WERCHTER 2004 :: De goddeau-files

Dag drie: In The Dark Of The Marquee

Wie begint er zijn festival nu voor het middaguur? Parels voor de zwijnen noemen we dat, en over zwijnen gesproken: fashionably late horen we in de verte schrille keelklanken van wat volgens ons een zwangere zeug was die haar vierde jong baarde, maar door onze eminente hoofdredacteur — de man is werkelijk van alle markten thuis — geduid werd als Sharon van Within Temptation die “Ice Queen” inzette. Waarna we toch nog kregen waarvoor we gekomen waren: muziek.

Met Daan startten we onze werkzaamheden van de dag. De man grossiert tegenwoordig in discojeanetterij en bracht vandaag een tenor mee voor de hoge stemmetjes. We horen een euforisch “Victory” en een ronduit briljant “Swedish Designer Drugs”. Dat we tussenin ook iets mindere nummers te horen krijgen, is jammer, maar goed: de dag is pas begonnen.

The Black Eyed Peas deden wat van hen verwacht werd en brachten een feelgoodshow met een lichte boodschap. Ze lieten “Where Is The Love” als afsluiter meezingen door het publiek en gaven ons nog mee dat we de Amerikanen niets kwalijk mochten nemen, tenslotte ligt de schuld bij Bush jr.. Bond Zonder Naamretoriek vinden wij dat en trouwens: wie heeft er ook weer op Bush jr. gestemd? Juist ja. De boodschap was in elk geval verpakt in een sterke live show, en die twee roodharigen voor ons mochten er ook wel zijn.

Find us and follow us to the dark of the Marquee: Franz Ferdinand is de hype van het moment en haar optreden op Werchter zal nog lang nazinderen. De Pyramid Marquee barstte uit zijn voegen en bij “Take Me Out” werd het terrein rondom herschapen in een miniloopgraaf: hét moment van het festival en wij willen deze groep zeker nog eens zien als ze een hele set van dat kaliber kan brengen. Voorlopig hoorden wij veel te vaak een doorslagje van een doorslagje van de puike singles.

Wu Tang Clan was de tweede hiphop groep van de dag en leek vastbesloten ons hun desastreuze laatste albums te doen vergeten. Er werd volop geput uit de eerste twee platen en de solo-uitstapjes. De ganse clan (enkel Method Man en Ol’ Dirty Bastard ontbraken op het appèl, maar heeft iemand die laatste onlangs nog gezien behalve op melkdozen?) bestormde het podium en vuilbekte door elkaar dat het geen naam had. Ghostface Killah krijgt alvast de prijs voor de meest bizarre outfit ooit: een witte badjas en de volledige Britse kroonjuwelen om de hals.

Ondertussen was Josske Stone in de Marquee wreed schoon. De zestienjarige blonde wiegde haar rode string bloot, onderwijl ongelofelijke dingen doend met haar zwarte soulmamastem. Het zonnetje scheen, het was etenstijd, en het mocht al eens rustiger: wij waren verkocht.

Aan Rosin Murphy van Moloko willen we ons ook wel eens verkopen en dus zetten we onszelf goedmoedig in de solden toen de eerste tonen van “Familiar Feeling” een wervelende show beloofden: Moloko zette er de beuk in, maar botste op een onverbrijzelbare muur van onverschilligheid. Murphy probeerde nog met een arsenaal aan carnavalsmaskers, leren petten en helmen maar toen de techniek het ook nog eens liet afweten, waren ze er aan voor de moeite. Dat beeld van een krolse Murphy die over de monitoren kroop, zal echter nog vele eenzame nachten van pas komen.

Staat Sophia lekker intimistisch te zwijmelen in de Marquee, worden ze ruw verstoord door die hysterie van Muse, tot onvrede van Robin Propper Sheppard. Het ironische commentaar na “The River Song” over luider spelen dan Muse, kon de Schuer alvast in zijn zak steken. Een mooi concert, maar dat van Muse was er teveel aan.

Dat vonden wij, maar ondertussen stond onze hoofdkaas — altijd al fan van al dan niet Teutoonse bombast — wel de gitaarriff mee te krijsen van “Hysteria”. “Qua theater kunnen ze nog iets van Rammstein leren, ze winnen het wat betreft bombastisch geluid”, kwam hij halfdoof de backstage terug binnen om zich meteen in de sfeer te herpakken met een “Achtung! Arbeiten!”. Wij waren er om te werken en dus moesten we ook de egotrip van Joost Zweegers doorstaan.

Het jonge vrouwelijke volkje at uit zijn hand, lipte naadloos de liedjes van Novastar mee, wij wensten het wicht dat de oorzaak van die slechte breakupplaat is allerhande onfijns toe. Blijkbaar heeft Another Lonely Soul overigens nog niet genoeg verkocht om terug binnen te mogen bij Warner, want Zweegers vond er niets beters op dan die titel in elke song minstens één keer te laten terugkomen.

Voor Lenny Kravitz hadden we in ons notaboekje niet meer dan twee woorden nodig: “TW Classic”. Met een blazerssectie, drie achtergrondzangeressen en eindeloze solo’s bracht Kravitz vervelende versies van zijn vervelende oeuvre: routineus, technisch goed, maar waar zat de passie? Wij hadden betere dingen te doen en bestelden nog wat pinten.

1
2
3
4

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

15 − 1 =