Seven Samurai




Indien u aan ware cinefielen zou vragen (maar wie doet dat?) wat de
beste film van Akira Kurosawa is, zou u waarschijnlijk als antwoord
‘Rashomon’ of ‘Ikiru’ krijgen – twee
films met een onmiskenbaar intellectueel cachet waarover het aardig
doorbomen is na een borrel of twee. Maar de film waar de meeste
mensen graag naar kijken, is ‘Seven Samurai’, in de eerste plaats
omdat het een zeer toegankelijke prent is. Kurosawa maakt in deze
ultieme samoeraifilm punten duidelijk over klasseverschillen, het
noodlot en eergevoel, maar bovenal is ‘Seven Samurai’ ook een
opwindend avonturenverhaal met min of meer herkenbare
personages.

De plot is onderhand een klassieke premisse geworden: de bewoners
van een klein, arm dorpje in het feodale Japan van de zestiende
eeuw komen te weten dat ze na hun oogst zullen worden aangevallen
door bandieten – in paniek beslissen ze dat de enige mogelijke
oplossing voor hun situatie het inhuren van samoerai is, die het
dorpje kunnen beschermen. De vraag blijft echter welke krijgers hun
diensten beschikbaar willen stellen voor niet meer dan een kom
rijst.

Vier afgevaardigden trekken naar de grotere steden om geschikte
mannen te vinden. Na veel vijven en zessen komen ze uit bij zeven
samoerai die elk hun eigen redenen hebben om voor de dorpelingen in
de bres te springen. Wat dan volgt, is een subtiel opgebouwd
scenario waarin de eenvoudige boeren en de nobele samoerai elkaar
leren te waarderen – hun aanvankelijk wantrouwen smelt langzaam
maar zeker weg voor een nieuw gevonden verstandhouding en de
onderlinge relaties worden steeds complexer en intiemer.

De manier waarop de samoerai zelf worden voorgesteld, is meteen al
een grote kracht van de film: alle zeven hebben ze één uitgesproken
karaktertrek die typerend is voor hun personage en die ervoor zorgt
dat we de evolutie van hun persoonlijke verhaallijnen goed kunnen
blijven volgen. We krijgen de oudere, wijze krijger die continu
‘Hmmm,’ gromt en over z’n kaal geschoren schedel wrijft. De jonge,
ambitieuze knaap die koste wat het kost erbij wilt horen. De
zwijgzwame, knorrige samoerai die zonder er een woord aan te
verspillen een hele resem vijanden aan z’n degen rijgt. De gek,
Toshiro Mifune, die de hele film steelt, enzovoort Het feit dat
alle samoerai wel hun eigen bijzondere karaktertrekjes hebben,
zorgt ervoor dat we steeds blijven beseffen wie wie is, ook als
westers publiek, en dat we aan het einde van de film een indruk
krijgen van de emotionele weg die de personages hebben afgelegd.
Hun karakter gaat niet verloren in het gedrang, ze worden niet
overweldigd door de actie, wel in tegendeel.

Kurosawa wilde met ‘Seven Samurai’ een commentaar leveren op het
klassensysteem zoals dat, ook in de jaren 1950, nog steeds bestond
in Japan. De jongste samoerai en het dorpsmeisje zijn niet voor
elkaar voorbestemd – hun relatie is vanaf het begin een
onmogelijkheid, en aan het einde van de film zien we dan ook hoe de
twee elkaar in de ogen kijken, maar niets doen. Zij gaat rijst
planten, hij blijft waar hij is. Op verschillende punten in de film
wordt dat thema van sociale rangorde op de voorgrond geplaatst.
Wanneer de dorpelingen samoerai gaan rekruteren, krijgen ze van
verschillende krijgers te horen dat hun voorstel op zichzelf al een
belediging is – de samoerai staan op een hogere sport van de
sociale ladder. Wanneer de boeren hen willen aanspreken, moeten ze
zichzelf op de grond gooien. Waarom is het zo, waarom zijn die
samoerai wat méér dan de boeren? Niemand die het zich schijnt af te
vragen, zelfs de boeren concluderen alleen dat ellende erbij hoort
wanneer je als boer geboren bent. Het is allemaal voorbeschikt.
Alleen Kikuchiyo, gespeeld door Toshiro Mifune, haalt het in z’n
hoofd om het klassensysteem te doorbreken – hij is als boer
geboren, maar vervalste een stamboom om zichzelf een samoerai te
kunnen noemen. Die stamboom geeft wel aan dat hij slechts dertien
jaar oud is, maar toch…

Maar dat terzijde genomen, is en blijft ‘Seven Samurai’ natuurlijk
ook een pracht van een avonturenfilm – Kurosawa maakt continu
gebruik van deep focus fotografie, die ervoor zorgt dat de
voor- en achtergrond allebei in focus zijn. Een mooi voorbeeld
hiervan is een vroege scène, waarin een kom rijst vlak voor de
camera wordt gehouden, terwijl de man die we op de achtergrond zien
nog steeds scherp in beeld is. Het is een simpel shot, maar wie een
prachtig voorbeeld van deep focus wilt, kan ze niet beter dromen
dan dat. Verderop in de film wordt de techniek op inventieve
manieren aangewend om een spanningsveld tussen de personages te
creëren – twee personen op de voorgrond praten, terwijl een derde
op de achtergrond gespannen meeluistert, zich uiteindelijk niet
meer kan houden en op een bepaald moment reageert. Dan hélpt het
als die derde persoon de hele tijd al in focus was – hij komt niet
zomaar in het wilde weg de scène ingelopen, we weten ook waar hij
vandaan komt en waarom.

De actiescènes worden daarenboven met een chirurgische precisie in
elkaar gemonteerd. Kurosawa maakt gebruikt van alle hulpmiddelen
die hij op een geloofwaardige manier in z’n verhaal kon verwerken,
om de logistiek van de slag om het dorp toch maar duidelijk te
maken aan z’n kijkers: hij toont ons zeker drie, vier keer een
kaart waarop de mogelijke toegangswegen van de bandieten staan
aangegeven en hij gebruikt zelfs een eenvoudig aftelsysteem voor de
gedode struikrovers. Telkens wanneer één van de schurken het loodje
legt, wordt een kruisje door een cirkeltje getrokken. Het gevolg is
dat de kijker altijd méé is: wanneer de samoerai zeggen dat een
paar hutten opgeofferd moeten worden om de rest van het dorp beter
te beschermen, dan wéten we waarom ze dat zeggen, het is logisch.
Wanneer de bandieten aanvallen, dan weten we waar ze zijn en welke
tactiek de samoerai zullen gebruiken. Alles is volledig
transparant, en het gevolg is dat de actie eens zo spannend wordt,
simpelweg omdat we het begrijpen.

‘Seven Samurai’ is een intelligente film die visueel soms
overdonderend mooi is, maar in de eerste plaats is het ook gewoon
een geweldige avonturenfilm, die z’n actie zó weet te doseren dat
er altijd tijd overblijft voor de personages. Het is een lange film
(208 minuten), maar doorgaans wordt er niet zo naar verwezen – je
voélt de lengte niet, omdat elke scène wel iets bijdraagt, indien
niet aan de plot, dan toch aan de personages en hun onderlinge
relaties. Eén van de hoogtepunten in de Japanse cinema.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

6 − 3 =