C’est Arrivé Près De Chez Vous




Het is moeilijk om het je nu nog voor te stellen, maar er was
een tijd, een jaar of tien geleden, toen half Vlaanderen schande
sprak van wat er wekelijks te zien was in het rariteitenkabinet
genaamd “Jambers”. Kansarmen, mensen die in de miserie zaten, die
vaak vreselijke dingen hadden meegemaakt of er nog steeds mee
leefden, werden op een niet altijd even frisse manier in beeld
gebracht. Niet voor het laatst wakkerde er een discussie op over
wat mag en wat niet mag op televisie. Wanneer overschrijd je de
grenzen van goede smaak en goed fatsoen in naam van kijkcijfers,
sensatie en commerce? Een stelletje Waalse onafhankelijke
filmmakers, vers van de filmacademie, legden in 1992 de vinger al
op de zere wonde met hun satire ‘C’est Arrivé Près De Chez Vous’,
een bijtende mockumentary waarin de sensatiegeilheid van de media
op een vaak hilarische, soms schokkende manier in kaart werd
gebracht.

Het verhaal draait rond een cameraploeg die een documentaire
draait over Ben (Benoît Poelvoorde), een massamoordenaar die geen
onderscheid maakt tussen mannen, vrouwen of kinderen. Zolang ze wat
op kunnen brengen, maakt hij ze allemaal af. Zijn motieven zijn
simpel (geld), zijn methodes ook: aan het begin van de film zien we
hem een dame in een trein wurgen terwijl de camera draait.
Vervolgens dumpt hij het lichaam in een kanaal, terwijl hij een
vakkundige, afstandelijke uitleg geeft over de correcte manier om
een lijk te verzwaren zodat het niet komt bovendrijven.

Vanaf het begin wordt er een punt van gemaakt om de aanwezigheid
van de cameraploeg constant te benadrukken. Ben bespringt een
postbode, sleurt hem mee in een duistere nis en maakt hem af. De
ploeg volgt hem, en we horen de regisseur (Rémy Belvaux) roepen dat
er niet genoeg licht is. Dat er een mens wordt vermoord, kan hem
niet schelen. Zolang ze het maar goed in beeld krijgen.

Over de loop van de film zien we hoe de filmmakers steeds meer
medeplichtig worden aan de moorden van Ben. Aanvankelijk door niets
te doen om hem tegen te houden, vervolgens door geld van hem te
aanvaarden om verder te kunnen filmen en daarna door af en toe een
handje toe te steken wanneer het nodig is. De vraag die daarmee
gesteld wordt, is in essentie of objectieve journalistiek wel
mogelijk is. Kun je een onderwerp in beeld brengen zonder
automatisch ook een standpunt in te nemen voor of tegen? En is er
nog wel een grens die de media niet willen overschrijden in hun
zoektocht naar kijkcijfers en publiciteit?

Ben wordt afgeschilderd als een soort van omhooggevallen
middenstander, die over alles en nog wat zonodig z’n mening moet
uiten – hij waant zichzelf een dichter, levert commentaar op de
architectuur van de sociale woningen waarin zijn slachtoffers leven
en heeft zelfs de pretentie om aan zijn werkmethode een politiek
niveau te geven: “Ik pak alleen maar de kleine garnalen,” zegt hij.
“Daar kijkt niemand naar om. Probeer een walvis te vermoorden en je
hebt meteen Greenpeace en Jacques Cousteau achter je kont. Maar als
je een bende kleine garnalen afmaakt, kan het zelfs zijn dat ze je
nog helpen inpakken.” Het is pijnlijk duidelijk dat hij continu
moeite doet om een show op te zetten voor de filmploeg – hij wil er
goed uitkomen. Indien hij niet aan het moorden was geslaan, was hij
waarschijnlijk zo’n onuitstaanbare oude zeur geworden die
lezersbrieven schrijft naar dag- en weekbladen om te kankeren over
al wat hem dwarszit. Iedereen kent dat soort van mensen wel, ze
worden vaak beschreven als een typisch Belgisch fenomeen, hoewel ze
overal bestaan.

Tijdens de eerste helft van de film lijkt ‘C’est Arrivé…’ in
de eerste plaats een komedie, zij het dan een pikzwarte. Benoît
Poelvoorde komt met een aantal onweerstaanbare one-liners, zoals:
“Onlangs heb ik een Marokkaan levend ingemetseld in ‘n muur. Met
z’n gezicht naar Mekka, natuurlijk.” Politiek correct is het niet,
maar grappig is het wel. De functie van die humor is echter
bijzonder bedrieglijk: door het publiek te laten lachen, wekken
Belvaux en co een vals gevoel van veiligheid, van comfort, enkel om
dat tapijt later met veel plezier onder je voeten weg te
trekken.

De sleutelscène van de hele film is er één waarin we Ben in het
midden van de nacht een flat zien binnenstormen, waar hij een
koppel vrijend aantreft. We krijgen een jump cut naar enige tijd
later – de vrouw wordt brutaal verkracht, terwijl de man verplicht
wordt om toe te kijken. Maar de verkrachters zijn in eerste
instantie de filmploeg, en daarna pas Ben. De medeplichtigheid van
de ploeg heeft een hoogtepunt bereikt en het gelach in de zaal
verstomt. Opeens is het niet meer grappig. Op dat moment maakt de
film in feite een bocht van 180 graden: alles waarmee we eerder
zaten te lachen, al dat geweld, wordt nu ontmaskerd voor wat het
werkelijk is. Het wordt ons plotseling allemaal opnieuw in het
gezicht gesmeten, alsof de filmmakers ons een beschuldigende vinger
toesteken – dit is waar jullie daarnet nog mee zaten te lachen. Het
gevolg is dat je als publiek bijna een gevoel krijgt alsof je zelf
medeplichtig bent. Het comfortabel gevoel is verdwenen, en komt ook
niet meer terug – het geweld escaleert, wordt steeds grimmiger en
de film eindigt dan ook op de enige mogelijke manier.

Twaalf jaar later blijft ‘C’est Arrivé…’ een uitzonderlijk
relevante film. De tv heeft zichzelf meer dan ooit de vrijheid
toegeëigend om eender wat in beeld te brengen, zolang ze er maar
mee scoren. Onlangs zag ik op het VTM-nieuws één van de ankers voor
dat enorme scherm staan, waarop beelden te zien waren van mensen
die levend uit een enorme brand geraakt waren. De lens van de
camera drukte haast tegen hun neus, en in een hoek van het scherm
was een kadertje te zien met het aantal dodelijke slachtoffers. Het
enige dat er nog aan ontbrak, was een tellertje dat versprong met
elke nieuwe dode. Nieuwswaarde is allemaal goed en wel, maar in de
eerste plaats moet het schijnbaar entertainment blijven. Die
hyena-mentaliteit van de media en onze eigen fascinatie met dat
soort van programma’s en nieuwsverhalen, worden in deze film op een
genadeloze manier aan de kaak gesteld. ‘C’est Arrivé…’ is een
film die nergens compromissen maakt en die (in tegenstelling tot
andere prenten met gelijkaardige thema’s zoals ‘Natural Born Killers’) ook nergens excuses
zoekt voor het geweld dat getoond wordt. Met andere woorden: het is
grote cinema.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

tien + dertien =