte kapitalist
waar zijn toekomstige schoonvader trots op kan zijn.

Wilder filmde ‘One, Two, Three’ op locatie in Berlijn en was klaar
met zijn opnames één week voordat de communisten de Berlijnse muur
opwierpen. Tegen de tijd dat de film in de zalen kwam, was hij al
een period piece geworden, een blik op de mentaliteit van zowel
Amerikanen als communisten in die korte periode tussen 1945 en 13
augustus 1961, toen een moeizaam maar niettemin minzaam samenleven
tussen beide partijen nog enigszins mogelijk leek. Toen na de bouw
van de muur de koude oorlog volop losbarstte, werd de prent
zomogelijk nóg relevanter, want elke sneer in de richting van de
rooien kreeg plots een veel krachtiger betekenis. Dat ook de
Amerikanen er niet zo best uitkwamen, was iets dat destijds al dan
niet bewust dan maar even vergeten werd. Zelfs tegenwoordig kun je
niet echt zeggen dat de thema’s van ‘One, Two, Three’ verouderd
zijn – MacNamara wil met z’n Coca-Colabedrijf van de Russen tegen
wil en dank ersatz-Amerikanen maken. Hij maakt deals met hen om een
fabriek te openen in de USSR – ‘De Russen zijn misschien de eersten
om een man op de maan te zetten,’ horen we hem zeggen, ‘maar als ze
onderweg een Cola willen, zullen ze toch naar mij moeten komen.’
Die drang van Amerikanen om elk land en elk volk waar ze mee te
maken krijgen te reduceren tot iets dat ze kunnen begrijpen, om van
hen iets te maken dat lijkt op henzelf, bestaat nog steeds – kijk
maar naar het Midden-Oosten.

Politiek gezien schopt Wilder echter evenzeer tegen de schenen van
zowel het oosten als het westen. Rijkeluisdochter Pamela Tiffin
heeft geen gram verstand in haar hoofd, de grote baas van Coca-Cola
is een typische redneck die nog steeds niet wilt horen dat
de Zuidelijke Staten de Amerikaanse Burgeroorlog hebben verloren en
wanneer de Russen iemand willen martelen, draaien ze een plaatje
van ‘Yellow Polka Dot Bikini’. Maar ondertussen zijn de communisten
een corrupt zootje ongeregeld, die continu wel iets aan het
ritselen zijn. Tijdens één scène zien we een portret van Chroestjov
uit z’n kader zakken – erachter zit nog steeds dat van Stalin.
Oost, west – allebei even domme uiteinden van het kompas, enkel uit
op hun eigen gewin.

Maar goed, dat is allemaal politiek. Als komedie is en blijft ‘One,
Two, Three’ een waar salvo van gags – in zuivere
screwball-stijl spugen Cagney en company de éne one-liner na
de andere uit, zo snel dat je bijna verplicht bent om de film
tweemaal te bekijken, enkel om ze allemaal te kunnen vatten. De
muziek van André Previn geeft het tempo van de film aan – Billy
Wilder vertrekt in derde versnelling en tegen de tijd dat we
halverwege zijn, sjezen we aan zo’n duizelingwekkende snelheid
voort dat we nauwelijks nog adem kunnen halen. Het gevolg van dat
waanzinnige tempo is wel dat niet àlle grappen even geslaagd zijn.
We krijgen hilarische dialogen, zoals eentje waarin een Duitse
dokter niet op het Engelse woord voor “schwanger” kan komen – één
van de kinderen van MacNamara weet echter wat het betekent:
“Scarlett’s gonna have puppies!” Maar daar tegenover staan
dan wel weer een aantal flauwe woordspelingen, zoals “They’re
sitting around on their assets”.
‘One, Two, Three’ is misschien
een beetje hit and miss op dat gebied, maar hij raakt wel
veel vaker z’n doel dan hij het mist, en gezien de hysterische
snelheid waarmee de film zich voortbeweegt, krijgen we nauwelijks
tijd om stil te staan bij de gemiste kansen.

Eén van de redenen waarom dit soort van komedie werkt, is omdat de
plots gewoonlijk relatief simpel gehouden worden, en hier is dat
niet anders: als je je scenario tsjokvol gaat steken met snel
afgeratelde komische dialogen, dan moet je ervoor zorgen dat de
verhaallijnen niet in de weg gaan liggen. ‘One, Two, Three’ is een
erg rechtlijnige film, het is zelfs high concept
avant-la-lettre
: zakenman op zoek naar promotie moet voor z’n
baas van een communist een kapitalist maken. Oké, de term high
concept wordt daarmee enigszins gerokken, maar u snapt m’n
bedoeling – alles wordt erg eenvoudig gehouden, om de acteurs en de
dialogen een kans te geven om te stralen. En dat doen ze: James
Cagney acteert hier drie hartaanvallen bij elkaar en wordt omringd
door een serie schitterende karakteracteurs (waarvan velen vaste
waarden zouden worden in Wilderfilms), inclusief Hanns Lothar als
Schlemmer, de hielenklikkende, ex-SS assistent van MacNamara.

‘One, Two, Three’ is letterlijk een film zoals ze die tegenwoordig
niet meer maken – geheel gedreven door spitse dialogen, met een
bijtende politieke inhoud en een soms regelrecht uitputtend hoog
tempo. Kortom: precies wat wij verwachten van een goeie komedie.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

dertien − 6 =