Elizabeth




Shekhar Kapur maakte in 1994 behoorlijk wat furore met zijn film
‘Bandit Queen’, het ware, gewelddadige verhaal van een soort van
vrouwelijke Robin Hood die tijdens de jaren tachtig Indië onveilig
maakte. In zijn thuisland werd de film verboden, elders in de
wereld waren de reacties vrijwel unaniem enthousiast. Op de kracht
van ‘Bandit Queen’ kreeg Kapur een kans om het in het Westen waar
te maken – ‘Elizabeth’, gemaakt in 1998, bewees dat de Indiër meer
dan voldoende talent in huis had om eender welke Brit naar huis te
filmen, ook al ging het deze keer dan over een oerbrits onderwerp,
én de film betekende ook een fenomenale doorbraak voor Cate
Blanchett (die echter op schandalige wijze van haar oscar werd
beroofd door Gwyneth Paltrow of all people, voor
‘Shakespeare In Love’).

De film begint in 1554 – ‘Bloody’ Mary I heeft de troon overgenomen
van haar vader, Henry VIII, en als rabiate katholiek begint ze
protestanten te verbranden alsof er geen morgen is. Mary’s halfzus,
Elizabeth, dochter van Anne Boleyn, vormt als protestantse een
bedreiging voor haar positie op de troon, en de koningin laat haar
dan ook in de Tower opsluiten. Meer door geluk dan wat anders
overleeft Elizabeth haar verblijf daar, en wanneer Mary sterft in
1558, neemt ze de heerschappij over Engeland over.

Vanaf dat moment krijgen we een fascinerende blik op de intriges
achter de schermen van het machtigste hof ter wereld – de fezelende
katholieke Hertog van Norfolk (Christopher Eccleston), die constant
op zoek is naar een alliantie met een Europees katholiek hof, of
het nu Frankrijk of Spanje is, om zich van de ketterse Elizabeth te
ontdoen. De goedbedoelende Robert Dudley, Graaf van Leicester (dat
spreekt u trouwens uit als Lester, dames en heren, het klinkt
bijzonder dom wanneer mensen dat verkeerd zeggen), die al lang
verliefd is op Elizabeth maar z’n kansen nu verloren ziet gaan aan
haar positie als koningin. De pogingen van koninklijk adviseur Sir
William Cecil (Richard Attenborough) om Elizabeth te doen trouwen
met Frankrijk of Spanje, om de positie van Engeland te versterken.
En, het meest intrigerend van allemaal, de rol van Sir Francis
Walsingham (Geoffrey Rush), een steenharde spion voor Elizabeth die
een meedogenloze politiek voert van moord en bedrog in dienst van
z’n koningin.

Als geschiedenisles is ‘Elizabeth’ maar een matige introductie tot
de turbulente periode van Mary’s en Elizabeths heerschappijen –
personages krijgen soms een andere rol te spelen dan ze in
werkelijkheid hadden, gebeurtenissen worden geschrapt of ingekort
om beter te passen in de structuur van een film van twee uur. Het
zou erg unfair zijn om de prent daarop af te rekenen – het oude
adagio luidt: wie de feitelijke waarheid wil, moet een boek lezen.
Wie emotionele waarheid zoekt, kijkt naar de film. Dat is waar film
goed in is: het opwekkend van gevoelens, van sfeer, en reken maar
dat Shekhar Kapur daarin slaagt. De regisseur neemt wat een droge,
saaie verhandeling had kunnen zijn en blaast met één krachtige adem
al het stof ervan af. ‘Elizabeth’ is een film van verraad, verloren
liefde en politiek gekonkel – in essentie is het een politieke
thriller, en Kapur behandelt het verhaal dan ook als
dusdanig.

