The Terminal

In 1988 landde Merhan Nasseri, een vluchteling uit Iran, op de
luchthaven Charles de Gaulle in Parijs – nadat hij in de late jaren
zeventig luidruchtig geprotesteerd had tegen de Sjah, werd Nasseri
uit zijn universiteit getrapt en werd zijn paspoort hem afgenomen.
De man sjokte vervolgens doorheen Europa, in de hoop de officiële
status van politieke vluchteling te krijgen, maar het was pas in
1981 dat hem dat lukte – hij kon nu burgerschap aanvragen van een
Europees land. In 1986 besloot hij te proberen om Engeland binnen
te geraken, maar die weigerden hem. In ’88, na een vruchteloze
poging om het VK in te komen, kwam hij terecht op de Gaulle. Daar
werden zijn papieren echter gestolen, en plotseling was Nasseri
niets meer: geen Iraniër, geen Fransman, geen Brit, geen
vluchteling. Er was nergens waar ze hem naartoe konden deporteren
en hij was legaal, op dat moment nog een vluchteling, de luchthaven
binnengekomen. Bijgevolg bleef hij daar maar. Nasseri zit daar nu
nog.

Dit verhaal, een anekdote zo gek dat het alleen maar waargebeurd
had kunnen zijn, vormde de inspiratie voor Steven Spielbergs
nieuwste, ‘The Terminal’, hoewel er van het echte verhaal maar
weinig overblijft behalve de premisse. Tom Hanks speelt Viktor
Navorki, een bezoeker aan de VS uit Krakhozia, een Oost-Europees
land waar tijdens zijn vlucht blijkbaar een burgeroorlog is
uitgebroken. Als een gevolg van die oorlog, erkent Amerika
Krakhozia niet meer als een officiëel land – Navorski is een burger
van nergens, die niet naar huis kan en ook de deuren niet uit kan
lopen om Amerikaanse bodem te betreden. Bijgevolg blijft hij dan
maar op de luchthaven – maanden aan een stuk. Hij raakt bevriend
met een aantal mensen van het personeel op JFK Airport (die
trouwens nooit naar huis lijken te gaan, maar letterlijk 24 uur op
24 werken), hij zoekt een job om aan voedsel te geraken en hij
wordt zelfs verliefd op een stewardess met het uiterlijk van
Catherine Zeta-Jones (hoe zou u zelf zijn?).

De voornaamste indruk waar je mee naar buiten gaat bij ‘The
Terminal’, is dat dit duidelijk een Spielberg-light was: de
filmmaker heeft een aantal vrienden opgetrommeld (een derde
samenwerking met Tom Hanks, een zoveelste met cinematograaf Janusz
Kaminski, gemonteerd door Michael Kahn, muziek John Williams – al
die vaste namen die je keer op keer ziet terugkomen) en hij is dan
maar snel dit filmpje in elkaar gaan steken. ‘The Terminal’ is een
feel good movie, een crowd pleaser: het verhaal
is zo rechtlijnig als het maar kan zijn, een lach, een traan,
bim-bam en zo heb je weer een film op je cv staan. Spielberg zou
dit soort van hapklare, eminent gebruiksvriendelijke cinema in z’n
slaap kunnen maken. Niets aan ‘The Terminal’ is veeleisend, noch
voor de makers, noch voor het publiek.

Begrijp me niet verkeerd, ‘The Terminal’ heeft het hart op de
juiste plaats zitten: Tom Hanks krijgt in feite de hele film als
een lange one man show opgediend, en hij draagt de prent
moeiteloos. De man is begonnen als een komisch acteur, en alle
pompeuze, zwaar-dramatische ‘Cast Away’-toestanden
niettegenstaande, is hij dat ook altijd gebleven. Dit is een man
die minutenlang met de stoeltjes in een wachtruimte kan zitten
klooien voordat hij zichzelf comfortabel te slapen kan leggen, en
het is boeiend en geestig. Hanks’ acteerprestatie vormt meteen de
beste reden om te gaan kijken.

