The Bourne Supremacy




Net een week nadat ik in de recensie van The Whole Ten Yards een tirade afstak over
de algemene slechtheid van de sequel, mag ik het nu hebben over de
spreekwoordelijke uitzondering die de regel bevestigt. Niet dat
‘The Bourne Supremacy’ beter is dan zijn voorganger The Bourne Identity, maar hij is tenminste
geen flauw, overbodig afkooksel geworden. Dit vervolg voegt iets
toe aan het origineel, hoe miniem ook en trapt tenminste niet in de
val waarin vele andere sequels wél blindelings lopen: het origineel
dunnetjes overdoen op een andere locatie.
Het is inmiddels twee jaar geleden sinds The Bourne Identity, en in de tussentijd
heeft onze protagonist Jason Bourne (Matt Damon) zich in het
Indiase Goa teruggetrokken voor wat quality time met zijn
vriendin Marie (Franka Potente). Nog steeds wordt hij getergd door
nachtmerries, die hem steevast confronteren met zijn
geheugenverlies. Het leven lacht hem echter voor het eerst sinds
lang weer toe, maar dat verandert wanneer een CIA-operatie verkeerd
afloopt en op de plaats van het misdrijf Jasons vingerafdrukken
gevonden worden. Genoeg om het onderzoek naar de deserterende
Bourne nieuw leven in te blazen. Ondertussen is de echte dader al
in Goa aangekomen om er koste wat het kost voor te zorgen dat
Bourne de beschuldigingen niet kan weerleggen. Wanneer de
moordpoging mislukt, maar Marie het leven laat, besluit Jason dat
vluchten geen zin meer heeft en gaat hij de confrontatie met zijn
belagers aan.
Dit is het verhaal in een notendop. Zoals in elke zichzelf
respecterende thriller, wordt alles hier overgoten met een waas van
mysterie, maar het is slechts een flinterdun sluiertje. Wie de
boeken van Robert Ludlum kent, weet dat dit allesbehalve
stationsromannetjes zijn, maar van dit alles blijft zeer weinig
over in de adaptatie naar het grote scherm. Natuurlijk zit niemand
te wachten op een zoveelste langdradige boekverfilming, maar toch,
nu voelde het steeds gemaakt aan, alsof je niet alles wat
essentieel voor het verhaal is, te zien of te horen kreeg.

Een film hangt gelukkig niet enkel en alleen af van de kwaliteit
van het verhaal. Voor het overige is ‘The Bourne Supremacy’ best
genietbaar en daar zijn verscheidene redenen voor. Vooreerst is er
de regie van Paul Greengrass, die ons eerder al het mooi in beeld
gebrachte Bloody Sunday schonk. Ik
kan me niet van de indruk ontdoen dat net deze prent hem de regie
van deze sequel opbracht. Nadat Doug Liman paste voor deel twee,
moesten de producenten immers op zoek naar een nieuwe regisseur, en
dan nog liefst eentje die er ook niet vies van was om de geijkte
paden van Hollywood te verlaten. En daar zijn ze in geslaagd,
Greengrass heeft zich boordevol enthousiasme op het project gegooid
en heeft nergens de teugels laten vieren.

Net als in Bloody Sunday, maakt hij
nu weer gebruik van de handgehouden camera om de kijker dieper in
de actie te betrekken. Maar doordat het tempo in deze prent
beduidend hoger ligt, zorgt dit soms voor een te schokkerig beeld.
Dat deze methode perfect werkte in ‘Bloody Sunday’, wil nog niet
zeggen dat dit ook in deze film het geval is: de eerste was een
slechts karig geromantiseerde visie op waargebeurde feiten en putte
profijt uit die nerveuze, documentaire look, de tweede is
puur entertainment. Door het gebruik van vale kleuren en
onderbelichting, baadt de hele film echter in een donkere, scherpe
sfeer die het geheel beter verteerbaar maakt, zeker in combinatie
met een nooit aflatend tempo, dat gedurende de volle tijdsduur een
beroep doet op jouw onverdeelde aandacht.

En laten we vooral niet vergeten dat Greengrass nog een extra troef
in de mouw heeft zitten: ‘The Bourne Supremacy’ is totaal niet
afhankelijk van de heden ten dage zo in zwang zijnde CGI, die hier
slechts met mondjesmaat wordt aangewend. De acteurs hangen niet aan
stalen kabels, zwieren niet voor bluescreens, maar voeren de
stunts écht uit. Dit alles maakt de prent realistischer dan alles
wat deze zomer de zalen teisterde.

Ook nu weer zorgt Matt Damon ervoor dat Jason Bourne geloofwaardig
overkomt. Meer nog, het personage heeft zelfs wat meer diepgang
gekregen. Ditmaal geen ongeloof meer in eigen kunnen, neen, hij
heeft aanvaard wat zijn mogelijkheden zijn en maakt er optimaal
gebruik van. De liefhebbende man van in het begin van de prent,
verandert plotsklaps in de koude moordenaar die men van hem gemaakt
heeft. Damon vertolkt dit perfect. Zijn ijskoude blik in de camera
volstaat om te weten dat er onheil op komst is. Voor het overige
zien we enkele bekenden uit The Bourne
Identity
opduiken. Franka Potente ruilt al snel het tijdige
voor het eeuwige en Julia Stiles’ rol werd groter. Een ietwat
betreurenswaardige keuze, maar echt slecht brengt ze het er nu ook
weer niet van af. Beide films, zelfs eventuele vervolgen, draaien
namelijk om één man: Matt Damon als Jason Bourne, en zolang die dit
naar behoren blijft doen, zal er geen haan naar kraaien.

Wat deze film wel weer eens duidelijk maakt, is dat de
Hollywood-superspion steevast de meest hachelijke toestanden
overleeft zonder noemenswaardige kleerscheuren. Schoolvoorbeeld
daarvan is de achtervolging doorheen de straten van Berlijn.
Magistraal in beeld gebracht, daar niet van, maar wie, zoals de
heer Bourne, in staat is om na zo’n botsing nog quasi-fluitend weg
te wandelen, moet wel een hele straffe zijn.

‘The Bourne Supremacy’ is een opwindende actiefilm met sterke
vertolkingen, die geen seconde verveelt. Entertainment van de
bovenste plank. Alleen jammer dat er niet meer tijd werd besteed
aan een degelijk scenario.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

vijf × 5 =