Gandhi




Toen Richard Attenborough in 1982 z’n biopic over legendarisch
Indiaas vrijheidsstrijder en vredestichter Mahatma Gandhi
uitbracht, werd de film over het algemeen benaderd met hetzelfde
respect dat de meeste mensen aan het onderwerp ervan zouden
betonen. Vrijwel unaniem lovende recensies, acht oscars (in het
jaar van Steven Spielbergs wonderlijke ‘E.T.’ nog wel) en tot op de
dag van vandaag een reputatie als klassieker. Misschien wilde
gewoon niemand de eerste zijn die voorzichtig durfde opmerken dat
deze film, over één van de meest universeel bewonderde en aanbeden
mensen uit de wereldgeschiedenis, eigenlijk ook een beetje saai
was. Of misschien meenden ze inderdaad wel wat ze zeiden, en ben ik
gewoon een typisch product van mijn generatie, die niet in staat is
om zich drie uur lang te concentreren op een man die pacifistische
speeches maakt en tussendoor niet te determineren tijd doorbrengt
aan een weefgetouw.

Het probleem met de film zit ‘m voor een gedeelte al in het
onderwerp ervan zelf: Mahatma Gandhi is een legende en was er al
één tijdens z’n eigen leven. Hij wist de autoriteiten zover te
krijgen dat ze discriminatorische wetten tegen Indiërs in
Zuid-Afrika teniet deden en later voerde hij decennia lang campagne
om Indië onafhankelijk te maken van Brits bestuur. En hij deed het
door geweldloze burgerlijke ongehoorzaamheid, verder niets. Het
valt bijna niet te vatten hoe een klein mannetje met een bril en
een lendendoek één van de grootste politieke en militaire machten
ter wereld op de knieën dwong, simpelweg door rustig en bedaard te
zeggen: ‘Ik vertik het’, en te weigeren om mee te werken. Terwijl
hij en zijn volgelingen werden afgeranseld en gevangen gezet, sprak
deze man voor vrede en het toekeren van de andere wang. Maar
ondertussen vertikte hij het om te leven als een Brits onderdaan en
bleef hij protesteren tegen het onrecht dat de Indische bevolking
degradeerde tot tweedeklasburgers van hun eigen land. Een
dergelijke mate van altruïsme en empathie gaat het menselijk
verstand bijna te boven, en het gaat al zeker Richard
Attenborough’s vermogen te boven om het in beeld te brengen in een
film. De feiten worden netjes op een rijtje gezet, natuurlijk, we
komen de voornaamste feiten van Gandhi’s leven te weten. Maar wat
dreef hem? Waar vond die man z’n innerlijke kracht? Er moeten toch
momenten zijn geweest van twijfel, van wanhoop, zelfs van woede op
zichzelf en de wereld? Enfin, er moet toch een méns van vlees en
bloed zijn schuilgegaan onder het serene plaatje dat we gewoonlijk
van hem gepresenteerd krijgen?

Niet volgens deze versie van de feiten. Attenborough hangt hier een
braaf heiligenportret op van de grote kleine man, in een film die
nogal voorspelbaar van punt a naar punt b tot punt c gaat, maar
nergens écht tot leven komt. Natuurlijk kun je niet verwachten dat
een film over juist déze man op één of andere manier een negatief
beeld van z’n onderwerp zal leveren, daar gaat het ook niet over –
maar de Gandhi die we hier te zien krijgen, ziet er helemaal juist
uit, hij wandelt en handelt en zegt de juiste dingen… Maar hij is
geen méns. Onder dat exterieur van de legende Gandhi, die we
allicht allemaal wel eens gezien zullen hebben in oude
nieuwsbeelden, of waarover we in ieder geval hebben gelezen in
geschiedenisboeken, gaat er in deze film helemaal niets schuil. We
krijgen Gandhi’s grootste hits, natuurlijk: ‘Oog om oog maakt de
hele wereld blind,’ en ‘Ze kunnen me vermoorden, maar dan hebben ze
alleen m’n dode lichaam. Niet m’n gehoorzaamheid.’ Maar wààr komen
die woorden vandaan, uit wat voor privé-persoonlijkheid? De enige
motivatie die Attenborough kan aanbrengen, zijn ook weer historisch
vastgelegde feiten: Gandhi werd als jonge advocaat in Zuid-Afrika
van een trein gesmeten omdat hij niet in derde klas wilde gaan
zitten met z’n eerste klas ticket. Later, bij z’n terugkeer in
Indië, maakt hij een reis doorheen het land, waar hij de armoede
van z’n volk met z’n eigen ogen ziet. Maar was een goed opgeleid,
intelligent man als Gandhi daar al niet eerder van op de hoogte?
Moeten wij geloven dat hij zich na de Eerste Wereldoorlog plots
bewust werd van het onrecht in z’n eigen land? De hele film lang
krijg je het gevoel dat je naar de officiëel goedgekeurde, openbaar
gemaakte versie van Gandhi zit te kijken. Niet naar een mens van
vlees en bloed.

Dat neemt niet weg dat Attenborough een visueel sterke film in
elkaar heeft gestoken – zijn mise-en-scène is dikwijls zeer knap,
met majestueuze overzichtsshots van duizenden figuranten en een
aantal grote set pieces die met een bewonderenswaardige precisie in
elkaar werden gestoken. Denk maar aan een treffen tussen de Indiërs
en de Britten aan een zoutfabriek, laat in de film. De Indische
protestlopers wandelen, vier aan vier, in een lange rij, op de
Britse soldaten af, die hen tegen de grond slaan met hun knuppels.
De vrouwen sleuren de gewonden weg om hen te verzorgen, en de
volgende vier man lopen op de soldaten af – ze weten dat ook zij
geslagen zullen worden, maar dat kan hen niet schelen. Zolang ze
maar niet terugslaan, kunnen ze niet verliezen. Die scène is erg
krachtig, voornamelijk omdat ze zonder enige poespas in beeld werd
gezet – Attenboroughs beeldvoering is een hele film lang erg
klassiek, maar daardoor ook zeer helder. Dit is een epos van de
oude stempel, maar dat heeft ook wel z’n charmes.

De revelatie van de film is evenwel Ben Kingsley, die hier z’n
debuut maakt in een bioscoopfilm en er meteen een welverdiende
oscar voor kreeg (wat mij betreft zowat de enige prijs die deze
film echt verdiend had). Kingsley lijkt niet alleen fysiek zeer
sterk op Gandhi, maar weet hier en daar zelfs een beetje humor, een
beetje menselijkheid in z’n rol te leggen – wat een prestatie is,
want in het scenario is er maar weinig aanwezig om één van beide te
suggereren.

‘Gandhi’ is zonder twijfel een film met een immens belangrijk
onderwerp, maar in z’n krampachtige pogingen om dat onderwerp toch
maar zo respectvol mogelijk te benaderen, is Attenborough
schijnbaar vergeten om ons een reëel persoon te tonen in plaats van
een haast mystiek minzame vredesadvocaat. Het gevolg is dat de film
traag en loom gaat aanvoelen – een geschiedenislesje dat drie uur
aansleept, terwijl je na negentig minuten al op je horloge zit te
kijken. Geen enkele mooie kadrering ter wereld kan daar iets aan
veranderen.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

11 − 9 =