Bovendien zijn een aantal komische scènes best wel leuk geschreven
– Stanley Tucci als venijnige veiligheidschef Frank Dixon op JFK,
probeert aan Navorski, die aanvankelijk geen Engels spreekt, uit te
leggen wat er in zijn land is gebeurd. ‘Stel u voor dat dit pakje
chips Krakhozia is,’ zegt hij geduldig, ‘en deze appel de
rebellen…’ En Tucci mept met die appel dat pakje chips totaal aan
flarden, waarbij Navorski onder de stukjes komt te zitten. Geen van
beide acteurs vertrekt zelfs maar een spier van hun gezicht, en dat
is wat er zo’n leuke scène van maakt.

Dat soort van momentjes heb je dus wel: ‘The Terminal’ is een erg
lief filmpje, dat doodgraag z’n publiek wil behagen. Bovendien
meende ik hier en daar tussen neus en lippen enige kritiek te
bespeuren op de paranoïde manier waarop de VS de laatste jaren
tegen hun bezoekers aankijkt: Dixon en zijn onheilspellende
collega’s dragen allemaal trots een Amerikaanse vlaggetje op hun
jasje, maar ondertussen zeggen ze tegen Navorski simpelweg:
‘America’s closed.’ Een andere reiziger wordt
tegengehouden met pillen voor z’n doodzieke vader op zak, en
Navorski vindt, dik tegen de zin van Dixon, een maas in het net van
de Amerikaanse wetgeving om hem die medicijnen het land mee in te
laten nemen. Wat Spielberg hier zéér voorzichtig lijkt te willen
suggeren, is dat de Amerikanen misschien eens terug wat meer
menselijkheid in hun veiligheidssystemen zouden moeten
incorporeren. Spielberg zal nooit een openlijk politiek regisseur
worden, maar toch…

Als film echter, bezwijkt ‘The Terminal’ toch onder het gewicht van
z’n tekortkomingen – Spielberg heeft het nog steeds moeilijk om
emoties in z’n films te verwerken, zonder te vervallen in
pathetische melodramatiek. Let op een scène waarin Navorski zijn
stewardess wil versieren door een gedetailleerd afgewerkt muurstuk
mét fonteintjes in elkaar te steken (een mens kan gekke dingen doen
op een luchthaven, zo blijkt). De belichting wordt goudgeel, ze
kussen en op dàt moment beginnen de fonteintjes te spuiten
(calling Dr. Freud) en krijgen we natuurlijk een
nadrukkelijke streep romantische muziek. Ook een secundaire romance
tussen een immigratiebeambte en een man die met de bagage
rondrijdt, is behoorlijk over de top – na een lange bemiddeling via
Navorski, zien de twee elkaar eindelijk voor het eerst. Cut naar de
volgende scène: de twee zijn getrouwd en rijden met zo’n
bagagewagentje door de luchthaven – ‘Just Married’ staat erop
geschreven. Op dat moment zijn we vér aan de werkelijkheid voorbij
gegaan.

Bovendien komen we, alles welbeschouwd, maar weinig te weten over
die man, Viktor Navorski – de motieven voor z’n reis worden lange
tijd geheim gehouden alsof die heel wat duidelijk zullen maken over
wat voor mens hij is, maar wanneer we het dan toch te weten komen,
blijken zijn redenen helemaal niet zo verhelderend. Wie is hij, wat
voor iemand was hij in zijn eigen land, wat drijft hem? We krijgen
er nooit echt een antwoord op. De manier waarop Stanley Tucci’s
personage trouwens in de rol van gemene slechterik wordt geduwd, in
plaats van gewoon een gluiperige bureaucraat van hem te maken, komt
soms karikaturaal over.

‘The Terminal’ is duidelijk een tussendoortje, voordat Spielberg
met ‘The War of the Worlds’ weer aan het serieuze werk begint. Nu
heb ik niets tegen tussendoortjes, maar moeten die echt zo mierzoet
smaken? En moeten ze echt gemaakt worden door een man die eigenlijk
gespecialiseerd is in rijkelijke hoofdgerechten?

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

15 − veertien =