Cry Freedom




Zeg maar van Richard Attenborough’s kwaliteiten als filmmaker wat
je wil, maar zijn intenties zijn ontegensprekelijk altijd zuiver
geweest – zijn verzamelde filmografie ziet eruit als een ware
bloemlezing van politiek correcte onderwerpen. Een alom geliefde
vredesstichter (‘Gandhi’), één van de grootste genieën uit de
filmgeschiedenis (‘Chaplin’)
en, zoals in het geval van ‘Cry Freedom’, een aanklacht tegen één
van de meest mensonterende regimes van na de Tweede Wereldoorlog:
de Zuid-Afrikaanse Apartheid. Yup, Attenborough weet z’n
onderwerpen wel uit te kiezen.

‘Cry Freedom’ werd gebaseerd op het boek van journalist Donald
Woods (hier gespeeld door Kevin Kline), die in de jaren zeventig in
Zuid-Afrika werkt als eindredacteur van de “liberale” krant Daily
Dispatch. Woods voelt zich goed in z’n rol van blanke liberaal. Hij
woont in een kast van een huis, rijdt in een Mercedes en heeft nog
nooit een voet in een zwart township gezet, maar hij behandelt zijn
zwarte huishoudster op een deftige manier en wanneer er al te
gortige voorbeelden van onrechten tegen de zwarte bevolking aan het
licht komen, zal hij daar in z’n krant officiëel de wenkbrauwen
voor fronsen. Nadat Woods een nogal kortzichtig stukje schrijft
over zwarte activist Steve Biko (Denzel Washington in een vroege
rol), wordt hij gecontacteerd door Biko om kennis te maken met de
realiteiten van het leven als zwarte in een land gedomineerd door
een blanke minderheid die àlle rijkdom en àlle macht in handen
heeft. Over de loop van het volgende jaar ontdekt de journalist pas
hoe verkeerd zijn beeld op Biko en de zwarte strijd voor
gelijkberechting eigenlijk was – hij gaat de strijd van de zwarten
helpen, schrijft in hun voordeel en bezoekt rallies.

Dan, in september 1977, wordt Biko gearresteerd en doodgemarteld
door de politie. Zijn dood wordt officiëel verklaard als het gevolg
van een hongerstaking. Woods besluit naar Amerika te trekken om een
reeks lezingen te geven over het leven en vooral de dood van Biko,
maar wordt op de luchthaven tegengehouden. Hij wordt in
ballingschap geplaatst: vijf jaar lang mag hij met slechts één
persoon tegelijk in een kamer verblijven en hij mag uiteraard niets
schrijven of publiceren. Woods besluit om uit Zuid-Afrika te
ontsnappen.

Als dusdanig wordt ‘Cry Freedom’ haast automatisch een film die in
twee duidelijk te onderscheiden delen uiteen valt: de vriendschap
tussen Biko en Woods, en de langzame bekering van de zelfverklaarde
liberale blanke, en vervolgens de ontsnappingspoging van Woods en
zijn familie. Het eerste deel heeft ongetwijfeld meer politiek
belang: Denzel Washingtons rol als Steve Biko is hoofdzakelijk een
expositorische – hij is er om informatie te geven aan het publiek
over de gruwelen van de Apartheid, en hij doet dat over het
algemeen in welbespraakte monologen: ‘Een blank kind, slim of dom,
zal altijd de kans krijgen om een goed, gelukkig leven voor
zichzelf op te bouwen. Een zwart kind, slim of dom, zal nooit iets
anders kennen dan armoede en verval. Hij wordt erin geboren en zal
erin sterven.’ Washington brengt een soort vanzelfsprekende
zelfvertrouwdheid naar zijn rol van Steve Biko – je ziet nergens
dat hij de last voelt van een historisch personage. In tegendeel,
hij speelt Biko als een man met een gevoel voor humor, wiens
politieke activiteiten, inclusief eindeloze risico’s voor z’n eigen
veiligheid, enkel werden ingegeven door een aangeboren gevoel van
goed fatsoen. Als er iets is dat Washington goed kan, dan is het
wel het afsteken van ellenlange teksten, en ons tóch geboeid
houden, en ons toch het gevoel geven dat dat allemaal spontaan
komt. Denk maar aan z’n rol in ‘Malcolm X’, die was ook vrijwel
geheel opgetrokken uit gigantische monologen, maar Washington liet
het er allemaal gemakkelijk uitzien.