Vanaf het begin worden we bruusk wakker geschud met een ietwat
confronterende scène waarin een aantal protestanten op de
brandstapel worden gezet – bombastische muziek en een camera die
nooit stil staat, drukken ons meteen met onze neus op de feiten:
dit wordt de sappige versie van de geschiedenis. Ook daarna wordt
die stijl aangehouden: Kapur houdt z’n camera continu in beweging,
de film wordt gedomineerd door duistere, onheilspellende sets en
bewust artificiële belichting – regelmatig zien we een enkele
straal helder wit licht over de set vallen, die de personages in
silhouet aftekent tegen hun achtergrond. Waar komt die éne streep
licht vandaan, ‘s nachts in een kasteel dat enkel met fakkels
verlicht wordt? Zegt u het maar. Het punt is, dat die visuele
vormgeving ertoe bijdraagt dat ‘Elizabeth’ een moody atmosfeer
meekrijgt. Het koninklijk paleis is géén plechtstatige plaats van
een benauwend protocol, maar het theater waarop een grootschalig
drama van moord, seks en bedrog plaatsvindt. Kapur wilt een
historisch drama maken, jazeker, maar in de eerste plaats wil hij
zijn publiek ook boeien, en op een bepaalde manier is hij simpelweg
schaamteloos in de manier waarop hij dat doet. Niet alleen krijgen
we die visuele flair, niet alleen krijgen we regelmatig een portie
seks en geweld, maar we krijgen zelfs Vincent Cassel in een ronduit
kluchtige rol als Franse paljas die naar de hand van de koningin
dingt, maar zich ten alle tijden als een klein kind gedraagt en
zelfs rondloopt in jurken – ‘Yes, I am wearing a dress…
So?
‘ Zelfs de muziek werd uitgekozen om het drama toch maar zo
zintuiglijk mogelijk te maken – het gebruik van Mozarts ‘Requiem’
aan het einde van de film is een staaltje van waanzinnige
anachronie (ze zitten er zo’n tweehonderd jaar naast), maar in de
context van de film wérkt het.

Clate Blanchett is fenomenaal als Elizabeth – het spelen van
historische personages is altijd lastig, aangezien je de
historische feiten vorm moet zien te geven binnen het kader van een
geloofwaardig personage. We weten dat Elizabeth de
godsdiensttwisten tussen protestanten en katholieken vrij succesvol
wist te regelen met de Elizabethan Settlement, wat een leer inhield
die het midden hield tussen beide vormen van het Christendom. Oké,
goed, dat is een gegeven. Maar in de film krijg je dan een scène
waarin Elizabeth, nog steeds een jonge vrouw van nog geen dertig
jaar oud, zich voorbereid om al die ouwe rotten die de kerkelijke
en politieke macht uitmaken van het land, onder ogen te komen en
haar plan aan hen voor te stellen. En dan zien we geen historische
figuur, geen koningin van vierhonderd jaar geleden, maar een vrouw
die bang is, nerveus omdat ze hier voor de eerste maal écht moet
bewijzen wat ze waard is. Ze repeteert haar speech, brengt kleine
wijzigingen aan, probeert verschillende klemtonen te leggen… Ze
is nerveus als een kind dat een spreekbeurt moet afleggen. Op dat
moment krijgen we de mens te zien achter de tekeningen uit de
geschiedenisboeken, en Blanchett weet àl die momenten volstekt
geloofwaardig te maken. Tegen het einde van de film hebben we het
gevoel dat we haar kennen.

In de bijrollen is het vooral Geoffrey Rush die naar goede gewoonte
weer bijzonder veel indruk nalaat – hij loopt doorheen de film met
een mysterieuze grijns op z’n gezicht, alsof hij altijd net iets
méér weet dan de persoon tegenover hem. Vergelijk die rol met
pakweg z’n vertolking in dat andere Elizabethaanse drama van ’98,
‘Shakespeare In Love’, en je ziet maar pas wat voor een wijd bereik
als acteur deze man heeft. Ook Christopher Eccleston is uitstekend:
de man is één brok arrogantie, maar heeft niettemin toch ook weer
z’n eigen vorm van loyaliteit – je kunt een bedrieger er altijd op
betrouwen dat hij je zal proberen te bedriegen, en Eccleston speelt
hier een wonderlijk voorbeeld van die stelling.

‘Elizabeth’ is geschiedenis zoals het in de film gedaan zou moeten
worden: af en toe schaamteloos sensationeel, ja, maar immens
boeiende, goed gemaakte en prachtig geacteerde cinema.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

negentien − 1 =