Stalag 17

Toch vreemd, hoe er over sommige samenwerkingen
tussen regisseurs en acteurs eindeloos gepalaverd kan worden,
terwijl andere haast ongemerkt voorbij gaan. In het geval van Billy
Wilder wordt er continu gesproken over zijn talrijke films met Jack
Lemmon (en bij uitbreiding met Walter Matthau), en over het
schrijfteam dat hij vormde met I.A.L. Diamond. Over zijn relatie
met William Holden, daarentegen, wordt meestal gezwegen, hoewel de
twee mannen samen vier films maakten, waaronder een aantal van hun
bekendste: ‘Sunset Blvd’, ‘Stalag 17’, ‘Sabrina’ en – minder
memorabel – ‘Fedora’. Van de vier is ‘Stalag 17’ misschien niet de
beste (die eer gaat naar ‘Sunset Blvd’) of de populairste bij het
grote publiek (‘Sabrina’!), maar het is wel de film die Holden een
Oscar bezorgde, én die hem in de ogen van de massa bevestigde als
potentiële actiester. Zou hij in ‘The Bridge on the River Kwai’
zijn opgedoken als hij niet eerst deze POW-film had gemaakt?

Holden speelt J.J. Sefton, een Amerikaanse
sergeant die tijdens de Tweede Wereldoorlog als krijgsgevangene
opgesloten zit in Stalag 17. Zoals dat hoort, houden zijn
medegevangenen zich uitgebreid bezig met ontsnappingspogingen, het
smokkelen van radio’s en ga zo maar door – maar elke stap die ze
zetten, wordt blijkbaar miraculeus voorzien door de nazi’s. De
conclusie is logisch: er zit een verrader in hun barak. Sefton, een
eenzaat die alleen op zijn eigen belang uit is en zelfs sigaretten
inzet op de dood van zijn maten, is de logische verdachte, en
krijgt dan ook al zijn maten tegen zich. Maar wie is de echte
mol?

Die plot lijkt zich in eerste instantie te lenen
tot een soort thriller-drama: de zoektocht naar een verrader, de
mogelijkheid dat de helden gepakt worden… Op zichzelf is dat
serieuze kost. Maar Wilder probeert dat alles ook nog eens te
verpakken als een komedie, waarin er vaak platte capriolen worden
opgevoerd door comic relief-duo Animal en Shapiro (Robert
Strauss en Harvey Lembeck). Die twee mogen voor de vrolijke noot
zorgen door te gluren naar vrouwelijke gevangenen aan de andere
kant van het prikkeldraad en zich op een kerstfeestje op te tutten
als Betty Grable. Die combinatie is niet altijd even geslaagd: de
humor is zodanig kluchtig dat je op slag naar een andere film aan
het kijken bent, één die nog niet tot aan de enkels komt van het
meer ernstige ontsnappingsdrama.

Wanneer Wilder zich echter concentreert op zijn
centrale intrige, herpakt de film zich, en ontwikkelt hij zich tot
een strakke whodunit, met een sterk hoofdpersonage. Sefton
is een Wilderfiguur par excellence: een cynische
loner wiens idealisme al lang geleden verloren is gegaan,
maar die ergens diep binnenin nog altijd wel een kern van goed
fatsoen heeft bewaard. Hij wordt niet echt psychologisch uitgewerkt
(‘Stalag 17’ dateert sowieso van voor de tijd dat filmmakers
verplicht waren om diepere psychologische drijfveren bloot te
leggen), maar fungeert eerder als een Amerikaans archetype: hij is
de op zichzelf aangewezen survivor, de ondernemende
individualist die uiteindelijk aan het langste eind trekt. In een
western zou hij de zwijgzame, harde-maar-faire cowboy zijn, hier is
hij de cynische soldaat. Holden speelt hem met een subtiel gevoel
voor humor en een soort arrogantie die past bij de rol: Sefton is
er altijd van overtuigd dat hij slimmer is dan alle anderen in de
kamer (en terecht, trouwens); een overtuiging die doorschemert in
alles wat hij doet.

De plot rond de verrader zit overigens goed in
elkaar, en wordt verteld op een bewonderenswaardig economische
manier: Wilder werkt met visuele motieven (een bengelend
lichtpeertje, een schaakspel) die ons zo goed als alles vertellen
dat we moeten weten, en bijgevolg lange dialogen overbodig maken.
Wanneer Sefton (spoiler, I guess) aan het einde van de
film de verrader ontmaskert, moet hij nog maar een minimum aan
informatie geven die we nog niet wisten, en de film kan meteen
voort. Dat houdt in dat het tempo, ook naar huidige normen, nog
altijd goed zit.

Bovendien krijgen we een aantal sterke
bijrollen, vooral van regisseur Otto Preminger als kampleider en
Sig Ruman als de uitbundige kapitein Schultz (I used to live in
Zinzinatti!).
Net als Holden (en eigenlijk alle anderen)
spelen ook zij typetjes: de nazi zoals hij wordt waargenomen door
Amerikaanse filmmakers. Maar dat werkt wel – ‘Stalag 17’ is een
film die bewust stereotypes hanteert om het contrast tussen de
Amerikanen en de nazi’s zo snel en eenvoudig mogelijk duidelijk te
maken. En daarmee zou hij trouwens nog de directe voorganger worden
van de beruchte sitcom ‘Hogan’s Heroes’, die in de jaren zeventig
succesvol was op de Amerikaanse tv, en in mindere mate van ‘MASH’,
eveneens een weinig eerbiedige blik op het leger en het gebrek aan
heldendom dat er valt terug te vinden.

Op verhaaltechnisch vlak valt er nog wel het één
en ander aan te merken op de film: Wilder trekt zijn film op gang,
om dan na een half uur plotseling een aantal korte scènes in te
lassen waarin de achtergrond van Sefton wordt geschetst. Alles
wordt plotseling on hold gezet om te tonen hoe Sefton
muizenraces houdt om sigaretten te winnen. Oké, die scènes zeggen
wel iets over zijn karakter, maar was er echt geen elegantere
manier om dat te doen?

‘Stalag 17’ heeft dus wel degelijk zijn gebreken
– dat gedoe met Animal en Shapiro werkt simpelweg niet, en bepaalde
zijsprongetjes in het scenario hadden gerust anders aangepakt
kunnen worden. Maar met scherp uitgelijnde personages, een strak
plot en een efficiënte beeldvoering, blijft het sowieso één van
Wilders onmiskenbare klassiekers. Van hier tot in
Zinzinatti.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

achttien + drie =