Het probleem is echter dat ‘Cry Freedom’ werd gemaakt in een tijd
toen Apartheid nog bestond – de film dateert van 1987 – en dat al
die lange politieke speeches die destijds nog zo relevant waren,
tegenwoordig een deel van hun glans hebben verloren. Politieke
statements vormen niet altijd boeiend drama en hoewel het eerste
uur van de film ongetwijfeld belangrijke thema’s behandelt, lijkt
het soms ook bijzonder lang te duren. We horen Biko praten over de
levensstijl van de zwarte minderheid. Over zijn wens voor
gelijkberechting van blank en zwart. En dan horen we hem daar nóg
eens over praten. En nóg eens. Na een tijdje is het echt wel genoeg
geweest.

Eens we verdergaan met het tweede deel – de steeds erger wordende
dreigementen tegen Woods en zijn familie en de ontsnapping van de
journalist – wordt de film evenwel opnieuw boeiender. De grote
politieke argumenten zijn afgehandeld, en wat we nu krijgen is een
persoonlijker, maar daarmee ook fascinerender drama, over een man
die zichzelf en z’n familie veilig wil stellen voor de algemeen
aanvaarde haat van overheidswege. Hoewel Attenborough nog steeds
een gevaarlijk klassieke stijl hanteert (zelfs tijdens scènes over
rellen in de townships, beweegt z’n camera nauwelijks), weet hij
toch een zekere suspense op te bouwen voor die hele sequens.
Verkleed als priester moet Donald Woods liftend uit Zuid-Afrika
zien te raken. De volgende dag volgen zijn vrouw en kinderen hem.
We zien hoe Woods drie of vier keer bijna wordt tegengehouden door
de politie of door grenswachters, om op het nippertje gered te
worden. Hij heeft het manuscript van z’n boek (waarop deze film
gebaseerd is) in z’n tas zitten, en wanneer een agent aan de grens
hem vraagt wat hij bij zich heeft, antwoordt hij: ‘Een bijbel.’ ‘Ik
dacht al dat ik een boek voelde,’ antwoordt de agent. Soms heeft
een mens al eens geluk nodig.

Kevin Kline zet weer één van z’n vele accenten op als Donald Woods,
en is steeds geloofwaardig als een fundamenteel fatsoenlijk mens
wiens ogen op korte tijd wijd open gaan voor een wereld die hij tot
dan toe over het hoofd heeft gezien. Wat mooi is aan deze film, is
dat geen van de protagonisten helden zijn – alleen verontwaardigde
mensen die doen wat ze kunnen. Wanneer politie-agenten z’n
huishoudster komen ondervragen, jaagt Woods hen z’n huis uit – eens
ze zijn vertrokken, zegt hij tegen z’n vrouw: ‘Ik sta hier op m’n
benen te daveren.’ Natuurlijk dat. Wie zou dat niet doen?

‘Cry Freedom’ neigt soms naar langdradigheid, maar het is en blijft
een film die voor z’n tijd behoorlijk wat lef vertoonde, en het
laatste uur bevat voldoende spanning om je toch tot het einde te
voeren. Voor de aftiteling krijgen we nog een lijst van mensen die
sinds de jaren zestig zijn gestorven in politiehechtenis – de
officiële verklaringen zijn steeds dezelfde: zelfmoord, een val van
zoveel verdiepingen, of simpelweg: geen officiële verklaring. Op
het moment dat ‘Cry Freedom’ werd gemaakt, was er aan die lijst nog
geen einde gekomen. Dus toch een belangrijk filmpje.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

19 − zeven =